ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Geen gestampte muisjes meer

Is het mogelijk het gebruik van dieren bij wetenschappelijk onderzoek geheel uit te bannen? Proefdierwetenschappers verwachten van niet, dierenactivisten denken van wel. Een grondige onderzoeksmethode werpt nieuw licht op de zaak.

Dierenactivisten hekelen de nonchalance waarmee met proefdieren wordt omgesprongen. Die kritiek werd gebaseerd op een rapport dat vorig jaar verscheen. Daaruit bleek dat ruim 1 miljoen dieren het jaar daarvoor in Nederlandse proefdierlaboratoria aan hun eind kwamen. Iets minder dan de helft hiervan werd niet voor onderzoek gebruikt. Merel Ritskes-Hoitinga, hoofd van het Centraal Dieren Laboratorium (CDL) te Nijmegen, vertelt waarom: ‘Er zijn vaak dieren overbodig. Soms zijn ze niet van het juiste geslacht, of worden ze gebruikt om de stamboom in stand te houden.’ Tevens houden fokkers er reserves op na, om bij vraag direct te
kunnen leveren. Al deze dieren worden afgemaakt zodra ze te oud of nutteloos zijn geworden. Vereniging Proefdiervrij hekelt het testen op levende wezens al jaren en voert fanatiek campagne tegen deze zinloze verspilling van dierenlevens. Zij stelt dat er genoeg alternatieven zijn en wil de experimenten op dieren geheel uitbannen.
Voor beide partijen gloort er hoop aan de horizon. Een nieuwe onderzoeksmethode doet langzaam haar intrede in de proefdierenwereld. Systematic review kan het leven van veel dieren sparen. Dit procedé houdt in dat onderzoekers eerst een uitgebreide literatuurstudie doen, alvorens te starten met proeven op dieren. Ze verzamelen vergelijkbare onderzoeken en kijken of deze aansluiten bij de eigen doelstelling.
Dit maakt een onderzoek niet alleen veel effectiever, maar voorkomt tevens dubbel werk. Het is een raadsel dat deze systematiek nog niet alom wordt gebruikt in de proefdierwetenschap. Ritskes-Hoitinga: ‘Het is een langzaam en tijdrovend proces de heersende mentaliteit te veranderen.’

Ingenieus leghok
Het CDL is gehuisvest in een groot, modern gebouw, vlak naast de medische faculteit. De proefdieren worden hier gehouden en verzorgd. Naast een grote populatie ratten, muizen en andere knaagdieren, verblijven hier ook kippen, geiten, varkens en resusapen. Verder is het CDL in het bezit van een grote verzameling malariamuggen en fruitvliegjes. Die laatste worden bijvoorbeeld gebruikt voor genetisch onderzoek naar mentale retardatie. In 2008 werden hier ruim 20.000 dieren gebruikt. Naast het mogelijk maken van dierproeven zoekt het CDL ook naar mogelijkheden om reguliere onderzoeksmethoden efficiënter te maken en het onnodig lijden van dieren te voorkomen. Ritskes-Hoitinga legt uit dat het in acht nemen van de drie V’s: vervanging, verfijning en vermindering, een belangrijke pijler van verantwoord proefdieronderzoek is. In de kippenhokken zijn deze principes in de praktijk gebracht. Vroeger werden de kippen apart gehouden, zodat het duidelijk was welk ei bij welke kip hoorde. Een nieuw ingenieus leghok zorgt er voor dat kippen nu alleen van elkaar worden gescheiden als ze een ei leggen. Het is niet alleen een stuk gezelliger geworden in het kippenhok, het drukt ook minder op het geweten van de medewerkers. Systematic review is echter de diervriendelijke ontwikkeling met de grootste impact. Ritskes-Hoitinga: ‘Vreemd genoeg is er veel weerstand tegen de invoering van deze onderzoeksmethode bij wetenschap met dierproeven. Het wordt
vaak als extra last ervaren. Men moet namelijk minimaal drie maanden literatuuronderzoek inplannen om te kijken of er vergelijkbare gevallen in de bestaande wetenschappelijke literatuur te vinden zijn. Het probleem is dat deze grondige manier van onderzoeken niet als vereiste wordt gesteld door gerenommeerde tijdschriften als Nature en Science.’ Het gevolg is dat veel onderzoekers de noodzaak er niet van inzien, en er dus niet aan beginnen.

Roepen in de woestijn
Joris van Drongelen, gynaecoloog in opleiding aan het UMC, is daarop een uitzondering. Hij heeft veel ervaring met het toepassen van systematic review. Hij kwam met deze methode in aanraking tijdens zijn studie Gezondheidswetenschappen. Nu doet hij onderzoek naar vaataanpassingen tijdens de zwangerschap en gebruikt hiervoor ratten van het CDL. Hij legt uit waarom er volgens hem tot op heden weinig animo is voor systematic review. ‘Het onderzoek op dieren is nog maar relatief kort aan strenge regels gebonden. Daarom zijn er minder betrouwbare artikelen geschreven die je kunt gebruiken.’ Onderzoek op dieren heeft nog een kwalitatieve inhaalslag te maken ten opzichte van onderzoek op mensen. Dit is echter niet de enige reden dat een voorbereidende literatuurstudie nog niet gebruikelijk is bij proefdieronderzoek. ‘De subsidieverstrekker stelt het niet verplicht, dus onderzoekers voelen zich niet geroepen hun kostbare tijd hier in te steken. Het is nu nog roepen in de woestijn,’ zegt Van Drongelen. Ondanks de moeite die de literatuurstudie kost, ziet hij zeker voordelen. ‘Het is een monnikenwerk, ik begon met 312 artikelen. Het maakt mijn werk wel efficiënter. Zo heb ik ontdekt dat tussen rattenstammen onderling veel verschillen zijn.’ Zoals veel wetenschappers ziet ook Van Drongelen dierproeven als een noodzakelijk kwaad. ‘Dierproeven zijn absoluut niet leuk om te doen. Ik hoop dat het ooit niet meer nodig zal zijn, maar er bestaat niet voor elke dierproef een alternatief. Sommige dingen kun je simpelweg niet op mensen testen, of anderszins onderzoeken.’

Voorlopers
Het CDL loopt voorop in het gebruik van systematic review, de rest van Nederland volgt langzaam. Het College van Bestuur heeft de eerste stap in de goede richting gezet door het CDL een subsidie toe te kennen voor promotie en voorlichting. ‘Dat voelde echt als erkenning voor ons werk,’ vertelt Ritskes-Hoitinga. ‘Het bevestigt dat we op het goede spoor zitten.’ Sinds kort is systematic review opgenomen in de verplichte cursus die wordt gegeven door het CDL. Iedere onderzoeker moet deze cursus volgen voordat hij met proefdieren van dit centrum mag werken. Het CDL was een van de eerste laboratoria die de onderzoeksmethode opnam in de cursus. Ritskes-Hoitinga: ‘Voor zover ik weet wordt op andere plekken waar een cursus proefdierkunde loopt het onderwerp systematic review nog helemaal niet onderwezen.’ Het is duidelijk dat er veel kan worden gewonnen op het gebied van proefdierkunde. De nieuwe benaderingen komen zowel het welzijn van de dieren als de kwaliteit van het onderzoek ten goede. Het is slechts een kwestie van tijd voordat de ivoren toren van de proefdierwetenschap omvalt door de sloopkogel van systematic review.

Tekst: Pieter Hengst & Jozien Wijkhuijs
Illustratie: Marieke Meijer

Klik hier voor alle artikelen van ANS februari 2010.