ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Made in Nijmegen

Welke bisschop ging vroeger graag chillen in de Ooij-polder, welke burgemeester had een bijbaantje als ober en waar snuffelde een minister tussen de boeken? Vijf bekende Nijmeegse alumni geven zich bloot.

Tekst: Zef Faassen en Pepijn Reeser
Kaartje: Ruud Vos

Gijs Jolink
Bassist van Jovink en de Voederbietels
Bestuurs- en Organisatiewetenschap 1993 – 1997
In de Betouwstraat, Willemsweg, Graafseweg

Gijs Jolink (35) woonde weliswaar boven het Bascafé, maar hij ging liever op stap in alternatieve cafés als Gonzo, nu NDRGRND, en Genesis. ‘Daar draaiden ze de lekkerste rockmuziek. En Genesis sloot pas nadat de allerlaatste bezoeker naar huis ging. In Doornroosje bekeek ik vaak bands met vrienden.’ Zelf stond hij in zijn studententijd ook op het podium. ‘Met mijn band ging ik er toen al helemaal voor. We namen platen op, organiseerden evenementen en gaven veel optredens, bijvoorbeeld op Plein 1944, de Waalkade en op het I-feest.’
In zijn resterende vrije tijd zwom Jolink graag in het Wylerbergmeer en speelde hij zaalvoetbal op het sportcentrum. ‘Ons team heette “The Klittelikkers”, lacht hij. Lid van een studentenvereniging was de muzikant niet. ‘Wel heb ik ooit met vrienden een soort contradispuut opgericht. We trokken een pak aan en belden elkaar in de kroeg met een fles Badedas.’
Jolink roemt de goede sfeer die Nijmegen in zijn studietijd had. ‘Van kroegen tot kleine kamertjes, overal werd gefeest. Ik genoot erg van de vrijheid van het studentenleven; je kon een gek plan bedenken en dat zomaar uitvoeren. Als ik zin had om te barbecuen in het bos dan deed ik dat. Het was een fase in het leven waarin waanzinnig veel te ontdekken en te leren viel. Zo veel jonge mensen die wat van hun leven wilden maken, ik had dit voor geen goud willen missen.’

Medy van der Laan
Oud-staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Rechten 1987-1991
Daalseweg, Doddendaal, Wulpstraat

‘Ik vond Nijmegen in mijn studententijd een gezellige, intieme en veilige stad om in te wonen. Wat mij het meest is bijgebleven, is de zorgeloosheid die ik destijds had. Als ik er nu aan terugdenk, zie ik Nijmegen als een stad in ontwikkeling. De benedenstad was net herbouwd en de Waalkade werd totaal vernieuwd.’
Van der Laan (38) sportte graag tijdens haar studietijd. ‘Ik was lid van de tennis- en de zwemvereniging. En bij de Juridische Faculteitsvereniging (JFV) deed ik ervaring op als bestuurslid.’ Ze ging vaak op stap in het inmiddels opgeheven O42 en de hbo-soos, waarin tegenwoordig Merleyn is gevestigd. ‘Ook was ik fan van het populaire danscafé Kadanz, dat nu is overgenomen door Odessa. Nog steeds denk ik terug aan de nachten waarin ik, na het stappen, met Ewald naar huis reed op een krakkemikkige fiets. Toen hadden we verkering, nu zijn we gelukkig getrouwd.’

Thom de Graaf
Oud-minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties
Rechten 1976-1981
Mesdagstraat, Hertogstraat, Pontanusstraat, Prof. Van der Veldenstraat, Baljuwstraat

Thom de Graaf (49) groeide op in Nijmegen. ‘Ik doorliep het Stedelijk Gymnasium in de Van Schevichavenstraat. Ook in mijn studententijd bleef dat een speciale plek, want toen regisseerde ik er het jaarlijkse schooltoneel. Uit die tijd herinner ik me dat ik vaak uren rondsnuffelde in de oude boekhandel van Dekker van de Vegt, op Plein 1944. De Studentenkerk is voor mij ook een speciale plaats, omdat ik daar ben getrouwd. Ik woon nu al twintig jaar in Leiden, toch zit Nijmegen nog steeds in het bloed. Het is echt mijn stad.’
‘In mijn studententijd had ik de geestelijke ruimte om mijzelf te ontwikkelen, de tijd om vriendschappen te sluiten en de wang de wereld te ontdekken. Ik herinner me een combinatie van zowel absolute zorgeloosheid als maatschappelijke betrokkenheid.’ Het was dan ook in deze periode dat De Graaf zijn eerste schreden op het politieke pad zette. ‘Ik was actief in de juridische faculteitsraad, lid van gemeenteraadscommissies en voorzitter van D66 Nijmegen. In mijn studententijd ben ik politiek gevormd.’
Als lid van Carolus Magnus-dispuut Elegast was hij niet alleen vaak op de sociëteit te vinden. Ook dispuutscafé De la Paix, tegenwoordig restaurant Het Savarijn, werd geregeld tot in de late uurtjes bezocht. ‘Ik denk met weemoed terug aan het geluid en het licht van de vroege ochtend, als de wereld wakker werd en ik net naar bed ging.’

Gerd Leers
Burgemeester van Maastricht
Planologie en Ruimtelijke Economie 1969-1975
Hertstraat, Muntweg,
Tweede Oude Heselaan, Galgenveld, Karnstraat

Als je ouders begin jaren zeventig in Nijmegen studeerden, zijn ze misschien Gerd Leers (55) tegengekomen op feesten in Diogenes, nu Villa van Schaeck, en De Vereeniging. ‘Ik speelde ook graag tafelvoetbal in studentencafé De Mark op Hoogeveldt. Wat leek de wereld nog zorgeloos en wat hadden we veel tijd voor onszelf.’
Om zijn studie te kunnen bekostigen, werkte Leers als ober in pannenkoekenhuis De Duivelsberg, nabij Berg en Dal. ‘Ik verdiende goed en heb er een geweldige tijd gehad, ook al was het hard werken. Om het restaurant te bereiken moest ik iedere week te fiets die berg op zwoegen. Gelukkig lag het pannenkoekenhuis in een prachtige omgeving.’
‘Nijmegen was een fantastische stad’, mijmert Leers. ‘Wel was het klimaat erg links, tot aan het intolerante toe. Voor afwijkende opvattingen was nauwelijks ruimte.’ Desondanks overheersen de positieve herinneringen. ‘Gezamenlijk voetbal kijken, de smerige keukens en de lange gesprekken, de thrill die student zijn met zich meebrengt. Ik zou het morgen zo weer doen.’

Tiny Muskens
Bisschop van Breda
Missiologie 1964-1966, promotie in 1969
Groesbeekseweg

Bisschop Muskens (65) wilde zich, nadat hij in 1962 tot priester was gewijd, in het buitenland inzetten voor de katholieke kerk. Om zich daarop voor te bereiden, volgde hij een studie Missiologie. Volgens Muskens werd zijn belangstelling voor interreligieuze dialoog in zijn studententijd gevormd: ‘Professor Camps leerde mij dat andere godsdiensten niet louter ketterij waren, maar geloofsrichtingen waarin ook waarheid over God is te vinden. Dat is mij altijd bijgebleven.’
Tijdens zijn studie werkte hij als kapelaan in de Antonius van Paduakerk aan de Groesbeekseweg. ‘Ik woonde destijds in de pastorie. Met veel vreugde denk ik terug het contact met mijn medekapelaans. ’s Avonds bespraken we onder het genot van een glas wijn de ontwikkelingen binnen de kerk. Het was de tijd van het Tweede Vaticaans Concilie, waarin de rooms-katholieke kerk werd gemoderniseerd. Een periode van hoop en verwachting.’
‘Medio jaren zestig was Nijmegen nog een rooms bolwerk, al waren er al contouren te zien van de rode stad die het in de jaren zeventig zou worden. Ik hoorde wel over studenten met vooruitstrevende opvattingen, maar bemoeide me niet met de opkomende studentenbeweging. Als kapelaan ging je toen niet op stap en nam je nauwelijks deel aan het studentenleven. In plaats daarvan trok ik met een collega-kapelaan de Ooijpolder in, volgens mij een van de mooiste gebieden in de omgeving van Nijmegen.’