ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Maartse buien

Soms voel ik me een verdraaid goede trendwatcher. Mijn eerste observatie in 2008: het is hip om het nieuwe jaar in het buitenland in te luiden. Désanne van Brederode was in Wenen, vrienden vertrokken in een krakend Peugeotje naar Krakow, mijn huisgenote ging naar Brussel, en mijn eigen nieuwe jaar begon in Madrid. Geen slechte plaats voor een feestje, zou je zeggen. Spanjaarden hebben een reputatie van knallende fiestas, bruisende sangria, hete dansen, zonnige humeuren.
Dat viel toch wat tegen. De Madrileen toonde zich de kalmte zelve. Rond twaalf uur ’s nachts verzamelden de Spanjaarden zich in Puerta del Sol (goeie naam, dat wel – 2008 ingaan via de Poort van de Zon, wie wil dat niet?). Meegebrachte flessen champagne kwamen het plein niet op. Men werd geacht ze leeg te schenken in doorzichtige plastic literglazen. Om dan geduldig te wachten, totdat, tja, tot wanneer eigenlijk? Totdat een vermoeden van het nieuwe jaar zich via een onduidelijk gonzen verspreidde? Totdat een handjevol vuurpijlen het luchtruim werd ingeschoten? Totdat politieagenten het startsein gaven door hun levensgrote champagneglazen te heffen?
Niemand leek het goed te weten. Sommigen schrokten hun druiven naar binnen, van tevoren ingeslagen, keurig verpakt in zakjes van twaalf. Eet je ze om middernacht, dan schijn je verzekerd te zijn van twaalf maanden geluk. Het duurde niet lang of men blies zachtjesaan een stille aftocht in, elkaar af en toe een schuchter ‘feliz año’ toeprevelend. Op het hoofd droeg men allerhande felgekleurde pruiken, maar die detoneerden enigszins bij de uitgestreken gezichten eronder.
Was dat even een lelijk misverstand: Spanjaarden zijn geen
losbollerige feestbeesten, maar beheerste, haast saaie mensen. Doen wij in Nederland dan toch beter, met onze zogenaamd calvinistische en nuchtere inslag. Bij ons barst tenminste om twaalf uur de hel los aan vuurwerkgeknal, en een hemel aan innige omhelzingen.
Ik had het natuurlijk kunnen weten. Javier Marías, een bekende Spaanse schrijver, beschreef in zijn topzestien van Spaanse karaktereigenschappen immers ook al vervelende trekjes zoals roddelzucht, geldbelustheid, onvriendelijkheid ten aanzien van toeristen en chauvinisme.
Hoe zou zo’n topzestien er voor Nederland uitzien? Op één staat dus ‘goed in feestjes bouwen’ – dat zullen we tijdens carnaval nog wel eens bewijzen. De rest van de Nederlandse volksaard wordt sinds kort open en bloot uitgevent op tv. Preciezer gezegd: zij is te vinden in ‘Boer zoekt vrouw’, het programma dat vertroeteld wordt door ten minste vier miljoen Nederlandse televisiekijkers. Ook ik ben toegewijd fan. Om het typische Nederlandergevoel.
De broer van boer Jan: ‘Jan is nu veel opener, ik kan nu drie kwartier met ‘m bellen op een dag.’ Boerin Agnes: ‘Willen jullie appelmoes bij het eten?’ Henk en zijn bitches vinden het gezellig om nootjes uit een kant-en-klaar AH-bakje te eten. Bij boer Gerard thuis is het lachen geblazen, omdat vrouw Léonie is op de stoel gaan zitten waar Gerard normaal zit. Maar het meest oer-Hollandsch is de grote belangstelling die voor de koeien is weggelegd: ‘Ik denk dat ik het wel leuk zou vinden om elke dag koeien te melken. Het is niet direct saai, want het zijn levende beesten’, zegt Anita. Ook Annet zwijmelt: ‘O, die warme lekkere dikke koeienlijven…’
Dat vind ik uitspraken om van te smullen. En er is maar één manier om ons uit deze totale burgerlijkheid te redden: met een uitzinnig feest eens per jaar. Voortaan ben ik met Oud en Nieuw weer gewoon in Nederland.