ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Voedsel voor de Geest: Studeren in Ravenstein

Een studentenhuis op 21 kilometer afstand van het centrum, dat klinkt niet als de gedroomde woonplek. Toch staat aan de rand van het pittoreske dorpje Ravenstein een heuse studentenboerderij. De achttien huisgenoten delen de boerenhoeve met kippen, konijnen en paarden. We worden met onze modderige voeten ontvangen door vier van de bewoners.

Kirsten (23), tweedejaars Verpleegkunde, verwelkomt ons opgewekt in de eenvoudige, met tl-buizen verlichte keuken. Het spreekwoord ‘wat de boer niet kent, eet hij niet’ heeft zich op de tafel verwezenlijkt: geen exotische verrassing of eeuwenoud familierecept, maar een oerdegelijke, studentikoze pasta bolognese. Niels (22), eveneens tweedejaars Verpleegkunde, heeft voor de kerstsfeer maar liefst vier paarse kerstballen opgehangen. Voorafgaand aan het diner wordt de saamhorigheid benadrukt als Robbert (20), eerstejaars Psychomotorische Therapie, van de anderen een momentje stilte krijgt om te bidden.
De Ravensteiners blijken geen agrarische idealisten. De keuze voor het platteland is gemaakt uit praktische overwegingen. Annefleur (20), derdejaars Pedagogische Wetenschappen, geeft haar drijfveren prijs: ‘Robbert en ik komen uit Zeeuws-Vlaanderen. Vergeleken met vier uur treinen is een kwartiertje naar Nijmegen niks.’ Niels en Kirsten geven als argument dat ze in de boerderij snel een kamer konden krijgen. Geld besparen ze niet door in the middle of nowhere te wonen: de verhouding tussen de grootte en de prijs van de kamers is dezelfde als in het centrum van Nijmegen.
Merken de bewoners eigenlijk dat ze op een boerderij wonen? ‘We verbouwen niet onze eigen groente’, lacht Niels, ‘maar ik heb wel een keer gereden op een van de pony’s die achter in de wei loopt.’ ‘Soms kom je vreemde dingen tegen’, zegt Annefleur, ‘zoals onze vriezer die is volgepropt met de ledematen van een koe.’
Het vertier in het centrum van Nijmegen lijkt aan de neuzen van de vier voorbij te gaan. De laatste trein rijdt om kwart voor een ’s nachts. ‘Als we uitgaan, moeten we altijd een slaapplaats regelen in de stad,’ zegt Kirsten. Deze studenten gaan blijkbaar met de kippen op stok: ze hebben na het uitgaan nog nooit de eerste trein genomen. Als het aan Robbert ligt, komt daar verandering in. ‘Binnenkort ga ik met een aantal vrienden naar Nijmegen, dan gaan we helemaal los.’ Het viertal gaat wel regelmatig shoppen in Oss. ‘Dat is eigenlijk net zo leuk als in Nijmegen’, beweert Niels.
De band tussen de huisgenoten is hecht. ‘Van de jaren dat ik hier woon, vind ik het met deze huisgenoten het gezelligst’, stelt Annefleur. Tijdens het diner is dit te merken. Kirsten en Robbert zitten elkaar voortdurend te plagen met inside jokes, terwijl flapuit Niels boven iedereen uitratelt. Na het onderlinge gekibbel en geplaag is het tijd om de studenten zelf uit te dagen. We zijn benieuwd of de antwoorden creatiever zijn dan de maaltijd.

Culinaire kerstvragen

Vanaf welke eeuw wordt er in het Westen kerstmis gevierd?
Annefleur: ‘Rob, staat dat niet in de bijbel?’
Kirsten: ‘Ik denk sinds Jezus dood is.’
Annefleur: ‘Het was in ieder geval niet vanaf de middeleeuwen, toen waren ze te druk met de boekdrukkunst.’
Kirsten: ‘Gewoon de eerste eeuw na Christus dan maar?’

Bij dit antwoord kunnen we alleen maar een groot kruis zetten. In het Westen viert men kerstmis sinds de vierde eeuw na Christus. De Romeinse keizer wilde met dit feest een christelijke tegenhanger geven aan de zonnegod Mitras, wiens geboorte op 25 december gevierd werd.

Hoeveel veren heeft een kalkoen?
Annefleur: ‘Heeft een kalkoen veren dan?’
Niels: ‘Het kunnen er nooit meer zijn dan vijfhonderd.’
Kirsten: ‘Nee hoor, een mens verliest al honderd haren per dag. Een kalkoen heeft veel meer veren dan een mens haren heeft, dus ik denk dat het er wel duizenden zijn. Rob, zeg jij ook eens wat!’
Rob: ‘Oke, we zeggen vijfduizend.’

Met dit gevleugelde antwoord zitten de studenten er 1500 veren naast: 3500 veren is het juiste antwoord. Van boerderijbewoners mag toch meer kennis van dieren worden verwacht. Geen breintje.

Wat was de oorspronkelijke functie van de kerstbal?
Niels: ‘Dat is waar mensen elkaar leren kennen, zo’n vrijgezellending.’
Na een korte stilte barst iedereen in lachen uit.
Annefleur: ‘Het gaat om de kerstbal in de boom, sukkel!’
Kirsten: ‘Misschien was het een symbool voor liefde?’
Robbert: ‘Nee joh, dat zijn duiven. Je kent die tortelduiven toch wel?’

Het gesprek dwaalt af en er komt geen serieus antwoord meer. Wederom geen breintje dus. De kerstbal diende oorspronkelijk om heksen uit de buurt te houden. Van heksen werd beweerd dat ze geen spiegelbeeld hadden. Om niet herkend te worden, zouden zij wegblijven bij reflecterende objecten.

Wie was de eerste Europeaan die een kalkoen zag?
Niels: ‘Columbus! Oh nee, dat is natuurlijk geen Europeaan.’
Annefleur: ‘Jawel toch?’
Niels: ‘Nee, want dadelijk is het fout en dan word ik negatief neergezet.’
Kirsten: ‘Niels, niet zo bescheiden. We zeggen Columbus.’

Columbus is het goede antwoord. De Azteken en de Maya’s waardeerden de kalkoen om zijn smakelijke vlees, zijn vetarme eieren en mooie veren. Tegenwoordig is kalkoen een van de meest gegeten gerechten tijdens de kerstdagen. Met dit goede antwoord is het eerste breintje verdiend.

Welke fruitsoort draagt zijn zaden aan de buitenkant?
Niels: ‘Een aardbei, die kan zichzelf voortplanten.’
Annefleur: ‘Ja, dat kan een slak ook. Voor een aardbei heb je toch bloemetjes en bijtjes nodig?’
Robbert: ‘Misschien is het een paddestoel.’
Kirsten: ‘Dat is toch geen vrucht!’
Robbert: ‘Niet?’
Niels: ‘Even serieus, ik wil winnen! Het is een aardbei.’

Dit is het goede antwoord. Met de aardbei als toetje slepen de bewoners op het nippertje hun tweede breintje binnen.

Het juryrapport:
De wijdsheid van het platteland heeft bij de bewoners niet geleid tot diepe gedachten. Hoewel er allerlei associaties over tafel vlogen, zaten daar weinig goede antwoorden bij. De studenten hebben met twee breintjes niet goed geboerd.

Recept:
voor vier personen:
1 fles basis voor pastasaus
400 gram pastaschelpjes
250 gram voorgesneden Italiaanse roerbakgroenten
250 gram gehakt
Geraspte kaas
Winterpeen
Peper en zout

Dessert:
Maître Paul ijstaart

De bereiding van dit standaard studentengerecht spreekt voor zich. Prima uitgevoerd, maar zo weinig origineel dat een halve ster nog coulant is.

Tekst: Zef Faassen en Luuk Heezen
Foto’s: Loes Perrée

Klik hier voor alle artikelen van ANS december 2008