Op zoek naar Havana
Sinds de roerige jaren zestig en zeventig staat Nijmegen te boek als een links bolwerk. Behoort dat tegendraadse imago tot een romantisch verleden of kleuren haar inwoners de stad nog altijd rood? Op zoek naar Havana aan de Waal.
Tekst: Eline Huisman
Illustratie: Alex Kup

Het is een muurtje van amper een meter breed. In enkele geometrische vormen is met witte verf een mannetje geschilderd, met een helm op het hoofd en een stok in de hand. Sinds het begin van de eeuw is de beeltenis van de ME’er een monument, ter herinnering aan een van de beruchtste gebeurtenissen uit de recente Nijmeegse geschiedenis: de Piersonrellen in februari 1981. Met tanks en tweehonderd ME-busjes die door de smalle straten van het Nijmeegse centrum reden, was de ontruiming de meest gewelddadige confrontatie tussen krakers en het stadsbestuur ooit. In de hoogtijdagen van de kraakscene groeide de Keizerstad na Amsterdam uit tot het tweede linkse bolwerk van Nederland. De geuzennaam ‘Havana aan de Waal’ dankt zij aan het eerste rode stadsbestuur dat in 2002 aantrad, maar wordt eveneens geassocieerd met de roerige periode van de jaren zestig en zeventig.
Hoewel het kraakverbod sinds 2010 een einde moet maken aan het bezetten van leegstaande gebouwen, zijn de gebeurtenissen in de Piersonstraat allerminst uit het collectieve geheugen gewist. Verspreid door de stad vormen tientallen veelal gelegaliseerde kraakpanden het erfgoed uit de opstandige geschiedenis. Bestaat het linkse gedachtegoed waar Nijmegen haar geuzennaam aan dankt nog of hebben de rooie rakkers hun biezen gepakt? Een rondgang langs de vrijplaatsen waar het anarchistische karakter van Nijmegen zich ontwikkelde, op zoek naar de linkse resten in de Waalstad.
Kommunisties kollektief
Terwijl de straat tijdens de ontruiming in 1981 grotendeels was afgesloten, bleef om de hoek de achterdeur van Eetcafé De Plak stiekem open. Krakers konden hier koffie drinken en van het toilet gebruikmaken. ‘Het café is een erfenis uit de enorm linkse jaren zeventig,’ licht medewerker Ruben toe. De Plak kent een rijk verleden in de Nijmeegse emancipatiebeweging, met avonden als het open Flikkercafé en dansen in de Pottengrot, die een ongekende openheid hadden in de homogemeenschap. Ruben: ‘In De Plak kon je dansen met de gordijnen open, zonder eerst een zware deur met kijkgat te hoeven passeren om gekeurd te worden. De Nijmeegse gayscene is hier tot bloei gekomen.’ Hoewel de gasten inmiddels voornamelijk komen om te eten, organiseert het café sinds kort weer soortgelijke feestjes.
Het belangrijkste ideologische kenmerk dat uit de jaren zeventig stamt, is volgens Ruben de bedrijfsvoering. ‘De Plak is georganiseerd als collectief, een bijna communistisch principe.’ Tussen de medewerkers bestaat geen hiërarchische structuur. Besluiten over de inkoop of gesteunde goede doelen worden democratisch genomen in de wekelijkse medewerkersvergadering. Het is een werkvorm die ook in andere cafés uit die periode nog altijd wordt gehanteerd, zoals in kollektief kafé Bijstand en de Grote Broek. Sophie, die ruim dertien jaar werkzaam is voor de Bijstand, stelt: ‘Je moet wel een linkse inborst hebben om hier actief te worden, we werken vanuit een duidelijke ideologie.’ Terwijl haar collega Anne het café opent, regelt zij de financiën in de met krantenknipsels vol gehangen ruimte. Alle drie de collectieven doneren (een deel van) hun opbrengsten via subsidies aan goede doelen. Sophie: ‘Iedereen hier werkt op vrijwillige basis. Onze winst en fooien gaan bij voorkeur naar lokale maatschappijkritische bewegingen voor mensen- en dierenwelzijn. Dan kun je denken aan bijvoorbeeld de AntiFascistische Actie of de bejaarde-koeienopvang.’
Boegbeeld de Grote Broek
De Nijmeegse Stadskrant, die werd opgericht ‘naar aanleiding van de eenzijdige berichtgeving rondom de Piersonrellen’, bracht in 2009 een special uit over de tientallen, veelal gelegaliseerde, Nijmeegse kraakpanden en hun huidige functies: van kunstenaarsgemeenschappen en diverse creatieve werkruimtes in de Paraplufabriek tot talloze woongroepen en de ideële kringloopwinkel Basta.
De Grote Broek is wellicht het bekendste pand uit de Nijmeegse kraakgeschiedenis. Nadat het meer dan twintig jaar in handen van krakers was, werd het gebouw in 2002 door de gemeente opgekocht. Het pand werd vervolgens verhuurd aan dezelfde bewoners. Inmiddels zijn er zo’n dertien activistische initiatieven gevestigd, waaronder twee woongroepen, politiek en collectief eet- en dagcafé De Klinker, alternatief cultuurpodium De Onderbroek, milieucentrum De Broeikas en stichting GAST die asielzoekers ondersteuning biedt. ‘De verschillende organisaties kennen allemaal een progressief, links gedachtegoed en zijn gericht op het tegengaan van onderdrukking,’ vertelt Jolien, die tot een van de woongroepen behoort en verantwoordelijk is voor onder meer de werkroosters. Eens in de maand komen alle vrijwilligers die in het pand wonen of werken samen. Jolien: ‘Hier betrokken zijn is een mooie manier om activisme te stimuleren. De huur voor werkruimten ligt laag, onder meer omdat de bewoners een relatief groot deel van de kosten voor eigen rekening nemen. Daardoor kunnen non-profit organisaties hier hun activiteiten ontplooien. We zijn een faciliterend pand.’
De vrijwilligers die actief zijn in de Grote Broek zijn niet allemaal even uitgesproken links. ‘De activiteiten leiden hier vaak tot discussies over politiek en levensstijl, zoals bijvoorbeeld de veganistische keuken. Die gesprekken zijn vormend. In die zin heeft de Grote Broek ook een soort educatieve functie.’
Literair links
‘De basis voor het “Havana” dat de stad vandaag de dag nog kenmerkt, ligt voor een belangrijk deel in de grote Nijmeegse studentenbeweging,’ vertelt Thomas, eveneens vrijwilliger in de Grote Broek. De RU stond in de jaren zestig en zeventig bekend als rode universiteit en trok daarmee veel linkse studenten. VVD-prominent Frits Bolkestein sprak in de jaren negentig zelfs over Marxograd aan de Waal.
Uit de studentenbeweging ontstond in de jaren zeventig socialistische boekhandel en documentatiecentrum De Oude Mol, bedoeld om de zogenaamde ‘tegenopenbaarheid’ veilig te stellen. De Socialistiese Uitgeverij Nijmegen kon hier haar uitgaven afzetten en studenten konden er terecht voor politieke theorie. Het werd een plek voor politieke discussies bij de koffiehoek en de boeken van Marx en Engels gingen als warme broodjes over de toonbank. In 1994 werd De Oude Mol overgenomen en ging verder onder de naam van de nieuwe eigenaar Roelants. Op de vraag waar Havana in Nijmegen nog te vinden is, antwoorden de dames achter de toonbank onmiddelijk: ‘Nou, hier!’ Meneer Roelants zelf duikelt vervolgens materiaal op over de geschiedenis van de studentenbeweging die De Oude Mol oprichtte en een dag later ligt ook het boekje Wroeten. Kleine geschiedenis van boekhandel De Oude Mol klaar om uitgeleend te worden. Hoewel de boekhandel geen uitgesproken links karakter meer heeft, is men zich duidelijk bewust van de oorspronkelijke identiteit. Roelants wordt door kenners geprezen om de altijd cultureel verantwoorde collectie en De Telegraaf is er niet te koop. ‘Boeken van Wilders zul je hier ook niet vinden,’ lacht een van de medewerkers.
Even verderop, bij vrouwenboekhandel de Feeks, blijken de boeken van de PVV-leider eveneens afwezig. ‘Natuurlijk zijn mensen vrij dat wel te lezen, maar we willen ons er niet mee profileren.’ De winkel die ontstond uit de vrouwenbeweging legt zich toe op homo- en lesbische literatuur. Het bijbehorende documentatiecentrum en ‘kafee’ zijn inmiddels gesloten, maar twee bevlogen mannelijke eigenaren zetten de boekwinkel weer op de kaart. Ook hier zijn de werknemers politiek en maatschappelijk betrokken en een gesprek over de toenemende verrechtsing in Nederland is al gauw begonnen. ‘Het linkse activisme neemt toch steeds verder af,’ stelt de verkoopster. ‘Het maatschappelijk debat wordt nu voornamelijk op internet gevoerd. Ik vind het jammer dat die betrokkenheid minder zichtbaar is in het straatbeeld, ook hier in Nijmegen.’
Activisme in het geding
Over de politieke kleur van de Nijmeegse klanten lopen de meningen uiteen. Sophie uit de Bijstand vermoedt dat men niet zozeer naar rechts is opgeschoven, maar dat de bezoekers van de Bijstand doorgaans minder politiek bewust zijn dan tien jaar geleden. Volgens Ruben is de jongere generatie die hij in De Plak ontmoet juist erg activistisch en maatschappijkritisch. ‘Tijdens de demonstraties voor vrijheid en tegen de PVV in Utrecht vorig jaar was een grote groep jonge mensen uit Nijmegen aanwezig.’ Dat met het huidige beleid links activisme in het geding is, zijn ze met elkaar eens. ‘Er wordt flink gekort op subsidies voor vrijwilligersbanen, dat maakt het moeilijk om plaatsen als de Grote Broek draaiende te houden,’ licht Jolien toe. ‘Het schrappen van gesubsidieerde banen tast de infrastructuur van sociale voorzieningen aan. Daarnaast was het vroeger makkelijker om fulltime vrijwilligerswerk te doen en van een uitkering te leven.’ Volgens zowel Sophie als Ruben is ook het kraakverbod hier debet aan. ‘In Lent worden nu veel woningen gesloopt ten gunste van nieuwbouw. Niemand gaat daar tegenin, de straffen zijn te zwaar geworden,’ aldus Sophie.
Toch hoort het Havana kennelijk niet tot een romantisch verleden. Jolien stelt dat er nog altijd een linkse cultuur in de stad heerst. Het grote aantal woongroepen in Nijmegen is daar een concreet voorbeeld van. Sophie sluit zich hier bij aan: ‘Het tegendraadse karakter zit in de stad verankerd en de linkse scene is nog altijd vrij groot.’ Havana aan de Waal reikt dan ook verder dan het stadsbestuur waar Nijmegen de bijnaam aan dankt. ‘Het is aan de geschiedenis te danken dat partijen als de PVV hier geen poot aan de grond krijgen.’
Kijk hier voor de andere artikelen uit de februari-ANS en hier voor een fotoreportage bij dit artikel






