Interview met Marco Kamphuis: Romantiek in de Wolfskuil
Na zijn studie Algemene Literatuurwetenschappen in Nijmegen ging zijn lang gekoesterde wens eindelijk in vervulling: hij werd schrijver. In gesprek met Marco Kamphuis, over zijn studententijd, schrijverschap en de vertraagde doorbraak.
Tekst: Roel Neijts
Foto: Jos Janssen, Malden
Net zoals de hoofdpersoon van Succes – de derde roman van Marco Kamphuis (40) – woont zijn geestelijk vader in een lage flat in een multiculturele volkswijk. De schrijver uit de Wolfskuil en zijn personage Erwin vertonen nog meer overeenkomsten: beide zijn weinig gelezen auteurs en overwogen het schrijverschap uit hun leven te bannen. De non-fictieve schrijver overwon de fictieve auteur. Waar Erwin na twee geflopte romans uiteindelijk kiest voor een burgelijke baan, verscheen afgelopen voorjaar alweer Kamphuis’ vierde roman, Een rusteloos leven.
Tien jaar na zijn debuutroman De medische encyclopedie, waarin Kamphuis zijn Nijmeegse studententijd beschrijft, geniet de schrijver nog geen bekendheid onder het grote publiek. Naar eigen zeggen moet Een rusteloos leven zijn grote doorbraak betekenen, maar vooralsnog blijven de lovende recensies van de Volkskrant en NRC Handelsblad uit.
Waarom bent u in Nijmegen gaan studeren?
‘Nijmegen was niet mijn eerste keuze. Eigenlijk wilde ik Russisch studeren in Amsterdam, maar doordat mijn ouders drie studerende kinderen hadden, werd besloten een flat in Nijmegen te kopen waarin mijn zussen en ik konden wonen. Omdat Russisch niet werd aangeboden op de Nijmeegse universiteit, moest ik me richten op een andere studie en dat werd Nederlands.’
Betreurt u het achteraf dat u toegaf aan het besluit van uw ouders?
‘Het is vreemd dat ik zo gedwee akkoord ging de beslissing, maar van mijn studiestad heb ik geen spijt. Van Nederlands kreeg ik echter wel genoeg: toen ik na twee jaar mijn propedeuse had gehaald, stapte ik over naar Algemene Literatuurwetenschappen. Voor literatuur had ik altijd al enorme belangstelling.’
En voor het schrijverschap?
‘Al op mijn twaalfde wilde ik schrijver worden en sindsdien heb ik altijd geschreven: verhalen, gedichten en dagboeken. Tijdens mijn studententijd heb ik zelfs meer geschreven dan gestudeerd. Ik realiseerde me dat het niet noodzakelijk is Nederlands te studeren: welk vakgebied je ook kiest, schrijven kan altijd. Het voordeel van Literatuurwetenschappen was dat ik, behalve de romans zelf, secundaire literatuur las en allerlei theorieën moest bestuderen.’
Had uw sociale leven toentertijd te lijden onder uw schrijfactiviteiten?
‘Absoluut niet. Ik ben juist veel uitgegaan in mijn studententijd. Nadat ik tot middernacht op mijn kamer in de Molukkenstraat had geschreven en gestudeerd, ging ik naar De Kluizenaar, De Swing of De Plak om een biertje te drinken. Gedurende de eerste twee studiejaren eindigde mijn avond minimaal drie keer per week in Diogenes, de enige kroeg die tot vier uur open was. Tot op het dwangmatige af was ik in het nachtleven te vinden, uit angst de leukste avonden te missen. Gevolg daarvan was dat ik nogal wat colleges en tentamens heb overgeslagen. Daar heb ik wel spijt van.’
Minder uitgaan, meer studeren: een tip van Marco Kamphuis voor eerstejaars studenten?
‘Natuurlijk mag je genieten, maar blijf je realiseren dat studeren staat voor “kennis verwerven”. Het is belangrijk niet te worden afgeleid door bijzaken als uitgaan en bijbaantjes. Ik heb van vrienden met een vaste baan gehoord dat zij weinig tijd overhouden om kennis op te doen, of zelfs boeken te lezen. Gebruik je studententijd daarom voor ontplooiing, op allerlei vakgebieden.’
Koesterde u als student een geromantiseerd beeld van het schrijverschap?
‘Een schrijver leidde in mijn ogen een avontuurlijk leven: hij is een kunstenaar die onafhankelijk en ongebonden leeft. Tegenwoordig weet ik dat schrijven “gewoon werk” is, maar er kleeft zeker nog romantiek aan het vak. Dat ik geen baan van negen tot vijf heb, geeft me een enorme vrijheid die bij me past als avondmens. Vrijheid went wel, je kunt er immers niet constant van bewust zijn, maar op de momenten waarop ik mijn zelfstandigheid realiseer, voel ik me geweldig.’
U kunt uzelf niet aanpassen aan een baan met kantooruren?
‘Ik heb op freelance basis gewerkt voor de Nijmeegse uitgeverij SUN, waarvoor ik mijn opdrachten thuis kon volbrengen. Op een gegeven moment moest ik op het kantoor aan de slag: de ideale test om erachter te komen of een regulier bestaan me zou bevallen. Helaas is het me nooit gelukt op tijd te zijn en het tot vijf uur uit te zitten. Na drie dagen raakte ik al overspannen. Achteraf gezien had ik moeten doorzetten, dan was het vast meegevallen.’
Dat is achteraf..
‘Ja precies, en het is veelzeggend dat ik mijn werk vroegtijdig vaarwel zei: ik kon het niet en wilde het kennelijk niet kunnen. Op de redactie bij SUN was ik constant bezig met het verhaal dat ik wilde schrijven, en bovendien boeiden mijn collega’s me nauwelijks. Uiteindelijk zat er niets anders op dan schrijver te worden.’
Het studentenleven speelt een grote rol in uw boeken. Hoe komt dat?
‘Op jonge leeftijd word je sneller geprikkeld, doordat de zintuigen helemaal openstaan. Niet voor niets putten veel auteurs inspiratie uit hun jeugd. Door tal van nieuwe ervaringen heb ik mijn studententijd heel intens beleefd. Herinneringen uit die periode zijn inspirerend om te verwerken in mijn verhalen.’
Na het verschijnen van uw debuutroman, tien jaar geleden, citeerde u Nabokov in een interview met het Parool: ‘Een schrijver moet zich eerst bevrijden van de autobiografische ballast.’ Wanneer gooit u uw studentenleven overboord?
‘Ik bedoelde destijds niet dat een auteur maar één keer autobiografisch mag schrijven en dat daarna maar werelden moeten worden verzonnen. Ik acht het noodzakelijk eerst een aantal dingen van me af te hebben geschreven, om daarna optimaal mijn fantasie te gebruiken. Overigens ben ik nu bezig aan mijn volgende boek, waarin studenten wederom een rol zullen spelen.’
Waarom worden uw boeken niet door het volk gekocht?
‘Er hoort een bepaald soort boek bij het grote volk. Een rusteloos leven is een literair boek, dat niet past bij overspannen verkoopstrategieën, maar wel is bedoeld voor de meer serieuze lezers. Helaas hebben bladen als de Volkskrant, Vrij Nederland en het NRC maar weinig aandacht aan mijn oeuvre geschonken, waardoor ik mijn belangrijkste doelgroep misloop.’
Leeft u in onzekerheid?
‘Ik werk keihard in de hoop, die ik eigenlijk niet mag koesteren, op succes. Het kunstenaarsbestaan is onlosmakelijk verbonden met frustratie en mislukking, waarmee ik nu wel kan omgaan. De financiële gevolgen stemmen me minder gelukkig, maar die horen ook bij wat je noemt het romantische schrijverschap.’






