ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Museumtest

Nijmegen presenteert zich als ware cultuurstad. In 2018 hoopt ze zelfs tot culturele hoofdstad van Europa te worden verkozen. In een stad met die ambitie hoort een serie topmusea thuis. Een vakkundige jury zocht uit welke een bezoekje waard zijn, en waar je verre van moet blijven.

Tekst: Yolanda de Haan en Loes Perrée
Foto’s: Sjors Overman en Loes Perrée

De jury:
Martijn d’Hamecourt, tiendejaars Kunstgeschiedenis, met oog voor detail
Edo Emans, tweedejaars Algemene Cultuurwetenschappen, backpacker met bagage
Johanna Kool, vijfdejaars Economie, museum-addict

Afrika Museum, 5 euro (met studentenkorting), Postweg 6, Berg en Dal
Wie op zoek is naar armoede, hongerbuikjes en ellende is in het Afrika Museum aan het verkeerde adres. Mooie, grote foto’s laten Afrikanen in kleurrijke jurken met mobieltjes en Ray-Ban zonnebrillen zien.
In het buitenmuseum doet de geur van rondwandelende geiten en schapen vermoeden dat we ons bevinden op de plaatselijke kinderboerderij. De verschillende nederzettingen doen een stuk exotischer aan. Ieder te bezoeken dorp heeft z’n eigen hutten en gebruiken. Vanaf april, wanneer de woningen zijn ingericht, tonen de niet zo authentieke ‘inwoners’ het dagelijkse leven in de dorpen. De Chopbar, met zijn kleurrijke terras en comfortabele banken, is een prima plek om Hollandse hongerbuikjes te vullen. Een vrolijk bord kondigt het plat du jour aan. Na een paar fruitige bananenbiertjes lijkt emigreren geen slecht plan.

Martijn d’Hamecourt: ‘Ik stem voor landelijke invoering van bananenbier.’
Edo Emans: ‘Dit museum kan niet tippen aan mijn persoonlijke ervaringen in de rimboe van Tofinou.’
Johanna Kool: ‘Het buitenmuseum is ideaal om even af te koelen. De foto’s met mooie, donkere mannentorso’s in combinatie met de zwoele beats brachten me flink van mijn stuk. ’

Natuurmuseum Nijmegen, 3 euro, Gerard Noodtstraat 121, Nijmegen
Achter de balie zit een man met warrig haar en moskleurige kledij. Hij kijkt verwonderd op en lijkt zich af te vragen of er werkelijk een bezoeker onder de vijftig voor hem staat.
De begane grond is volgebouwd met vitrinekasten. De nadruk ligt op de flora en fauna van Gelderland. Opgezette dieren staren de bezoekers wezenloos aan. Het ontbreken van vernieuwingsdrift blijkt uit de vergeelde naamkaartjes. In de laatjes zitten veelal stenen, gedroogde insecten of gewoonweg niets. De schedel van een mammoet blijkt het hoogtepunt. Op de tweede verdieping doet de plotselinge explosie van licht pijn aan de ogen. Ook hier wemelt het van opgezette dieren, daarnaast wordt de geschiedenis van de valkerij uitgelegd.
De kindervoorstelling lonkt door de kleuren en geluiden van de zee. Kinderen moeten allerlei vragen proberen te beantwoorden. Deze verdieping is het meest interessant, maar het is de vraag of dat de bedoeling is.

Martijn D’Hamecourt: ‘Wat een dooie boel.’
Edo Emans: ‘Ik zou toch zweren dat ik de suppoost zag bewegen.’
Johanna Kool: ‘Mag ik deze ruimte, de medewerker incluis, even afstoffen?’

Museum het Valkhof, 3 euro (met studentenkorting), Kelfkensbos 59, Nijmegen
Het Valkhof is het gemeentemuseum van Nijmegen. In de eerste expositieruimte trekken enorme Barbapappa-achtige, gekleurde vormen meteen de aandacht. Een paar meter verder staat een vitrinekast met aardewerk dat in Nijmegen werd opgegraven. Nog ouder dan dit verjaarde keramiek is het skelet van een vrouw die vanuit haar sarcofaag de voorbijganger met holle ogen aanstaart. Het wordt al snel duidelijk dat de rode draad door deze moderne kunst, oude gebruiksvoorwerpen, opgravingen en foto’s de stad Nijmegen is.
Het museum toont niet alleen kunst en geschiedenis, maar ook Nijmegen zelf. Enorme ruiten exposeren de stad. Het uitzicht doet even stil staan. Voor één van de glazen wanden ligt een serie felgekleurde kussens om drie speelborden heen. We hebben het museum snel gezien, dus we belanden met een plof op de vrolijke zachte zitjes.

Martijn d’Hamecourt: ‘Een must-see voor de Nijmeegse student. De wisselende collectie is een ware uitdaging.’
Edo Emans: ‘Na het zien van musea als het Louvre en het Guggenheim vind ik deze kleinburgerlijkheid wel schattig.’
Johanna Kool: ‘Die sarcofaag was freaky. Een beetje rouge zou de dame in kwestie niet misstaan.’

MuZIEum, 17,60 euro (inclusief ontdekkingstocht door het donker), Nieuwe Marktstraat 54a, Nijmegen
Het MuZIEum is een ervaringsmuseum. Tijdens de ‘ontdekkingstocht door het donker’ kan men een uur lang meemaken hoe het is om niets te zien. ‘Volgen jullie mij maar’, zegt gids Hans, die al vanaf zijn geboorte blind is. ‘Ik zal jullie eerst mijn werkkamer laten zien.’ Door voorzichtig een paar meter de volledige duisternis in te schuifelen wordt een kantoorruimte bereikt. Hans nodigt de bezoekers uit om even rustig rond te voelen. De ruimte blijkt gevuld te zijn met een kast vol boeken in braille en een tafel met een sprekende computer. Na twee keer rammen op het toetsenbord is het wel genoeg geweest. De computerstem is onduidelijk en verwarrend. Iedereen wordt er onrustig van.
Door de stem van Hans te volgen manoeuvreert het groepje zich door een parkje met drassige ondergrond. Opeens wijzen het getik van een stoplicht en het geluid van voorbij razende auto’s erop dat hier een drukke weg ligt. Hans stelt iedereen gerust en zorgt ervoor dat we veilig de overkant bereiken. Rustig wordt er nog wat rondgesnuffeld op een markt vol geurende producten om vervolgens in een kroeg te eindigen. ‘Ik moet weer vlug door naar de volgende rondleiding. Jullie vinden de weg wel terug, toch?’ grapt Hans. In de groep ontstaat lichte paniek. Iedereen lijkt Hans meer te vertrouwen dan zichzelf. ‘Dat is heel grappig om te zien’, zegt Janneke, die werkt bij het muZIEum. ‘Hans is een man waar mensen in het dagelijkse leven niet snel blind op zouden vertrouwen.’ In dit museum blijken de rollen omgedraaid.

Martijn d’Hamecourt: ‘Mijn oog voor detail kwam in het duister nauwelijks van pas.’
Edo Emans: ‘Dit is een ware eye-opener’
Johanna Kool: ‘De prijs deed mijn economische hart even stilstaan.’

Museum voor Anatomie en Pathologie, gratis, een rondleiding kost 45 euro voor 15 personen, Geert Grooteplein 21, UMC St. Radboud
Vol afschuw staart een groep scholieren naar een opgezette baby waarvan de huid gedeeltelijk is verwijderd. Een aantal meter verderop bestuderen een paar pubers de doorsnede van de longen van een zware roker. ‘Die longen zijn helemaal zwart. Ziet het er bij mij ook zo uit?’ Twee studenten Geneeskunde leiden de groepen door een wereld vol spookachtige aanzichten van embryo’s op sterk water, opgezette ledematen en doorsneden van het menselijk lichaam. Het is boeiend en soms ietwat schokkend om te beseffen dat de preparaten ooit levende mensen zijn geweest.
De rondleiding duurt een uur, wat uiteindelijk te weinig blijkt te zijn om alles goed te bespreken. Ondanks de kleine expositieruimte en het relatief beperkte aanbod, blijf je als gast verrassend lang ronddwalen.
Het enige minpunt is dat de afdeling pathologie kleiner en minder indrukwekkend is dan de naam van het museum doet vermoeden. Bezoekers die zich voornamelijk hadden verheugd op lugubere ziektebeelden, zullen zich ietwat bedrogen voelen.

Martijn d’Hamecourt: ‘De complexiteit van een embryo van twaalf weken heeft me verbijsterd.’
Edo Emans: ‘Een interessante reis door de anatomie van het menselijk lichaam.’
Johanna Kool: ‘Bonuspunten voor de smakelijke Geneeskundestudent die me rondleidde.’

Museumpark Orientalis, 9,50 euro, Profetenlaan 2, Heilig Landstichting, Groesbeek
Dit park is een openlucht museum waar drie grote religies; het christendom, de islam en het jodendom centraal staan. De nadruk ligt op overeenkomsten en verschillen tussen deze geloven. Hiermee probeert het museum bij te dragen aan meer begrip voor elkaar. De bedoelingen zijn goed, maar door een gebrek aan financiële middelen zijn sommige onderdelen slecht onderhouden.
Via verschillende routes komt de bezoeker in nagebouwde dorpen en steden terecht. Deze reconstructies varieëren van een dorpje in Jordanië en een Oosterse herberg tot een Romeinse winkelstraat. De huisjes en winkels in de dorpen zijn vaak typisch ingericht. Smalle steegjes leiden naar mooie plekken. Een grauw huisje verbergt een heuse Joodse synagoge. Elke ruimte vertelt de bezoeker een eigen verhaal. Sommige oude gebouwen zijn ingericht met moderne schermen waarop documentaires worden getoond. Boodschappen over conflict en vrede passeren de revue. Wellicht iets te moralistisch voor de ongelovige kijker.

Martijn D’Hamecourt: ‘En ik zag dat het goed was.’
Edo Emans: ‘Halleluja.’
Johanna Kool: ‘Helemaal leuk hoor. Maar met spierpijn in mijn billen en verzwikte enkels pleit ik voor het verhuren van ezels.’