Het issue: kennis is macht
In deze rubriek staat iedere maand een ander Issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: de toekomst van de Nederlandse kenniseconomie.
Tekst: Anouk Broersma en Elky Rosa Gerritsen
Illustratie: Ruud Vos
Scienceguide lijkt erover eindeloos te kunnen schrijven, Vrij Nederland organiseert erover een debat tussen vooraanstaande politici en de regering richt ervoor zelfs speciaal het Innovatieplatform op. Voor ieder die een vinger in de pap heeft, staat de kenniseconomie hoog op de agenda. Het concept lijkt simpel: de wetenschap voorziet in kennis, wat leidt tot innovatie van producten en diensten. Daardoor staat Nederland sterker tegenover buitenlandse concurrenten. In de praktijk blijkt onze kenniseconomie nogal wat kinderziektes te vertonen. Een gebrekkige aansluiting tussen onderzoek en bedrijfsleven, te weinig investering in Research and Development en te veel bureaucratie binnen het onderwijs zijn nog maar enkele knelpunten. Vanuit verschillende richtingen in de samenleving worden manieren gezocht om kennis effectiever te gebruiken in de strijd om een aanzienlijke plaats op de wereldmarkt. Er bestaat nogal wat verdeeldheid over welke oplossing de beste is. Wat moet er gebeuren om de Nederlandse kenniseconomie te versterken?
Len Middelbeek
woordvoerder van het Innovatieplatform
‘Op dit moment vertoont ons land een aantal fundamentele tekortkomingen in de kenniseconomie. De regering is tot dusver niet voldoende met het probleem bezig geweest, terwijl een meerjarige en structurele planning noodzakelijk is. In de toekomst moet de status-quo van gevestigde belangen worden doorbroken ter stimulering van vernieuwing in alle lagen van onze maatschappij.
‘Een werkgroep van het Innovatieplatform heeft daartoe begin juni de zogenaamde Kennisinvesteringsagenda (KIA) uitgebracht. Daarin komen onderwijs, onderzoek en innovatie aan de orde. Herman Wijffels, voormalig voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (SER), leidde deze werkgroep. Volgens hem is Nederland op dit moment “een matig kennisintensief land”. Hij stelde bij de presentatie van de KIA dat de kennisinvesteringen vanuit overheid en bedrijven van de huidige 7 procent naar een Scandinavisch niveau van 10 procent zouden moeten stijgen. In de KIA wordt een bedrag genoemd van zes miljard euro op jaarbasis voor de overheid en hetzelfde bedrag voor het bedrijfsleven.
‘Bovendien moeten de investeringen in onderwijs omhoog. Wijffels’ mening is dat elke inwoner van Nederland het recht heeft zijn of haar talenten volledig tot ontwikkeling te brengen. Hierbij is scholing natuurlijk van groot belang. Het Innovatieplatform publiceert concrete voorstellen in het rapport Leren excelleren. Daarin bepleit onze organisatie om juist de verschillen tussen leerlingen en studenten vast te stellen en voor iedereen gelijke kansen te creëren voor hun ontwikkeling.’
Mei Li Vos
voorzitter van het Alternatief voor Vakbond (AVV)
‘De belangrijkste verandering die nodig is voor vitalisering van de Nederlandse kenniseconomie, is om mensen in staat te stellen continu hun kennis bij te spijkeren. Wie op zijn zestiende uit frustratie van school is gegaan, moet de kans krijgen ooit nog een opleiding af te maken. Zelfs als iemand op zijn veertigste, na jaren in de bouw te hebben gewerkt wat anders wil doen.
‘Opleidingsmogelijkheden voor iedereen zijn niet alleen nodig om de economie draaiende te houden; ze voorkomen een tweedeling in de samenleving. De kloof wordt steeds groter tussen mensen die een opleiding hebben genoten en mensen die geen goede scholing hebben gehad. De overheid moet initiatief nemen om de kloof te dichten.
‘Vakbonden, werkgevers en natuurlijk het individu zelf hebben ook een belangrijke rol. Vakbonden moeten voor hun leden meer educatie bevechten. Werkgevers horen de betekenis van menselijk kapitaal serieus te nemen door te investeren in hun werknemers. De Nederlandse bevolking moet worden doordrongen van het feit dat ze het lot in eigen handen kunnen en moeten nemen.’
Martijn van Dam
Tweede-Kamerlid voor de PvdA
‘Willen bedrijven zichzelf onmisbaar maken, dan moeten ze Nederlanders stimuleren om nog afhankelijker te worden van kennis. Technologie heeft de wereld kleiner gemaakt. Door de huidige transportmogelijkheden en internet ontstaat een heftige wereldconcurrentie. Om mee te kunnen doen aan deze ratrace is het essentieel dat Nederland zijn economie versterkt. Slechts op kosten kunnen we niet concurreren: belangrijker is het beste product, de beste dienst, de handigste of snelste medewerkers en de beste automatisering.
‘Dit betekent dat ons land in de eerste plaats moet investeren in onderwijs. Niemand mag meer zonder diploma de school verlaten en achterstanden moeten tot het verleden gaan behoren. Bovendien moeten mensen leren ondernemender te zijn.
‘Daarnaast is het van groot belang dat universiteiten worden geprikkeld om meer onderzoek te doen dat relevant is voor onze economie. Voor bedrijven is het belangrijk dat de overheid ze stimuleert om producten en processen te verbeteren. Helaas heeft het kabinet echte veranderingen op dit gebied de afgelopen regeringsperiode laten liggen. Dat is zonde.’
Stefanie Brinkman (21)
derdejaars studente Bedrijfswetenschappen
‘Er wordt veel waarde gehecht aan kennis uit wetenschappelijk onderzoek. Waar het op universiteiten aan schort, is de praktijk: de ervaringskennis. Binnen de kenniseconomie moet meer worden gebruikgemaakt van vaardigheden afkomstig van het hbo, of zelfs het mbo, waar praktijk niet is weg te denken. Daarnaast is een stage bij een universitaire opleiding een goede manier om ervaring op te doen. Nu hebben afgestudeerden wel een academisch niveau en analytisch denkvermogen, maar een opleiding zonder werkervaring is nog te algemeen. De universiteit ontmoedigt om bij een bedrijf af te studeren, terwijl veel studenten dat juist wel willen.
‘Als die ervaringskennis op landelijk niveau wordt opgekrikt, verbetert de kenniseconomie. Bedrijven moeten daarom meer stagemogelijkheden aanbieden. Vaak weigeren ze dit, omdat het veel tijd en geld kost. Door bijvoorbeeld subsidies te verstrekken kan de overheid bedrijven hiertoe stimuleren. De regering kan ook invloed uitoefenen op universiteiten door het systeem aan te pakken: als studies voortaan een jaar langer duren, past een stage makkelijker in het studieprogramma.’
Mark Rutte
VVD-lijsttrekker en voormalig staatssecretaris van Onderwijs
‘Kenniseconomie? Ik kan niets met dat begrip, het is een modewoord. Nederland moet het hebben van innovatiekracht en zijn creatieve samenleving met een beperkt hiërarchisch bewustzijn. Het laatste wat moet gebeuren, is dat de overheid een soort Sovjet-Russische planeconomie opstelt waaruit innovatie zou moeten voortkomen. Innoveren is een taak van de wetenschappers zelf.
‘Een sterke economie hebben we al, nu nog de snelheid waarmee nieuwe inzichten op de markt worden gebracht. Vergroting van onze innovatiekracht is daarvoor noodzakelijk.
‘De overheid kan een bijdrage leveren aan de verbetering van de kenniseconomie met het systeem van leerrechten, wat zorgt voor beter onderwijs. Het toont aan waar de beste opleidingen zich bevinden en het dwingt bestuurders van onderwijsinstellingen tot het afleggen van verantwoording. De taak van universiteiten is te zorgen voor zo min mogelijk bureaucratie, een voorwaarde voor blijvende ontwikkeling.’






