Door de Bril van Roel
Roel van den Tillaart (23), vijfdejaars Geschiedenis en preses van Carolus Magnus
Locatie: Sociëteit Carolus Magnus
Tekst: Stefan Meeuws
Foto: Klaas van der Pijl
Het ziet er hier wel erg steriel uit voor een studentenvereniging.
‘Deze toiletten zijn voor het bestuur. Wij hebben de luxe van een schoon toilet en stapels stripboeken. Eerstejaars mogen slechts bij hoge uitzondering de bovenverdieping betreden. De wc’s op de begane grond beantwoorden meer aan de vooroordelen. Veel mensen maken er daar een gewoonte van hun lege glazen in de toiletpot te gooien, waardoor die regelmatig verstopt raakt. Onze lage bierprijs draagt misschien bij aan de gezelligheid, maar zeker aan de rotzooi.’
Wordt het toilet nog voor andere doeleinden gebruikt?
‘We hebben op de sociëteit de regel dat er niet wordt gezoend. Ik vind het zelf behoorlijk storend als mensen elkaar staan af te lebberen. Op de wc controleren we niet, dus mocht de drang te groot worden, dan is naar buiten gaan niet de enige optie. Wat dat betreft is de wc een vrijplaats hier. Ook is er een keer iemand op het toilet in slaap gevallen. Toen hij wakker werd, was iedereen naar huis, waren alle deuren op slot en ging het alarm af. De alarmcentrale belde het halve bestuur met een inbraakmelding wakker. Uiteindelijk is een heldhaftig bestuurslid de arme jongen komen redden.’
Wat wordt jouw heldendaad als preses dit jaar?
‘Eind februari organiseren we een na-introductie. Ik wil ervoor zorgen dat we dan minstens twintig nieuwe leden binnenhalen. Daarnaast willen we in de hoofdintroductie de promotie verbeteren, door samen met onze disputen één beleid te voeren. Ook gaan we snijden in de duur van de ontgroening, zodat er hopelijk meer nieuwe leden overblijven. Natuurlijk kan ik niet precies vertellen wat er gaat gebeuren. Dan is de lol eraf.’
Dat klinkt ambitieus, wil je er soms nog een jaar aan vast plakken?
‘Het is niet gezond om deze functie langer dan een jaar uit te oefenen. Samen met de andere bestuursleden ben ik iedere dag tot diep in de nacht op de sociëteit. Tijdens ledenvergaderingen komt het er vooral op neer dat ik speech en met leden praat en dat de rest van het bestuur in een hoek bier zit te drinken. Als ik genoeg heb van al dat geklets, vlucht ik naar boven. Daar kan ik ongestoord DirkJan lezen.’






