ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Wikiwetenschap

Academici zijn gul met kritiek op de betrouwbaarheid van Wikipedia. Toch beginnen de filosofie en techniek achter de open encyclopedie de wetenschap te beïnvloeden. Zullen nieuwe vormen van publicatie en internationale samenwerking aanslaan?

Zeekoeien zijn gek op pizza. Althans, dat werd ooit beweerd op Wikipedia. De aanwezigheid van zulke grappen illustreert een zwakke plek van de open encyclopedie. Al sinds haar oprichting in 2001 is zij mikpunt van kritiek, veelal vanuit wetenschappelijke hoek. Deze scepsis is gericht op het twijfelachtige niveau en het gebrek aan betrouwbaarheid. Wetenschappers hebben de neiging om experts op een voetstuk te plaatsen, bovendien houden zij vast aan kwaliteitscontrole door middel van peer-review. Dit in tegenstelling tot de open werkwijze van Wikipedia waarin echt iedereen kan meeschrijven, deskundig of niet. Deze openheid schept ruimte voor partijdigheid en vandalisme, zoals het moedwillig toevoegen van onjuiste informatie en grappen.
Ondanks deze bezwaren experimenteren vooruitstrevende onderzoekers met de filosofie en software van Wikipedia. Zij willen de kwaliteit van wetenschappelijke informatie op internet verbeteren en nieuwe kanalen ontwikkelen om resultaten in de wetenschap snel en open te verspreiden. In combinatie met internationale samenwerking lijkt dit het toekomstbeeld van de wetenschap te gaan bepalen.

Bijeengeschraapte meningen
In december 2005 vergeleek het tijdschrift Nature de betrouwbaarheid van de gerenommeerde Encyclopaedia Brittanica met die van Wikipedia. De digitale encyclopedie bleek 30 procent meer inhoudelijke fouten te bevatten en beduidend slechter gestructureerd te zijn. Toch oordeelde Nature mild over Wikipedia’s kwaliteit en riep vervolgens wetenschappers op om vooral bij te dragen.
In de ogen van Marcel Hulspas, wetenschapsjournalist bij De Pers, was dit koketteren met Wikipedia slechts een publiciteitsstunt. Zelf is hij pessimistischer over de betrouwbaarheid. De suggestie dat door het bijeenschrapen van meningen een nauwkeurige encyclopedie zou ontstaan, vindt hij belachelijk. ‘Mijn ideale Wikipedia heeft geen academische of “objectieve” pretenties.’ Hij is wel positief over mogelijke veranderingen die internationale samenwerking met behulp van Wiki-technologie teweeg kan brengen. ‘Hoe eerder een einde komt aan de dominantie van de gedrukte tijdschriften,
hoe beter.’
Marc Slors, hoogleraar Cognitiefilosofie aan de RU, ziet in zijn eigen vakgebied mogelijkheden voor digitale samenwerking, maar onderkent een groot praktisch probleem. ‘Filosofen zijn doorgaans enorme individualisten. Ik acht het vrijwel onmogelijk een groep filosofen te laten wikiën over hun onderwerp. Jammer, we kunnen daar veel mee opschieten.’ Slors vindt het grootste manco van Wikipedia dat de kwaliteit van artikelen nooit kan worden gegarandeerd. ‘Informatie wordt opgezocht omdat men iets niet weet, waardoor de betrouwbaarheid niet kan worden beoordeeld. De kwaliteit gaat omhoog als veel mensen een artikel aanpassen, maar het vertrouwen van gebruikers gaat niet evenredig mee omhoog.’

Open wetenschap
Het tijdschrift RNA Biology strijdt sinds kort voor meer betrouwbare wetenschappelijke informatie op Wikipedia. Wie in dit tijdschrift publiceert, is namelijk verplicht een vereenvoudigde samenvatting van de resultaten te schrijven. Deze wordt na peer-review geplaatst op Wikipedia en in een RNA-database. Hulspas ziet dit eveneens als een publiciteitsstunt: ‘Het initiatief lijkt me vooral een poging om de eigen database toegankelijker te maken, niet als ondersteuning van Wikipedia.’
Ondanks de scepsis lijkt de wetenschappelijke wereld klaar voor nieuwe publicatievormen. Marco Aiello, Professor Distributed Information Systems aan de Rijksuniversiteit Groningen, vindt dat resultaten sneller en meer open moeten worden verspreid. ‘Nu is het publiceren van wetenschappelijke resultaten nog een traag en kostbaar proces. Er wordt al geëxperimenteerd met snelle digitale verspreiding, maar deze open tijdschriften zullen pas echt slagen als ze meewegen in de beoordeling van wetenschappers.’ Slors voegt hier enthousiast aan toe dat meer referenten commentaar kunnen leveren met deze nieuwe publicatievormen.
Wikipedia’s ‘open’ filosofie lijkt dus op meer aanhang in de wetenschap te kunnen rekenen. Nieuwe online encyclopedieën als Citizendium en Scholarpedia bieden slechts experts de gelegenheid hun kennis te delen met een breed publiek. Onderzoekers die niet bang zijn hun primeurs te verliezen, kunnen bijdragen aan het revolutionaire Nature precedings archief. Hier wordt onderzoek tussentijds gedeeld, zelfs voordat het is gepubliceerd.

Tussen woord en daad
Twee jonge promovendi, Thomas Kelder en Martijn van Iersel van de afdeling Bio-informatica aan de Universiteit Maastricht, beleefden afgelopen jaar een succes met de lancering van WikiPathways. Hiermee kunnen onderzoekers de ontdekkingen in hun deelgebied met collega’s samenvoegen. Zo ontstaan netwerken die inzicht bieden op een veel grotere schaal dan individueel onderzoek. Kelder tempert de verwachtingen voor de korte termijn: ‘Ondanks alle belangstelling voor WikiPathways is de bereidheid tot bijdrage beperkt. Onderzoekers zijn bang dat ze geen credits meer krijgen voor hun ontdekkingen.’
Deze vormen van samenwerking zijn een populaire toepassing van Wiki-technologie in de wetenschap. Pagina’s waar wetenschappers hun kennis integreren en samen aan resultaten werken, schieten als paddenstoelen uit de grond. Toch is het enthousiasme om zelf bij te dragen nog beperkt. Wetenschappers zien de voordelen, maar denken nog in ouderwetse vormen van publicatie en beoordeling. In hoeverre toepassingen uit de huidige Wiki-speeltuin het gaan redden, zal worden bepaald door de wetenschappers van de toekomst.

Tekst: Jolanda van der Meer en Rob Ramaker
Illustratie: Joost Dekkers