ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Wijkagent: Galgenveld

Elke maand doet de Wijkagent zijn ronde door een ander stadsdeel. Van getto tot villapark speurt hij Nijmegen af, op zoek naar de meest studentikoze wijk. Deze maand: tevreden bejaarden en rotte eieren in Galgenveld.

Tekst: Martine Peters van Ton
Foto’s: Sjors Overman

Rust, reinheid en regelmaat. Dat lijkt het credo van de wijk Galgenveld. Waarschijnlijk woont op zijn minst één van je docenten er. Vlakbij het hectische universitaire leven vindt de drukbezette academicus hier een oase van rust. De naam van de wijk verraadt dat het er nooit levendig is geweest: in de middeleeuwen werden hier ter dood veroordeelden opgehangen.
Drie buurten vormen samen Galgenveld. Het dichtst bij de universiteit ligt de Professorenbuurt met voornamelijk bejaarde bewoners. Deze buurt loopt richting Keizer Karelplein over in de mooie en rustige Indische buurt, en helemaal noordelijk zijn winkels, horeca en de meeste studenten te vinden.

Bruisend hart
‘De levensader van de wijk’, zo betitelt Jan, uitbater van cafetaria Family, ‘zijn’ Fransestraat. Deze straat vormt het levendige centrum van Galgenveld. Er is een biologische bakker, een slager, meerdere tandartsen, een kapper, buurtcafé Frowijn en de Cinematheek. Jan is trots op zijn cafetaria: ‘Ik noem ons publiek altijd “multicultureel”: studenten, maar ook gezinnen, huisartsen en bouwvakkers.’ Volgens de frietboer letten de bewoners op elkaar. ‘Laatst is hier een studente verkracht, dus nu kijk ik, voor ik naar bed ga, altijd even buiten of er geen gespuis rondloopt.’ Verder zorgt Jan goed voor zijn belangrijkste afnemers: ‘Speciaal voor studenten hebben we onze porties extra groot gemaakt.’
Ook eetcafé St. Anneke, dat nog nét bij de wijk Galgenveld hoort, heeft de student hoog in het vaandel staan. Hier komen disputen – zoals S.A.G.A., De Tempeliers en D.I.A.N.A. – en veel hockeyteams bijeen. Barman Pierre, een oude rot in het vak, vertelt: ‘Elke vrijdag is het hier gigantisch druk. Wij zijn het bruisende hart van Galgenveld.’
Verder naar het zuiden ligt de rustieke Indische buurt. De huizen ogen er mooi: statige panden met torentjes, balkons, glas-in-lood en ingelegde tegels worden afgewisseld met oude boerderijen. Fietsen met plastic zakken over het zadel en rotzooi in de tuinen verraden ook hier de aanwezigheid van studenten.

Bejaarde buurt
De naoorlogse Professorenbuurt lijkt nog het meest op een hangplek voor ouderen. Een van de grootste complexen waarin ze resideren, grenst aan voormalige universiteitsgebouwen. Volgens de bouwplannen van de toenmalige KUN zou de campus hier komen. Daarom zijn hier een studentenkerk – nog in gebruik – en een oude mensa te vinden. Het is een rare gewaarwording om in de oer-Refter te staan. De architectuur is identiek aan die van het Erasmusgebouw, maar tegenwoordig dreunt hippe fitnessmuziek door deze ruimte. Daarin is nu een sportschool gevestigd. Tegenover de studentenkerk, waar burgemeester Thom de Graaf nog is getrouwd, woont de Indiase Cyril (36), student Theologie. Hij houdt van de rust die de wijk hem biedt. Met zijn bejaarde buren kan hij het goed vinden, vertelt hij in gebrekkig Engels. ‘In de zomer probeer ik gesprekken met ze aan te knopen in de vlindertuin die tussen ons in ligt.’
Rust heerst ook in het SSHN-complex Galgenveld. Het gebouw is vanmiddag zo goed als verlaten. Het is er donker, koud en de muren zijn ongezellig kaal. Voetstappen op de trap galmen door het hele gebouw. Behalve het uitbranden van een kamer in mei 2005 is hier in tijden niets spannends gebeurd. Thijs (23), student Psychologie, beaamt dat Galgenveld bekendstaat als saai, maar zijn gang vindt hij best gezellig. Met de wijk heeft Thijs weinig: ‘Voor cafés en restaurants ga ik naar de stad. Ik heb me nooit verdiept in wat Galgenveld me heeft te bieden.’
De studenten en bejaarden delen de Coop Compact, een van de twee kleine supermarkten die de wijk rijk is. Mevrouw Klijnstra (78) doet er altijd haar boodschappen. Ze vindt de studenten behulpzaam: ‘Laatst vroeg een aardige jongeman me nog of mijn tas niet te zwaar was.’ Geregeld maakt ze een praatje, maar echt contact tussen de twee generaties is er niet. ‘Ik doe mijn boodschappen meestal wanneer de gemiddelde student nog op één oor ligt’, glimlacht het kwieke oudje.

Ligging en bereikbaarheid
Franci: ‘Ik zou nergens anders in Nijmegen willen wonen, deze wijk heeft echt de ideale ligging.’
Charlotte: ‘We wonen heel dicht bij het centrum en ook niet ver van de universiteit. Ondanks die centrale locatie is het hier lekker rustig.’
Lize: ‘De busverbindingen waren vroeger beter. Nu stoppen de bussen die de Groesbeekseweg aandoen niet meer bij de universiteit. Klote dus als je fiets kapot is.’

Bewoners
Irene: ‘Afgelopen zomer hadden Lize en ik ons ingeschreven voor een straatfeest. We zagen de jengelende kinderen en hadden plots geen zin meer.’
Lize: ‘Vervolgens werden onze namen omgeroepen door de straat. We zijn lekker binnengebleven. Misschien dat de buurtbewoners ons daarom nog zo weinig groeten op straat.’
Franci: ‘Het huis naast ons is van Ovum Novum. We hebben wel eens rotte eieren tegen onze ramen en door de brievenbus gekregen. Maar dat doen onze buren zelf niet, dat zou wel heel triest zijn.’

Uiterlijk
Franci: ‘Galgenveld is een nette wijk, de huizen zijn er goed onderhouden en er ligt geen rommel op straat.’
Lize: ‘De Indische buurt is het mooiste stukje van Galgenveld.’
Irene: ‘Ik vind de Van Slichtenhorststraat, waar wij wonen, de mooiste straat van de wijk.’
Franci: ‘En ons huis is natuurlijk het mooiste huis van de straat!’

Groen
Franci: ‘Het groen bestaat eigenlijk alleen uit bomen langs de weg.’
Esther: ‘Wel mooie bomen! Voor de bloesem in het voorjaar fiets ik speciaal een stukje om. Dat is echt een geluksmomentje voor mezelf.’
Irene: ‘In de zomer liggen we af en toe in het parkje tegenover De Wedren, maar die ligt officieel niet in onze eigen wijk.’

Middenstand
Lize: ‘Het brood van de biologische bakker De Knollentuin, die bij ons om de hoek zit, is echt lekker.’
Irene: ‘De friet van Cafetaria Family daarentegen…’
Lize: ‘Ach, die friet is prima te eten. Bovendien is Jan een hele aardige man. Ik kom er graag.’
Charlotte: ‘Onze boodschappen doen we bij de Spar aan de Sint Annastraat, die is dichtbij en heeft de meeste dingen wel.’

Cafés
Franci: ‘Wij weten St. Anneke wel te vinden!’
Charlotte: ‘Als we daarheen gaan, komen we altijd bekenden tegen.’
Lize: ‘De stamgasten zijn alcoholisten, maar wel aardig. Zo kreeg ik ooit een pakje sigaretten van een dronken man toen ik geen geld bij me had.’
Esther: ‘In Frowijn komen we niet vaak. Af en toe in de zomer; dan is hun terras heel gezellig.’

De Wijkagent kent toe: 3.5 op 5