ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Lieve ANS,

Ik ben hoogleraar bij een studie die haar bestaansrecht heeft verloren. Afgelopen tien jaar ben ik – eigenlijk zonder reden – zodanig verzuurd dat ik studenten onnodig lage cijfers toeken. Tegenwoordig fakkel ik collega’s af om niets en doe ik bovendien amper nog echt onderzoek. Laatst werd ik als een klein kind toegesproken door de onderwijsdirecteur. ‘Er moet echt wat veranderen’, zei hij. Waarom geef ik af op al het universitaire leven? En hoe breng ik weer dat beetje joie de vivre in mijn bestaan?

Hoogachtend,

Een anonieme academicus

Lieve anonieme academicus,

Onderwijsdirecteuren, praat me er niet van. Tijd zat om functioneringsgesprekjes te voeren en studentenbladen te lezen, maar onderzoekssubsidies binnenhalen, ho maar. Van al die reprimandes zou ik ook verzuren. Maar laten we eerlijk zijn, had je anders verwacht? Toen jij je als student in alle bochten wrong om maar aardig gevonden te worden door de docenten, gaven je medestudenten vorm aan hun leven. Als resultaat hebben zij een fantastische studententijd gehad en hun trots behouden.
Dat je er pas na zoveel jaar achter komt dat hard werken soms zwaar kan zijn, is tragisch maar onvermijdelijk. Constant mensen naar de mond praten kan je maar tot een bepaald punt brengen, de rest zal je toch echt zelf moeten doen. Kom je dan tot het besef dat je wel harder wilt werken, maar dit niet kunt omdat je meer tijd in het slijmen dan in het studeren hebt gestopt? Trek dan je conclusies dat je de plek als hoogleraar niet hebt verdiend en draag de positie over aan iemand die er wel voor heeft gewerkt. Wil je graag je leven toch wat opleuken? Onderneem eens iets wat meer past bij je leeftijd. Leef weer eens en doe al die dingen die je hebt moeten missen. Bereid je college een keer niet voor of ga tot zes uur stappen terwijl je om kwart voor negen moet werken. Meng je onder je leeftijdsgenoten en nee, afdelingsborrels tellen niet mee!

Veel succes.

ANS

Klik hier voor alle artikelen van ANS februari 2010.