Reisbureau Radboud
Studieverenigingen met een lege portemonnee misbruiken subsidiegeld om hun pretreisjes te kunnen betalen. Organiseerden studenten in de jaren zeventig nog een gezellige fietstocht over de Veluwe, tegenwoordig vliegt men naar Polen, Rusland of zelfs China om aldaar een kroegentocht te houden. ‘Wij willen gewoon lekker naar het buitenland.’
Tekst: Ewoud Rohn en Annemiek de Vries
Illustratie: Ruud Vos
Begeleiders knijpen een oogje dicht, studenten wonen lezingen bij met een fikse kater en brengen bliksembezoeken aan musea om toch maar de benodigde subsidie op te kunnen strijken. Onder het mom van studieverbreding en internationalisering voeren studieverenigingen elk jaar druk overleg over de bestemming van de studiereis. De kosten van het internationale tripje zijn echter nog veel belangrijker; hoe lager de de eigen bijdrage, hoe beter.
Om de kosten laag te houden, zijn reiscommissies sterk afhankelijk van subsidiëring door de faculteit, de vakgroep en Stichting Nijmeegs Universiteitsfonds (SNUF).
Zolang de studiereis een wetenschappelijk karakter draagt en een toegevoegde waarde heeft voor de opleiding, is een geldsom gegarandeerd. Dit biedt ruimte voor verenigingen om op een creatieve manier binnen deze voorwaarden te blijven. Voor veel studieverenigingen is het voornaamste doel dat hun leden gezellig samen op reis gaan. Dat het wetenschappelijk karakter daardoor in sommige gevallen naar de achtergrond wordt verbannen, is een verwaarloosbaar gevolg. Een bescheiden belronde langs enkele studieverenigingen levert in korte tijd al vier voorbeelden van misbruik op.
Cultureel verantwoord abseilen
‘Op onze studiereis naar Polen woonden we in Warschau een lezing bij op de Nederlandse ambassade. Elke avond ervoor waren we tot diep in de nacht gaan stappen. Dat had intussen zijn tol geëist: overal zaten studiegenoten te knikkebollen en een enkeling sliep achterin de zaal zijn roes uit. Van die lezing is me niet veel bijgebleven’, vertelt een 22-jarige student Politicologie. ‘Het was vooral gezellig om met een grote groep in een vreemd land te zijn. De bezoeken aan het Poolse parlement en het kantoor van de Europese Commissie waren eerder stoffig dan nuttig. Uiteindelijk hebben die activiteiten er wel voor gezorgd dat we van SNUF flink wat subsidie konden lospeuteren.’
Hoewel geen enkele studievereniging het met vermelding van naam en toenaam wil toegeven, is het duidelijk dat de geschetste situatie niet uitzonderlijk is. Een woordvoerder van een studievereniging van de faculteit Letteren legt hoe gemakkelijk de eisen van SNUF zijn te omzeilen. ‘Aangezien wij graag op reis willen en de toekenning van subsidie onze enige kans hiertoe is, moeten we zorgen dat het studiegerelateerde karakter wordt gewaarborgd. Helaas zijn het juist de saaie musea en culturele erfgoeden die academisch verantwoord zijn en in aanmerking komen voor een toelage van SNUF. Maar met wat passen en meten lukt het altijd om onze reis zelf in te richten; abseilen is cultureel verantwoord als je dat in een nationaal park doet en slechts een kwartiertje expositie telt al als een bezichtiging. De rest van de dag blijft over om te doen waar we zin in hebben.’
Wie is de leukste aio?
Niet alleen de voorwaarde van het studiegerelateerde karakter kan zonder veel moeite worden omzeild, ook de aard van de wetenschappelijke begeleiding, die moet toezien op het academische niveau, wordt ruim geïnterpreteerd. Volgens Harmen Beurmanjer (21), student Psychologie en bestuurslid van de Stichting Psychologenbond, selecteert de reiscommissie een leuke assistent in opleiding (aio) die in het kader van de subsidie meegaat. ‘Het belangrijkste is dat die goed in de groep ligt en met ons mee gaat stappen. De aio ziet niet toe op het wetenschappelijk niveau.’ Kortom, er blijken verenigingen te zijn die doelbewust ruimdenkende en alcoholgevoelige begeleiders uitzoeken. Niet alleen studenten grijpen in de nachtelijke uurtjes van hun reis begerig naar goedkope lokale drank, aio’s en zelfs docenten willen zich eveneens ontspannen. Sommige docenten trekken zich discreet terug in hun hotel wanneer de studenten op stap gaan, ook al weten ze dat dit de volgende ochtend resulteert in een comateus concentratievermogen van hun studerend reisgezelschap. Bij andere studies zuipen de docenten vrolijk mee; een Biologiestudente zegt dat hun docent zich dermate had bezat, dat hij niet meer kon staan. ‘Met vier man hebben we hem naar zijn bed moeten dragen, hij viel steeds achterover.’
Pretsubsidies
SNUF realiseert zich dat haar regels niet waterdicht zijn. Toch subsidiëren ze de meeste reizen; slechts in een enkel geval wordt achteraf gekort op de vergoeding. ‘Het is uitermate lastig om onrechtmatig gebruik van subsidie boven tafel te krijgen’, verklaart Iris Koffijberg, coördinator communicatie en studentenorganisaties. ‘We kunnen natuurlijk het idee hebben dat iedereen ons probeert te bedriegen, maar wij willen ervan uitgaan dat studenten in goed vertrouwen een aanvraag indienen. Binnen onze mogelijkheden controleren we zo goed mogelijk, maar we gaan studenten niet als een stel kinderen behandelen.’
Wellicht moet SNUF haar uitgangspunt nog eens overwegen, want sommige studenten maken grof misbruik van haar goede vertrouwen. Natuurlijk mag er op een studiereis worden gedronken, maar buitensporig gedrag riekt naar fraude. Het zou jammer zijn als studenten door dit soort studiereizen een verkeerd beeld van SNUF krijgen. In de wandelgangen ‘de verstrekker van pretsubidies’ worden genoemd kan natuurlijk niet de bedoeling zijn.






