ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Anuar: Een rapper in een klassiek orkest

Anuar wil niet beroemd worden, toch is hij de hoofdact van StuKaFest. Een verlegen jongen, maar ook druk en ad rem. Met een show die licht verteerbaar vertier biedt, en onder het oppervlak volop boodschappen herbergt.

Tekst: Maartje Bakker
Foto: Lisa Jacobs

‘Het liefst was ik nog tien jaar oud geweest. Ik probeer altijd het speelse van een kind in me te hebben.’ Anuar Aoulad Abdelkrim (28) is klein van stuk en zijn hoofd gaat schuil in een royale capuchon. Op het podium vertelt hij over dingen die hij doet: kinderlijk spontaan en een tikkeltje tegendraads. Toch is hij hard op weg naar volwassenheid in de cabaretwereld. Zelf blijft hij zich vastberaden een stand-upcomedian noemen. Hij weigert zich namelijk aan te passen aan de gevestigde cabaretiers met ‘hun piano’s, liedjes, gedichtjes en diepgang’.
In 2004 won Anuar het Cameretten-festival. Nu voert hij zijn avondvullende show Ik ben… op in heel Nederland, van Gorredijk tot Gorinchem. Op 1 februari is hij te gast in Nijmegen. Daar is hij de hoofdact van StuKaFest, het festival waarbij artiesten optreden in studentenkamers.
Anuar bewoont een flat in de Utrechtse wijk Overvecht, waar hij tot zijn eigen verontwaardiging zijn buren niet eens kent. We ontmoeten Anuar op een terras onder de overkapping van het winkelcentrum in zijn buurt. In efficiënt Nederlands, lidwoorden inslikkend en op topsnelheid, ratelt de Utrechter zijn verhaal. Totdat er tot drie keer toe een man langsloopt met een oorverdovend rammelend karretje. Anuar roept uit: ‘Hé meneer! Dit is een interview, man!’ En met een brede grijns: ‘Kijk, hij lijkt op mij! Geloof me, hij is irritant, net als ik. Hij loopt bewust telkens langs.’

Je eerste theatershow heet ‘Ik ben…’ Wie ben je, behalve irritant?
‘Ik geloof dat iedereen veel verschillende personen in zich heeft. Hangend op de bank ben je een ander type dan met vrienden in een discotheek; in een voetbalstadion ben je weer anders dan wanneer je in de bibliotheek zit te lezen. De invloed van de omgeving op ieder mens is groot, terwijl je dat nooit beseft. Dat is niet erg. Zo blijft contact interessant en spannend. Ik probeer al mijn persoonlijkheden te zijn in anderhalf uur. Ik wil laten zien wie ik ben als persoon; qua karakter, niet qua afkomst. Een ondeugende, vrolijke, charmante jongen die met een knipoog in de maatschappij staat. Daarnaast is de titel Ik ben…omdat het mijn eerste programma is. Ik stel mezelf voor.’

Wil je dat het publiek zich ergens van bewust wordt door het bijwonen van een show?
‘Nee. Ik wil mensen gewoon lekker laten lachen. Er zijn vierhonderd cabaretiers in Nederland en iedereen wil zijn boodschap kwijt. Een politicus lukt het al niet om te overtuigen, laat staan een komiek. Ik kan wel doen alsof ik alles beter weet, maar ik ben pas 28. Driekwart van de mensen heeft meer levenservaring dan ik. Ik geef mijn visie, mijn manier van denken.’

Toch staat in de aankondiging dat je het hebt over serieuze thema’s als de verharding van de maatschappij en individualisering. Weet je zeker dat je de zaal niets wil meegeven?
‘Ik probeer te vertellen alsof ik niets vertel. Toch kan ik niet anderhalf uur op een podium staan zonder iets inhoudelijks zeggen. Als je gaat ontleden, kom je boodschappen tegen. Heel veel boodschappen zelfs. Denk maar niet dat ik ze ga verklappen, ik moet nog anderhalf jaar met deze show.’

Kom op, die boodschappen zijn bedoeld om te worden gehoord.
‘Nou, goed. De hoofdboodschap ben ik zelf: ik speel bewust heel veel mensen, omdat ik echt zo ben en wil zijn. Daarnaast zijn er subboodschappen, bijvoorbeeld dat de maatschappij steeds harder wordt. Wat ik ook wil meegeven: wees gewoon jezelf. Ik ben van plan mijn hele leven mijn gevoel te volgen. Als mijn gevoel over vijf jaar zegt: word bakker, dan word ik bakker. Sommige mensen die op kantoor werken, zeggen dat ze bijvoorbeeld liever schoonheidsspecialiste zouden zijn. Doe dat gewoon, volg je hart, doe je ding! Dat is wat ik wil uitstralen.
‘Verder speel ik veel irritante typetjes op het podium. Niet om een zaal te ergeren; ik wil er iets mee bereiken. Een voorbeeld: in de Konmar dragen de medewerkers T-shirtjes met: “Kan ik u helpen?” Ik vertel in mijn show dat ik antwoord geef. Of ik vraag in een kledingwinkel of ik een paspop mee het hokje in mag nemen. Mensen vinden zoiets irritant. Het wordt heel snel als raar gezien, terwijl afwijkend gedrag juist heel grappig kan zijn.’

Doe je zulke originele dingen ook op straat?
‘Mijn materiaal is helemaal gebaseerd op dingen die ik om me heen zie gebeuren. Ik verzin niets; dat zou ik niet onthouden. Als ik iets meemaak, dik ik het aan en op een gegeven moment wordt het lachen. Ik kijk hoe ver ik kan gaan. Het lastigste is het om een goede grap te ontwikkelen. Eentje waarvan ik weet dat die altijd werkt, of ik nu in Venlo ben of in Delfzijl.’

Je houdt tijdens het spelen de zaal nauwgezet in het oog en neemt vaak iemand op de hak.
‘Ik wil een kat- en muisspel krijgen. Daarom interacteer ik veel. Het publiek moet het gevoel krijgen dat we in de kroeg zitten te kletsen, alsof we elkaar al jaren kennen. Ik wil mensen vrijuit laten lachen, zonder dat ze nadenken. Wat ik mooi vind: niemand kent elkaar, maar het publiek lacht als een geheel. Des te meer energie je krijgt, des te meer je kunt geven. Tijdens een optreden ben ik een druk baasje, terwijl ik in het dagelijks leven juist een verlegen, rustige jongen ben.’

Je legt nogal de nadruk op dat je stand-upcomedy maakt en geen cabaret. Waarom doe je dat?
‘Ik vind het lullig dat wat in de kroeg stand-up heet in het theater opeens cabaret wordt genoemd. Natuurlijk, ook ik breng een boodschap, ga voor de lach en werk met energie uit de zaal. Maar ik voel me een klein dochtermaatschappijtje van het grote cabaretbedrijf. Een mimespeler is net zo’n dochterbedrijfje. We verschillen van cabaret, maar zijn er wel mee verbonden. Nederland loopt daarin achter. In Amerika en Engeland kennen ze haast geen cabaret op de Nederlandse manier. Alles is stand-upcomedy. Microfoon en boem, je persoonlijke anekdotes vertellen. Het verhaal brengen alsof het wordt geïmproviseerd, terwijl 99 procent vaststaat. En dan proberen een flow te krijgen met de zaal.’

Waarom is stand-upcomedy in Nederland geen volwaardig genre?
‘Hier wordt alles beoordeeld aan de hand van de gevestigde orde: Wim Kan, Wim Sonnevelt, Toon Hermans. Zij zijn rolmodellen geworden. Alles wat eromheen springt, moet aan dezelfde criteria voldoen en vooral maatschappijkritisch zijn. Gelukkig wordt steeds meer onder het kopje cabaret geschoven. Toen ik Camaretten won, voelde ik me een rapper in een klassiek orkest. Iedereen kon zingen, piano spelen. Ik kwam gewoon grapjes maken. Ook de pers beoordeelde me naar de maatstaven van het traditionele cabaret. Journalisten zagen me door over een boodschap, willen over alles een mening hebben, ik moet mijn hele show verantwoorden. Daar word ik een beetje ziek van. Ik moet negen van de tien keer dezelfde vragen beantwoorden.’

Welke vragen worden dan structureel niet gesteld, die je wel graag zou willen beantwoorden?
‘Wat is je passie? Of, wat zou nog meer een leuke vraag zijn… hoe voel je je na een show?’

En hoe zou je ze beantwoorden?
‘Mijn passie is theater maken op mijn manier: mijn ding doen als stand-upcomedian in een grote cabaretwereld. Ik wil mensen gelukkig maken, zodat ze met een smile naar huis gaan. En de dingen die ik meemaak overbrengen aan de zaal. Na een show ben ik gewoon heel erg moe.’