Het Masterkartel
De invoering van de bachelor-masterstructuur in 2001 beloofde een grotere keuzemogelijkheid voor studenten. Floreert een vrije kenniseconomie of zit de Radboudiaan als een rat in de val?
Tekst: Frederik Kerling en Andy Leenen
Illustratoe: Loes van Woezik
De RU gaf enkele jaren geleden het startschot voor het krampachtige studentenbeleid van tegenwoordig, door masteradvertenties van andere universiteiten te weren van de campus. Ondertussen is het conservatieve Nijmeegse bewind overgeslagen op de rest van universitair Nederland. De weg naar het buitenland is geplaveid met tientallen folders, maar over een switch naar een andere Nederlandse universiteit wordt in alle toonaarden gezwegen. De binnenlandse strijd om de masterstudent wordt nog steeds met de hand op de knip gevoerd. Wordt het niet eens tijd dat universiteiten de Eurotekens uit hun ogen wrijven en echt door een academische bril naar studenten kijken?
Kwaliteit
Tijdens de opening van het Academische Jaar 2001-2002 hield Loek Hermans, toenmalig Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), een toespraak aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hierin kwam de bachelor-masterstructuur, een grondvoorwaarde van de Bolognaverklaring uit 1999, uitvoerig ter sprake. De verklaring was bedoeld om het internationale academisch verkeer te bevorderen. Hermans’ belangrijkste punt betrof de overgang van kwantiteit naar kwaliteit: ‘Op dit moment concurreren universiteiten vooral op het binnenhalen en laten afstuderen van zo veel mogelijk studenten. Ik heb mijn hand in eigen boezem gestoken door te zeggen dat de huidige bekostiging dit stimuleert. Er zullen in de toekomst drie selectiemethoden zijn: kwaliteit, kwaliteit en nog eens kwaliteit.’ Welke universiteit zet de eerste stap door te imponeren met haar klasse, en niet met het aantal ingeschreven studenten?
Oogkleppen
Overal op de Radboudcampus is informatie te vinden over een masterstudie in het buitenland, terwijl informatie over een master binnen de landsgrenzen zeer schaars is. Op de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica zijn bijvoorbeeld slechts twee folders te vinden die verwijzen naar een binnenlandse master buiten de RU. Bij de onderwijsbureaus worden deze foldertjes niet eens ontvangen. Het Informatiecentrum Bachelor Master op de Comeniuslaan 4 is de enige plek op de universiteit waar voldoende informatie te vinden is over Nederlandse masters buiten Nijmegen. Bovendien is adverteren voor masters aan andere universiteiten al ruim vijf jaar verboden op de RU campus. Een voorval met het blaadje Impuls van studievereniging Marie Curie in november vorig jaar is tekenend voor deze situatie. Hoewel het blad een oplage heeft van slechts 200 stuks, werd de redactie om opheldering gevraagd nadat ze een masteradvertentie voor de Universiteit van Utrecht had geplaatst.
Volgens het College van Bestuur zijn er tussen de universiteiten onderling afspraken gemaakt om geen reclame te maken bij elkaar. De persvoorlichter van de Universiteit van Tilburg, Pieter Siebers, verklaart: ‘Het aantal masteradvertenties in universiteitsbladen begon uit de hand lopen. Om geen geld over de balk te smijten is toen tijdens het bestuursoverleg van de Vereniging van Nederlandse Universiteiten (VSNU) besloten geen reclame meer te maken in universiteitsbladen.’ Deze afspraak is pas gemaakt toen het verbod op de Radboudcampus reeds twee jaar van kracht was.
Een overgroot deel van het curriculum binnen de studies blijkt nationaal niet goed aan te sluiten. Er bestaat per bachelor één doorstroommaster. Een master volgen van specifieker aard vereist een schakelprogramma, dat onverhoopt allerlei logistieke problemen met zich meebrengt. Daarnaast worden studenten geconfronteerd met vroege inschrijfdata, complexe procedures, sollicitatiegesprekken en talloze toetsingen van kennis- en taalvaardigheden. Kortom, de overgang van een bachelor naar een master elders wordt allesbehalve gemakkelijk gemaakt door de universiteiten. De overgang op dezelfde universiteit is wel vereenvoudigd, door de zogenaamde ‘zachte knip’. Dankzij deze voorwaardelijke toelating kan een student mastervakken volgen terwijl de bachelor niet is afgerond. Dit is een uniek Nederlands fenomeen. Op de RU wordt veel met de zachte knip gewerkt, maar dit is niet bij alle universiteiten het geval. Zo wordt er op de TU Delft een harde knip gehanteerd, evenals op sommige faculteiten van de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Maastricht.
Het voordeel van deze zachte knip is dat een student geen studievertraging oploopt, maar het nadeel is dat een student gebonden blijft aan dezelfde universiteit.
Een goede naam is geld waard
In augustus 2008 zal een rapport van het ministerie van OCW verschijnen met een evaluatie van de invoering van de BaMa-structuur. Het ziet er naar uit dat hieruit zal blijken dat de universiteiten elkaar nog steeds voornamelijk beconcurreren op basis van het studentenaantal, en te weinig op de kwaliteit van de opleiding. Daarnaast zal de zachte knip moeten verdwijnen om aan de internationale afspraken van de Bolognaverklaring te kunnen voldoen. De keuze om elders een master te volgen, wordt zowel bewust als onbewust tegengewerkt. Zolang wetenschappelijk en financieel eigenbelang een grotere rol blijven spelen dan een soepele doorstroom, is een probleemloos BaMa-stelsel nog mijlenver verwijderd. Een student die zijn vleugels wil uitslaan naar een andere stad, moet voorlopig stevig in zijn schoenen staan. Informatie over masters in andere steden ligt niet voor het oprapen, en de weg naar buiten zit vol logistieke hobbels en onverwachte kuilen. Het wachten is op een universiteit die de concurrentie aandurft op basis van de kwaliteit van haar masteropleidingen, in tegenstelling tot het krampachtig vasthouden van haar studenten door gespeelde onnozelheid en slinkse trucs.







