ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Het Issue: Voor vrede en veiligheid?

In deze rubriek staat iedere maand een ander Issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: Het Nederlandse leger, geschikt of ongeschikt?

Tekst: Stefan Meeuws en Janneke Wijkmans
Illustratie: Ruud Vos

Oplopende kosten, uitgeputte manschappen en al twaalf doden aan Nederlandse zijde. Terwijl de regering strijdt voor verlenging van de missie in Uruzgan, klinken vanuit andere hoek kritische geluiden. De inzet van onze jongens zou slechts een politiek statement zijn tegenover andere landen. De vraag is of de inzet van het leger wel de gewenste resultaten oplevert. Wordt er een goede analyse gemaakt van wat Nederlandse soldaten in een crisisgebied kunnen doen? Of worden onze troepen op basis van morele overwegingen uitgezonden?

De stelling van deze maand: het Nederlandse leger wordt in het buitenland alleen ingezet voor symboolpolitiek. Meedoen is belangrijker dan winnen.

René Grotenhuis, algemeen directeur Cordaid
‘Nederland kan zeker iets betekenen in conflictgebieden, maar alleen als daar een VN-mandaat aan ten grondslag ligt. De Verenigde Naties, waaronder het Nederlandse leger opereert, gaan uit van een responsibility to protect. Dit houdt in dat de lidstaten verantwoordelijkheid dragen voor de mensenrechtensituatie in andere landen. Ik denk dat er voorzichtig moet worden omgegaan met de term ’symboolpolitiek’, omdat het Nederlandse leger wel degelijk iets kan bijdragen aan de veiligheid in landen als Afghanistan en Irak. Het leger is goed uitgerust en getraind, in de media wordt daar vaak te min over gedaan.
‘Toch ben ik er van overtuigd dat de oorlogen in die landen geen militaire oplossing zullen hebben. Het is een illusie te denken dat wij met het relatief kleine aantal militairen een oorlog kunnen beëindigen. Daarvoor heb je veel meer manschappen nodig en dan nog zal een geweldstaking waarschijnlijk van korte duur zijn. De ongrijpbaarheid van de wapens en middelen van tegenwoordig maakt dat we reëel moeten zijn; we kunnen er niet zomaar vanuit gaan dat een leger een oorlog kan beslechten. Het leger is een veiligheidsapparaat dat ervoor moet zorgen dat het geen complete chaos wordt. Ik ben ervan overtuigd dat veel hedendaagse oorlogen hun einde zullen vinden in een politieke oplossing. Met een politiek akkoord bereik je veel meer dan een leger ooit zal kunnen. Een woord als symboolpolitiek doet het leger tekort; het kan immers veel betekenen voor de veiligheid van een land. Als je het echter alleen over oorlogsbeëindiging hebt, is meedoen inderdaad misschien belangrijker dan winnen.’

Dr. Bert Bomert, hoofd van het Centrum voor Internationaal Conflictanalyse en Management (CICAM)
‘Er zijn nu tweeduizend Nederlandse militairen in Uruzgan gestationeerd. Inmiddels zijn er twaalf dodelijke slachtoffers gevallen en op financieel gebied rijzen de kosten de pan uit, zeker als de missie wordt verlengd: ik kan goedkopere vormen van symboolpolitiek bedenken. Neem bijvoorbeeld de missie naar Congo-Kinshasa. Toen stuurde Nederland één officier naar het hoofdkwartier van de NAVO-missie in Parijs. Zoiets stelt niet veel voor. In Uruzgan probeert Nederland een duurzame oplossing te bereiken door inzet van veel manschappen en materieel. Het gaat in dit geval niet alleen om deelname, al zou het vreemd zijn als Nederland als enige NAVO-land niet zou meedoen in Afghanistan.’
‘Het is de vraag of we zoveel mensen naar het gevaarlijkste gebied van Afghanistan moeten sturen, maar Nederland is lid van de NAVO. Het is gemakkelijk om langs de zijlijn te roepen dat er iets moet gebeuren en daar zelf niet aan meedoen.
‘We hebben als samenleving veel geld geïnvesteerd in ons leger. Als je de beschikking hebt over een moderne, dure krijgsmacht, dan is het vreemd om die uitsluitend in te zetten bij rampen binnen de landsgrenzen. Bovendien hebben we baat bij internationale stabiliteit. De internationale strijd tegen terrorisme krijgt erg veel aandacht. In die zin kan misschien wel worden gesproken van symboolpolitiek. De missie in Uruzgan staat dan symbool voor de strijd tegen terrorisme. Er wordt snel gezegd dat Nederland een klein land is en niet veel kan doen. In geografisch opzicht zijn we ook niet de grootste, maar in Afghanistan doen we meer dan volwaardig mee. Er zitten daar zo’n 37 landen en de Nederlandse afvaardiging behoort tot de zes grootste. Dat de missie als symboolpolitiek kan worden gezien, betekent niet dat de missie zinloos is.’

Erik Dop, Cadet-sergeant bij de landmacht
‘Ik ben het niet met de stelling eens. Wij maken deel uit van de NAVO en kunnen onder die vlag nuttige dingen doen. Een van de doelen van de NAVO is het bevorderen van de internationale rechtsorde. We houden ons bezig met de wederopbouw van conflictgebieden, door bijvoorbeeld scholen en ziekenhuizen te bouwen. Voordat we de mensen daar kunnen helpen, moeten we eerst voor veiligheid zorgen. Een belangrijke reden van onze interventie is het bestrijden van het terrorisme. Ik denk dat Al Qaida een serieuze dreiging is. Het is goed mogelijk dat de Taliban hen onderdak geeft als wij uit Afghanistan weggaan. Dat zou een gevaar betekenen voor de gehele westerse wereld.
‘Als ons werk daar slechts symboolpolitiek zou zijn, zouden we er niet met zo veel man en met zo’n goed materieel zitten. Dan zouden er twee waarnemers naar het gebied worden gestuurd om te kunnen zeggen dat we toch meedoen. Voor zover ik weet, is meedoen zeker niet belangrijker dan winnen. Ik denk dat het ons aardig lukt om het terrorisme te bestrijden.’

Prof. dr. Bertjan Verbeek, hoogleraar Internationale Betrekkingen.
‘Symboolpolitiek is absoluut een van de motieven voor de inzet van het leger in Uruzgan. Omdat er met ons defensiebeleid allerlei instanties zijn gemoeid, die allemaal verschillende belangen hebben, komt het in de praktijk vaak tot een compromis. Zo wil het Ministerie van Buitenlandse Zaken (BuZa) het Nederlandse prestige verder opwerken. Daarbij speelt de promotie van Den Haag als stad van het internationaal recht een rol, maar ook het halen van de VN-norm voor besteding aan ontwikkelingshulp en de deelname aan militaire operaties. Zo koopt Nederland het respect dat het als klein land niet direct krijgt. Prestige helpt de overheid bij het voeren van onderhandelingen over allerhande zaken, zoals het milieu of een tijdelijk lidmaatschap in de Veiligheidsraad. BuZa is daarom vrijwel altijd voor inzet van Nederlandse troepen, waar ook ter wereld. ‘Toch vormen dit soort motieven niet altijd de doorslaggevende factor. Goede voorbeelden hiervan zijn de belangrijkste missies na de Koude Oorlog. Toen de Russische dreiging was verdwenen, hadden sommige onderdelen van het leger het gevoel dat ze zich moesten bewijzen tegenover de politiek. Uitzending naar Srebrenica maakte dat mogelijk. Door de fouten die daar zijn gemaakt, hebben de militairen nu de wil aan het volk te tonen dat een vredesmissie ook goed kan gaan.
‘Natuurlijk kunnen we niet eigenhandig het internationaal terrorisme uit de wereld helpen, daar is Nederland nu eenmaal te klein voor. Bij beslissingen over inzet van het leger speelt altijd internationale samenwerking een rol. Er komt dus meer kijken bij de missie dan alleen het uitzenden. Zo speelde bij de uitzending naar Kosovo het voortbestaan van de NAVO mee.
‘Uruzgan is meer dan symboolpolitiek, we doen daar echt iets. We helpen het land met de wederopbouw en een deel van het leger doet mee aan International Security Assistance Force, dat de Taliban moet verslaan. Het is echter niet slim om van de daken te schreeuwen dat we zoveel bijdragen aan de oorlogsvoering daar. De publieke opinie zal zich dan nog meer tegen de missie keren; het vergroot immers de kans op slachtoffers aan Nederlandse kant.’