ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Het Laatste Oordeel – Prof. dr. J. Lenders

Duffe opsommingen of ultiem entertainment? Iedere maand verschanst ANS zich in de
collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU.

Tekst en Foto: Sjors Overman

College:
Hartfalen, woensdag 16 januari 8:45-9.30, Lammerszaal

Docent:
Prof. dr. J. Lenders

Uitstraling:
Snor in witte slagersjas

Inhoud:
Pijn in het hart

Publiek:
Specialisten in hart en nieren

Eindcijfer:
7

Medici zijn eigenheimers. Ze hebben hun eigen gaarkeuken in het ziekenhuis en zelfs een eigen café, exclusief voor studenten van de medische faculteit. Zes jaar lang zwoegen ze stilletjes, verborgen achter de muren van het ziekenhuis, op hun ingewikkelde beroepsopleiding. Veel meer dan dat ze regelmatig in dood mensenvlees snijden en elkaar bejegenen in potjeslatijn, weten we niet. Wellicht is het ziekenhuis aan het Geert Grooteplein een goede plek om iets op te doen over hartkwalen, voor het geval dat 14 februari een dag als iedere andere blijkt. Is er ook een medische oorzaak van een gebroken hart? Schuif aan bij het college over hartfalen van professor Lenders.
Voor een volle zaal – die zich qua oppervlakte kan meten met menige theaterzaal – staat een man in witte jas; laserpointer in de aanslag. Het is één van die artsen die hun witte jas nooit uit lijken te doen. Niet alleen lopen ze in het wit met rasse schreden door de ziekenhuisgangen, ook colleges worden door hen in bedrijfskleding gegeven. Het liefst hangt ook de stethoscoop de hele dag om de nek, of in ieder geval nonchalant uit de jaszak. In plaats van het uniform bij het verlaten van de ziekenzaal op de kapstok te hangen, willen ze overal tonen dat ze écht dokter zijn. Zo ook deze internist. Het is een eigenaardig trekje dat deze man met zijn rustige, gewichtige uitstraling eigenlijk helemaal niet nodig heeft.
Met autoriteit spreekt dokter Lenders over zijn onderwerp, hartfalen. Zijn technische verhaal draait om drie hoofdpunten: hoeveel bloed stroomt het hart in, hoe sterk is de hartspier en welke druk moet worden overwonnen bij het pompen. Zonder plaatjes maar met overzichtelijke PowerPoint dia’s licht hij zijn punten toe: ‘Tegenwoordig kunnen we dit probleem behandelen, maar daardoor zijn er alleen maar meer patiënten bijgekomen; mensen met de kwaal worden immers ouder.’ Aan de hand van cijfers laat de docent zien dat er voor mensen ouder dan zestig haast geen ontkomen aan is. Patiënten lijden aan longoedeem, hypertensie of astma cardiale. Het lijkt alsof iedereen uiteindelijk zal worden geveld door een van de enge symptomen van hartfalen.
De docent toont zich een kundige gids op de weg naar het hart. De aanwijzingen die hij geeft in vaktermen als ‘pleuraholte’, ‘contractiliteit’ en ‘nervus vagus’ zijn voor de leek helaas niet meer dan geheimtaal. Lenders vliegt in hoog tempo door zijn stof. Gelukkig beheerst hij, in tegenstelling tot de meeste academische docenten, ook de collegezaaltechniek feilloos. Geen haperende computers of piepende microfoons die hem in de steek laten. Wanneer het verhaal bijna ten einde is, kijkt een deel van het publiek, lamgeslagen door de grote hoeveelheid informatie, nog slechts glazig voor zich uit. Als afsluiter volgt een aantal behandelingsadviezen. Om de pijn bij de patiënt met hartfalen te verlichten is morfine gebruikelijk. Zo is iedereen een belangrijke tip rijker: bij een gebroken hart bieden alleen zware verdovende middelen verlichting.

Het Laatste Oordeel der Studenten
De studenten zijn tevreden met professor Lenders: ‘Hij is een echte vakman’. Ze omschrijven zijn stijl als duidelijk en deskundig. Het college loopt tien minuten uit, wat tot enige negatieve reacties leidt. Langzaam dwalen gedachtes af naar hartstochtelijke zaken, zoals ‘mijn vriendje’, ‘Pamela Anderson’ of simpelweg ‘het inplannen van mijn drukke agenda’. Het laatste oordeel is helder: Lenders is dé man om ‘compensatio cordis’ uit te leggen, maar hij mag best een horloge aanschaffen.