ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

M#

De universiteitsbibliotheek is prachtig. Hier gebeuren mooie dingen. Hier vindt diepgravend wetenschappelijk onderzoek plaats. Hier piekeren mensen over tentamens, scripties en slimme onderzoeksvragen. In de tentamenperiode sleep ik me iedere ochtend bij het eerste daglicht uit bed om, geteisterd door kou en regen, naar de UB te rijden. Terwijl ik mijn fiets parkeer stel ik tevreden vast dat ik vandaag weer een van de eerste ben. Soms, als ik de wekker te lang heb genegeerd, moet ik constateren dat ijveriger studenten beslag hebben gelegd op alle computers, kluisjes en studieplaatsen.
De portier grijnst me toe vanachter zijn spelletje Patience. Hij weet dat ik binnen afzienbare tijd weer langskom voor mijn eerste kopje koffie. Maar eerst waag ik een studiepoging op de nuchtere maag. Her en der zitten al wat lettervreters fronsend over hun paperassen gebogen. De gepensioneerde man, die elke ochtend met zijn jas aan uiltjes knapt boven oude boekwerken, is ook al neergestreken. Waar was ik? Hoofdstuk 4. Goed, eerst dus koffie. De ‘lounge’ is nog leeg. De automaten worden bijgevuld, ik zal achter de horoscoop van de Sp!ts van vandaag moeten wachten tot ik mijn bekertje kan vullen. Na de koffie wordt het echt tijd om aan de slag te gaan.
Er zitten inmiddels meer mensen in de bieb. Als ik rector magnificus was, had ik het wel geweten. Ik zou elke dag een ommetje maken langs de nijvere studenten en grijnzend de academische lucht opsnuiven die de noeste arbeiders ademen.
De aanwezigen lijken schrander en ijverig, maar de stilte heeft iets tweeslachtigs. Eigenlijk zitten hier allemaal mensen met een motivatieprobleem. En ik ben een van hen. We weten dat we, als we thuis blijven, niets uitvoeren. In de duffe stilte van de bibliotheek weten we ons verzekerd van de afwezigheid van afleiding. Of het moeten de eveneens aanwezige vrienden zijn, die ons wegplukken uit hoofdstuk 4 en verleiden tot koffiepauzes in de rode kuipstoeltjes van de ‘lounge’.
Pauzes zijn de enige vorm van vertier op de lange dagen in de bieb. Het is beter maar niet naar buiten te kijken, waar het toevallig altijd prachtig weer is. Of het regent, en daarvan word je al niet vrolijker. Studieontwijkende medestudenten zijn een beter uitzicht.
Terwijl ik onder het genot van mijn zoveelste bakje troost veins de dagsudoku op te lossen komt een meisje luid telefonerend de trap op gelopen. Ze spreekt Limburgs. Twee pauzerende gekraagde mannen verslikken zich bijna in hun koffie bij het horen van de lijzige klanken. Het meisje heeft het, hoe kan het anders, over carnaval en wat ze al dan niet aan moet. De koffiedrinkers bouwen hikkend van de lach haar taaltje na. De Limburgse heeft niets in de gaten. Ik kan haar niet langer aanhoren. Tijd voor hoofdstuk 4.
Wanneer ik terugkom bij het opengeslagen boek, voeren drie rechtenstudenten aan mijn tafel fluisterend overleg.
‘Ga je mee meubels kijken?’
‘Nu?’
‘Ja.’
‘Waar?’
‘Parijs desnoods. Kom op, middagje meubelboulevard!’
De wetboeken worden opgepakt en ik ben weer alleen aan de tafel. Het gebrek aan motivatie blijft als een mist tussen de boekenplanken hangen.

Klik hier voor alle artikelen van ANS februari 2006.