Hardcorejugend
Sinds 2002 beleeft het kledingmerk Lonsdale een revival. Door incidenten in Uden en Venray worden de dragers van het merk in de pers inmiddels breed uitgemeten als racisten en agressievelingen. De dorpen rondom Nijmegen kennen hun eigen ‘Lonsdale-jeugd’. Neonazi’s in de achtertuin?
Tekst: Roel Neijts
Illustratie: Ruud Vos
De zogenaamde Lonsdale-jeugd: een wereldje van overwegend laag opgeleide, nationalistische jongeren met liefde voor hardcore, drugs en Lonsdale-kleding. Vooral in dorpen en kleine steden – in deze omgeving voornamelijk Grave, Groesbeek, Malden en Wijchen – zoeken postpubers massaal heil in de subcultuur. De Lonsdalers uit bovengenoemde dorpen maken sporadisch contact tijdens ontmoetingen op hardcore-feesten zoals ‘X-Factor’ en ‘Poing’.
‘We zijn geen nazi’s,’ vertelt Fleur (18) uit Malden. Ze is een van de weinige uit haar vriendengroep die studeert. ‘De meeste Lonsdale-dragers zijn ontzettend dom. Ze weten niet eens wat nazi’s zijn. Als ik op een feestje iemand Hitler zie imiteren, met z’n wijsvinger als snor en zijn rechterarm in de lucht, stap ik op hem af en vraag ik waarmee hij in godsnaam bezig is. Die gasten weten niks van de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog.’
Venray, waar in 2004 flinke rellen ontstonden tussen allochtone en autochtone jongeren, kent wél een jongerengroep die het niet laat bij nationalisme alleen. ‘Op een feest in Venray was de sfeer zo agressief, dat zelfs blanke mensen die niet uit dat dorp afkomstig waren, moesten oppassen. Zelfs mensen die Lonsdale droegen, net als ik. Het zijn echt nazi’s daar.’
Onder de jongeren in de regio Nijmegen lijkt het met nazistische ideeën, zoals in Venray, mee te vallen. Nationalistische sentimenten worden wel volop gekoesterd, het dragen van bepaalde kleding is daarvan de voornaamste uiting. ‘Allochtonen voelen zich minder superieur wanneer ze personen zoals ik zien lopen. Het geeft ze het gevoel dat ze niet alles en iedereen aankunnen,’ vertelt een bezoeker op de website van Nieuw Rechts, een nationalistische partij. Vooral op hardcore-feesten zijn bomberjacks, Lonsdale- en Fred Perry-kleding, boots met witte veters, een kale kop en overhemden – tot het bovenste knoopje dichtgeknoopt – met bretels te zien. Op straat zijn dit soort nationalistische uitingen minder aanwezig. Fleur: ‘In je eentje met een bomberjack door de stad lopen, is niet meer te doen. Op z’n minst word je uitgemaakt voor nazi, en anders wel in elkaar geslagen door een groep buitenlanders.’
Melvin (17) uit Grave doet de opleiding Autotechniek en draagt ook Lonsdale, maar houdt er geen nationalistische ideologie op na. Hij is alle ophef over het kledingmerk beu. ‘Ik draag nog wel Lonsdale, maar ik koop het niet meer. Ik ben al dat gezeik zat, je bent meteen een nazi als je het draagt.’
Ongeorganiseerde subcultuur
Minister Remkes van Binnenlandse Zaken schreef begin juli 2005 een brief aan de Nederlandse gemeentebesturen met het verzoek extra aandacht te besteden aan Lonsdale-jongeren. Remkes spoorde lokale bestuurders aan tot het zorgen voor een netwerk dat ‘tijdig signalen opvangt en afspraken maakt over hoe wordt omgegaan met jongeren die in de problemen (dreigen te) raken’. Aanleiding voor de brief was een onderzoek door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), Lonsdale-jongeren in Nederland. Daarin werden de dragers van het merk onder andere bestempeld als ‘potentieel electoraal reservoir voor rechts-extremistische partijen’. In januari 2006 kwam in het landelijke nieuws naar voren dat de AIVD extra bedacht is op ‘de mogelijke rol van rechts-extremisten bij de radicalisering van de jongeren’.
Met Lonsdale-jeugd, momenteel een van de grootste subculturen in Nederland, wordt dus serieus rekening gehouden door de Nederlandse inlichtingendienst. Maar in hoeverre zijn ze daadwerkelijk gevaarlijk? Uit het rapport van de AIVD komt naar voren dat de groepen niet georganiseerd zijn en veelal fluïde. Dit klinkt niet als een sterke basis voor protestacties.
Benny (21), tweedejaars student aan de Radboud Universiteit en voormalig Lonsdale-drager, beaamt dat. Zijn prominente functie in een regionale nationalistische partij heeft hij vorig jaar neergelegd, onder andere vanwege teveel negatieve aandacht vanuit de extreem-linkse hoek en van de politie. Nationalist blijft hij wel, en hij onderhoudt nog steeds banden met andere nationalisten. ‘Er is inderdaad weinig georganiseerd onder extreem-rechtse en Lonsdale-jongeren. Toch moet je ze niet onderschatten. Kijk naar de moskeebranden na de moord op Van Gogh. Die rellen ontstaan door het hele land, zijn niet vooraf opgezet en onafhankelijk van elkaar.’
Fleur zegt dat ook haar groep geen georganiseerde bende tegen buitenlanders is. ‘We hebben geen bijeenkomsten waar we massaal ons gal spuwen over allochtonen. Wanneer er toevallig eens iets gebeurt, geven we daarover onze mening.’
Gedrogeerde agressie
De haat jegens buitenlanders – met name Turken en Marokkanen – heeft volgens Fleur vooral te maken met de mentaliteit van de allochtonen. ‘Ze zijn dominant aanwezig, hebben andere gewoontes en verdrukken de Nederlandse cultuur.’ De onvrede over de multiculturele samenleving wordt niet alleen door kleding geuit, maar ook door agressie naar allochtonen toe.
Taferelen zoals in Venray hebben onder de rook van Nijmegen nog niet plaatsgevonden, maar een massale interetnische vechtpartij wordt niet uitgesloten. Fleur: ‘Mocht ooit een buitenlander op een hardcore-feest in Karl Kani-tenue (een kledingmerk uit de hip-hopcultuur, red.) verschijnen, dan maken we hem af. Niemand kent zijn grens op zo’n party; iedereen is wous van de speed, xtc, ketamine, ghb of cocaïne.’
Confrontaties komen volgens Fleur incidenteel voor. De ene keer wordt een autochtoon bedreigd, de andere keer een allochtoon. ‘Een vriendin van me heeft nu nog een litteken, omdat een zwarte vorig jaar in haar gezicht een peuk had uitgedrukt. Ze had commentaar op zijn manier van dansen: hij reed met z’n stijve pik tegen haar reet.’ Hoe lang duurt het nog voordat de eerste dode valt? ‘Toen mijn auto laatst werd bekrast door een neger, was ik blij dat een vriend van me de trekker van zijn .9mm niet overhaalde.’
Benny plaatst het in groter verband. Volgens hem zijn het niet zozeer de kleine incidenten die voor onrust zorgen onder de rechtse jongeren. ‘De hel zal pas echt losbarsten bij een aanslag op bijvoorbeeld Utrecht CS of op een politicus als Wilders. Hoe meer de gewone man betrokken raakt, hoe groter zijn aversie zal zijn tegen de multikul.’
Rechtse boeren
Volgens de AIVD behoort slechts 5 procent van een Lonsdale-groepering tot de ‘harde kern’; de rest bestaat uit meelopers, waarvan de samenstelling constant fluctueert. Fleur en Benny bevestigen dat. Fleur: ‘Een klein deel van de Lonsdale-dragers die ik ken is daadwerkelijk nationalistisch. De rest, meestal de wat dommere lui, loopt er maar wat achteraan en heeft geen eigen mening.’ Benny deelt mee: ‘Behalve het feit dat ik in de gaten werd gehouden door de politie en de Antifascistische Aktie, is de kleine aanhang een belangrijke reden geweest voor mijn terugtrekken uit de partij. Er was te weinig animo en uiteindelijk is de partij doodgebloed.’
Is Lonsdale dan een kortstondige trend, overeind gehouden door een meningloze massa, waarvan het hoogtepunt reeds achter de rug is? Dragers en verkopers hebben het gehad met het imago van het merk. ‘Door buitenlanders word je uitgemaakt voor nazi, de pers bestempelt je als racist en met skinheads krijg je ruzie als je het merk draagt,’ klaagt Melvin. ‘Een kennis van me zit in dat skinheadwereldje. Dat zijn ook nationalisten, maar ze dragen alleen shirts van Skrewdriver en andere bands die oi!, hun muziek, spelen.’
Benny geeft toe dat het inderdaad minder goed gaat met Lonsdale. Het nationalisme blijft daarentegen wel groeien. ‘Lonsdale neemt wellicht qua dragers af, maar wanneer je kijkt naar rechtse partijen en het aantal leden, vooral onder jongeren, is er een stijgende trend waarneembaar. Daarnaast worden met name veel plattelandsjongeren steeds rechtser en hangt het aantal sympathisanten ook af van een ingrijpende maatschappelijke gebeurtenis, zoals een aanslag.’
Om ongewenste consequenties jegens de geïnterviewden te voorkomen, zijn hun namen gefingeerd.
Lonsdalers zijn hardcore-liefhebbers. Fleur raadt me dan ook aan ‘Poing’ te bezoeken, een eenmalige party in De Linde te Groesbeek, om rechtse jongeren in hun element te aanschouwen. Met dj’s als Darkraver, Paul Elstak en Highlander is het feest goed voor acht uur lang hakken en oorverdovende beats. De meerderheid van de partygangers draagt sportschoenen, een shirtje met teksten als ‘Hardcore never dies’, ‘Von Nimweghe’ en ‘Groesbeek Terror’. Met een strenge blik in hun ogen kijken de bezoekers naar de dansvloer, waar diehard-gabbers stuiteren op de moddervette beats van de verschillende dj’s. Ostentatief roken de toeschouwers hun sigaretten en drinken ze hun bier. Enkel op de dansvloer lijkt een euforische stemming te heersen, hoewel vaak kunstmatig op gang gebracht met behulp van pillen en speed. Cocaïne is onbetaalbaar.
‘Zie je die mensen met grijze legerbroeken?’ roept Fleur, die vanavond als mijn deskundige gids fungeert, me toe over de dominant aanwezige beat. ‘Dat zijn de echte racisten! En dat soort lui daar ook.’ Onbeschaamd wijst ze naar een kale jongen met een vale spijkerbroek en een blauw overhemd met bretels. Maar op dit moment zijn er maar heel weinig racisten aanwezig, er komen ook gewone hardcore-liefhebbers.
Wanneer de volgende dj opkomt, herinner ik me de uitspraak van Fleur over buitenlanders met een Karl Kani-outfit. Achter de draaitafel verschijnt, met een enorme grijns, de zwarte dj Darkraver. Zijn kleding: Karl Kani. Zijn bijnaam onder de Lonsdalers: Darkneger. American History X-taferelen blijven uit: geen stoeprand in de buurt wellicht, of was het maar stoere praat van Fleur? Zij neemt haar woorden echter niet terug, maar verduidelijkt: ‘Dit feest is goed beveiligd en er zijn weinig racisten.’ Darkraver overleeft de avond dus, hoewel hij wel een ‘wazige zwarte vlek achter de draaitafel’ blijft.
Hoewel de muziek zeer agressief klinkt, verloopt de avond rustig. Hier en daar wat wazige, gedrogeerde blikken, flauwvallende meisjes en kleine vechtpartijtjes; zoals het een doorsnee provinciale discotheek betaamt. Agressie lijkt hier zinloos: De Linde is, door gebrek aan animo onder de niet-natives, allochtoonvrij vanavond.
Klik hier voor alle artikelen van ANS februari 2006







Pingback: ANS-online » Protest op de muren