ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Onder promovendi

Ze zijn de belofte van de wetenschap: promovendi. Een schets van de wording der weledelzeergeleerde heren en dames. Het traject is niet zonder struikelblokken. ‘Publiceren is een politiek spel.’

Diepgravend en intensief onderzoek is voor veel studenten een noodzakelijk kwaad tijdens de studie. Een selecte groep researchjunkies krijgt echter zelfs na minstens vier jaar geen genoeg van de universiteit. Deze promovendi sluiten zich nog eens vier jaar op om zich te geven voor de wetenschap, én voor de doctorstitel.
Voor een karig loon moeten de assistenten in opleiding (AIO’s) een serie onderzoeken neerpennen, eindeloos herzien, publiekelijk verdedigen en ondertussen nog onderwijs geven; promoveren lijkt een hondenbaan. Twee kersverse doctoren van de RU aan het woord over hun promotieperiode.

Politiek spel
Dr. Evelien Joosten (29) was helemaal niet van plan om te promoveren. Hoewel ze eerst Neuro- en Kinderpsychologie heeft gestudeerd, bleek de verslavingszorg haar meer te boeien. Na een korte tijd met deze ‘grote kinderen’ te hebben gewerkt, kreeg ze het aanbod te promoveren op een populaire maar amper onderzochte behandelingsmethode voor verslaafden.
Joosten: ‘In de beginfase van mijn promoveren woonde ik nog in een studentenhuis in Tilburg, tussen de rock- en kunstacademiestudenten. Toen ik begon met het onderzoek, kreeg ik steeds minder tijd om te stappen. Ik bleef wel vaker uitgaan dan mijn collega’s. Dat was een hele fijne en geleidelijke overgangsfase van student naar onderzoeker.
‘Ook nadat ik was verhuisd, vlogen de jaren voorbij. Waar veel AIO’s moeilijk gemotiveerd blijven, twijfelde ik geen moment of ik wel wilde doorgaan. Mijn onderzoek was namelijk erg gevarieerd. Eerst heb ik in de pilotfase een compleet nieuw promotieonderwerp opgezet, waarop na mij meer mensen zullen promoveren. Nadat de subsidie werd toegezegd, heb ik hulpverleners getraind. Door de verslaafde patiënten te ondervragen, functioneerde ik als tussenpersoon tussen patiënt en hulpverlener. Cliënten durfden daarom alleen aan mij het achterste van hun tong te laten zien. Dat gaf voor mij een extra dimensie aan het onderzoek, maar vooral ook aan mijn werk als behandelaar.
‘Het schrijven dat logischerwijs op het verzamelen van data volgt, was een hele omslag. Om hele dagen achter een computer te slijten, is verschrikkelijk vermoeiend voor een actieveling als ik. Gelukkig vind ik statistische analyse heerlijk. Doorbikkelen met data en SPSS, dat hield me op de been.
‘Alleen het publiceren was vervelend: het is een politiek spel. Bepaalde hoogleraren hebben een geheel eigen visie. Propageer jij iets anders, dan ketsten zij je artikel onmiddelijk af. De meeste bladen over verslavingszorg zijn conservatief. Het blad waar ik uiteindelijk in heb gepubliceerd lag enigszins buiten mijn vakgebied, maar was ontzettend enthousiast.’

De Vestdijk van Neuropsychologie
Dr. Roel Willems (28) sleet afgelopen vier jaar zijn dagen in het Donders Institute for Cognitive Neuro-imaging tussen de hersenscans. Uit zijn revolutionaire onderzoek blijkt dat handgebaren, die gesproken taal begeleiden, extra informatie overbrengen; baanbrekend en reeds in vele vooraanstaande bladen gepubliceerd. Eerder onderzoek stelde namelijk dat handgebaren redelijk onbruikbaar zijn naast het gesproken woord. Hoewel Willems eigenlijk klaar is met de langdradige dagen op kantoor, rondt hij nog enkele zaken af voor de promotieceremonie. Daags voor de plechtigheid vertelt hij over zijn ervaringen.
Willems: ‘Ik heb in Maastricht gestudeerd en wist vervolgens niet zo goed wat ik wilde. Wel had ik het gehad met Maastricht. Hoewel ik geen flauw benul had van wat dagelijks onderzoek met zich meebrengt, besloot ik te solliciteren bij een onderzoek van het splinternieuwe F.C. Donderscentrum.
‘Onmiddellijk kwam ik in een groep vrij jonge onderzoekers terecht, waar het uitstekend mee klikte. We gingen stappen in Trianon, aten soms samen en iedere vrijdag hadden we een borrel bij de Medische faculteit. Dat de sfeer in de groep zo belangrijk is, onderschatte ik vroeger. Ik dacht dat het allemaal draaide om
het onderzoek.
‘Na anderhalf jaar ging de promotie toch tegenvallen, toen wilde ik iets kunnen afronden. Dat gaat gepaard met gedachtes als: “Kan ik dit wel? En wil ik dit wel?” Vooral het publiceren is een stroperige, trage fase. Ik moest mijn paper vaak herzien voordat het werd gepubliceerd; dit kan verschrikkelijk lang duren. Daar ben ik een stuk cynischer door geworden, maar om de kwaliteit van artikelen te waarborgen hoort dit er natuurlijk bij.
‘Om mezelf toch enthousiast te houden, was het belangrijk de wekelijkse lezingen en praatjes te bezoeken en congressen aan te doen. Daar lopen ontzettend veel slimme en inspirerende mensen rond die de passie voor onderzoek delen en bijdragen tot nieuwe
inzichten.
‘Nieuwe inzichten kan ik ook uit onverwachte resultaten putten, zo ook tijdens het doen van de laatste analyses. Daar kwamen ontzettend onverwachte dingen uit. Dat zette me aan het denken en op een gegeven moment kon ik niet meer stoppen. Ik lag diep in de nacht pas op bed, en dacht “als dit zo zit, moet dát eigenlijk ook zo zijn”, om weer op te springen en achter mijn computertje te kruipen. Dat werkt ontzettend verslavend.’

Naast internationale bladen bleken ook hoogleraren onder de indruk van het onderzoek van Willems. ‘Waarde promovendus, dit is een zeer indrukwekkend proefschrift dat baanbrekend onderzoek ondersteunt’, stelden zij tijdens de promotieceremonie. Bij de lofrede gingen ze nog verder. “‘Oh gij, die sneller schrijft dan God kan lezen”, sprak Roland Holst over Simon Vestdijk. Na een wat moeilijke start ben jij op weg de Vestdijk van Neuropsychologie te worden.’ Het oordeel: de AIO promoveert cum laude aan de Radboud Universiteit. Voor velen klinkt het wellicht als een hondenbaan, voor de gepassioneerde onderzoeker is hoogleraar worden het summum.

Tekst: Timo Pisart
Foto: Tom de Goeij