ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Desánne van Brederode – Hoezo, een vrouw?

Tijdens de Frans Kellendonklezing van dit jaar opent filosofe Désanne van Brederode, columniste van het televisieprogramma Buitenhof, de aanval op het groepsdenken. ‘Ik ben nog nooit “een vrouw” tegengekomen.’

Tekst: Zef Faassen en Sjors Overman
Foto: Leo van der Noort

‘Volgens mij is de Frans Kellendonklezing aan de RU een nogal gewichtig gebeuren’, zegt Désanne van Brederode (37) over de jaarlijkse rede. Sinds 1992 wordt ter nagedachtenis van de homoseksuele schrijver Frans Kellendonk ieder jaar een spreker uitgenodigd. De auteur, die in 1990 stierf, had tijdens zijn leven onconventionele opvattingen over emancipatie en verschillen tussen man en vrouw. Hij riep met scherpe vragen in zijn werk kritiek over zich af, maar zette ook veel mensen tot denken aan. In voorgaande jaren gingen Oek de Jong, Arnon Grunberg en Joost Zwagerman in op vragen die Kellendonk in zijn werk opwierp. Dit jaar zet Van Brederode deze traditie van lezingen voort.
Net als Frans Kellendonk houdt Van Brederode zich in haar werk, naast columniste is ze ook pamflet- en romanschrijfster, veelvuldig bezig met emancipatie. Ook het blootleggen van structuren die de maatschappij beheersen is een belangrijk thema. Het is geen verrassing dat ze op 11 februari zal oreren over de tegenstelling tussen mannen en vrouwen. De filosofe generaliseert niet graag, maar lijkt er toch niet aan te kunnen ontkomen.
‘We moeten het niet meer hebben over mannen en vrouwen in het algemeen. Dat vind ik echt flauwekul. Die conclusie zal ik tijdens de Kellendonklezing trekken. Het is raar als mensen over “een vrouw” spreken. Ik ben de gemiddelde vrouw nog nooit tegengekomen. Toen Oek de Jong in een interview verklaarde dat hij een vrouwelijke hoofdpersoon koos om in zijn roman in de huid van een vrouw te kunnen kruipen, las ik dat met verbijstering. Hoezo “een vrouw”? Dat is ook wat veel filosofen doen, ze vormen een beeld van “de mens”. Daarom heb ik ook niet zoveel met filosofie: anderen mogen best generaliseren maar ik hou daar niet van.’

Is het thema sekseverhoudingen nog actueel?
‘Ja, het speelt nog steeds. Vorig jaar bijvoorbeeld reageerden veel vrouwen op de documentaire Beperkt houdbaar van Sunny Bergman. Ik heb niet het idee dat vrouwen door mannen worden onderdrukt maar er bestaan nog steeds clichés die in stand worden gehouden. Vrouwen willen heel graag normaal lijken, ze houden er niet van hun hoofd boven het maaiveld uit te steken; ik ben daarop geen uitzondering. Als een vrouw iets controversieels zegt, legt ze meteen uit wat er mee wordt bedoeld. Mannen wordt dat nooit gevraagd, controverse van hen wordt veel gemakkelijker geaccepteerd. Ik heb geprobeerd een pleidooi te schrijven voor een vrije verbeelding, een die niet wordt geregeerd door sociale constructies zoals man-vrouw stereotypes, net als Kellendonk deed.’

Hoe ga je zelf om met die bestaande stereotypes?
‘Het is onmogelijk om eraan te ontkomen. Laatst werd ik door iemand gevraagd voor een opdracht. Later bleek dat ik was gevraagd omdat er niet genoeg vrouwen in die organisatie zaten. Dat is toch een beetje raar; Dan zit ik verwonderd voor me uit te staren omdat ik dacht dat iemand me zou vragen vanwege mijn schrijftalent, niet vanwege mijn geslacht.
‘Het is belangrijk om vooroordelen over mannen en vrouwen ter discussie te stellen, anders blijven die ideeën in stand. Ik denk erover om daar een essay aan te wijden, om clichés op een ludieke manier onderuit te halen. Dat kan door ze scherp aan te vallen, maar ook door ze op een leuke manier te persifleren of mensen ludiek met hun gedrag te confronteren. Het schijnt bijvoorbeeld dat als echt nette Britten tijdens een diner opmerken dat iemand zijn gulp open heeft staan, ze uit beleefdheid ook hun gulp open zetten. Op zo’n ironische manier probeer ik in mijn essays mensen een spiegel voor te houden.’

Je pamflet ‘Brief aan een gelukzoeker’ beschrijft hoe buitenlanders in Nederland worden gestigmatiseerd. Waar maak je je druk om?
‘Ik hoop dat ik bij lezers vragen oproep over dingen waarover ik mezelf verbaas, die ik in het publieke debat mis. Het is geen verontwaardiging; ik zou het liever verbijstering willen noemen, dat is net een graad minder erg. In mijn ogen verhouden sommige dingen zich vreemd tot elkaar. Dat laat ik ook zien in mijn laatste roman Hart in hart. Daarin heb ik het over het gemak waarmee mensen vreemdgaan, terwijl diezelfde mensen het continu over eerlijkheid hebben. Die houding verbijstert me. Sommigen zeggen dan laconiek dat het al eeuwen gebeurt. Moeten we dat ook maar zeggen over oorlog: het bestaat al eeuwen dus laat mensen elkaar maar de kop inhakken.’

Hoe wordt gereageerd op de kritiek in je pamfletten?
‘Ik heb me regelmatig verbaasd over de mensen die de ironie ervan niet inzien. Het is zo overdreven en grotesk geschreven; ik schreef juist over de Nederlanders in het algemeen, omdat er zo vaak over ander groepen – bijvoorbeeld moslims of Marokkanen – als geheel wordt gesproken. Het aantal keer dat lezers me hebben aangevallen op de pamfletten verwondert me. Ze riepen: “Wie denkt Désanne van Brederode dat ze is?” Ik zou generaliseren, lezers vonden dat ik voor mezelf zou moeten spreken, enzovoorts. Het is raar dat mensen in groepen denken. Met Brief aan een gelukzoeker wilde ik mensen laten merken hoe het voelt als een ander zomaar zegt dat een hele groep op een bepaalde manier in elkaar zit.’

Je zei eerder dat je niet zoveel met filosofie hebt, maar schrijven over hoe mensen denken klinkt behoorlijk filosofisch.
‘Nou nee, een echte filosoof is altijd heel consistent en dat ben ik niet. Ik kan in alles wat ik zeg en in ieder stuk dat ik schrijf wel iets terugvinden waarvan ik denk dat het mijn eerder werk tegenspreekt. Het is niet mijn doel om voor mezelf bepaalde dingen helder te krijgen, zodat ik ooit kan zeggen dat alles op een bepaalde manier in elkaar zit. Het vinden van die waarheden wordt over het algemeen zo eenvoudig verward met het vinden van zekerheid. Mensen houden teveel vast aan zekerheden, daarmee kan ik slecht uit de voeten.’

Je waakt voor dogmatiek?
‘Ja, voor dogmatiek of een geborneerde houding. Mensen zeggen dat ze zeker weten wat hun eigen waarheid is omdat ze iets hebben meegemaakt, of hebben nagedacht over bepaalde dingen. Voor hen staat alles vast, ze twijfelen niet meer. Als je zo leeft kun je jezelf net zo goed meteen opknopen.’

Dat is nogal rigoureus.
‘Nou ja, ik zie niet in wat het leven dan nog leuk maakt, het lijkt me verschrikkelijk om met dat soort zekerheden te leven.’

Ben je er verbijsterd over dat ontzettend veel mensen wel zo denken?
‘Jazeker. Die mensen wil ik ook graag een klein beetje martelen, stiekem. Ik zal het niet echt proberen, maar ik fantaseer soms wel heel erge dingen. Iemand langzaam een beetje pijn doen, net zolang totdat hij een paar zekerheden opgeeft. Dat lijkt me heerlijk.’

Is dat de reden waarom je schrijft?
‘Ik kan niet altijd meteen een mening hebben over een onderwerp. Sommige mensen hebben direct een weerwoord als op een feestje iemand obligate onzin verkoopt. Ik kan dat niet, het is gemakkelijker om een beetje te glimlachen en grapjes te maken. Eenmaal thuis kom ik er vaak pas achter wat ik echt van een onderwerp vind; dan schrijf ik erover. Een andere reden is dat ik tijdens het lezen in de hoofden van andere mensen kan meekijken zonder dat zij dat in de gaten hebben. Tijdens een goed gesprek krijg ik misschien ook een kijkje in iemands hoofd, maar ik blijf toch altijd achter met raadsels en losse eindes. Doorfantaseren kan alleen tijdens het schrijven van een roman. Toen ik dat begreep dacht ik: dat wil ik ook kunnen maken!’

Wil je naast het inleven een moraal kunnen meegeven aan je personages?
‘Een roman mag nooit een voertuig zijn voor een morele boodschap. Als ik iets te vertellen heb of een vraag wil oproepen, schrijf ik daarvoor een pamflet of een essay in de krant. Als ik een moraal met een roman zou willen bereiken, doe ik hoe dan ook mijn personages onrecht aan. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om er karikaturen van te maken. Mijn romans blijven verhalen. Alhoewel, het zou mooi zijn als een bedrogen lezeres gaat scheiden van haar overspelige echtgenoot na het lezen van bijvoorbeeld Hart in hart. Dan heb je toch een duit in het zakje gedaan. Die mensen hoeven dan niet meer in een leugen samen te leven. Helaas heb ik nog nooit een brief gekregen met: dankzij uw boek zijn we heerlijk uit elkaar. Dat zou wel leuk zijn.’