De naam van de Roos
Je bent een hippe student en hebt een onverzadigbare honger naar cultuur; in Nijmegen wordt Doornroosje je tweede thuis. In 2011 verhuist de poptempel van de zwaar bekladde voormalige school aan de Groenewoudseweg naar een groots nieuw pand naast het Centraal Station. Directeur Toine Tax vertelt: ‘De buitenkant van Roosje strookt niet met wat er binnen wordt gedaan.’
Tekst: Ruud Vos en Janneke Wijkmans
Illustratie: Hedy Greydanus
‘De roos van voorheen bestaat als naam, naakte namen houden wij over’, concludeert Umberto Eco zijn De naam van de roos, waarin betekenissen van namen en woorden een belangrijk thema zijn. De naam van poppodium Doornroosje – waar je deze introductie minstens een uur in de rij zult staan om bij het Beestfeest binnen te komen – is onderhevig aan dezelfde verandering van betekenis. Het programma-aanbod is de laatste jaren een stuk diverser geworden, het imago is haar uiterlijk ontgroeid en de plannen voor grootschalige nieuwbouw zijn definitief; mede dankzij een miljoeneninjectie van de gemeente Nijmegen. ‘De tijd dat we hier trots waren op onze verfijnde muzieksmaak, terwijl er maar zes bezoekers kwamen opdagen voor een optreden, is voorgoed voorbij’, verklaart Toine Tax, directeur van Doornroosje. Over enkele jaren is van het met graffiti bevlekte tegendraadse imago niets meer zichtbaar, maar één ding zal niet veranderen. ‘In onze missie staat dat we vooruitstrevend moeten zijn.’
Programmarooster
Toen de neurofysioloog en voormalige manager van de Faculteit voor Natuurkunde, Wiskunde en Informatica in 2001 aantrad als directeur van Doornroosje, was een behoorlijke professionaliseringsslag nodig. ‘Er was geen hiërarchie, de personeelsleden waren erg links en ze vochten elkaar de tent uit: er kon niets worden geregeld. Nu is er geen gelazer meer en weet iedereen precies wat hij moet doen.’
Roosje – zoals het poppodium in de volksmond liefkozend wordt genoemd – probeert een gulden middenweg te vinden tussen experimentele programmering en evenementen die simpelweg geld in het laatje brengen. ‘Als de kwaliteit van een act minder is, moet de poen goed zijn. Het is een combinatie van drie factoren die telt: vooruitstrevendheid, bezoekersaantallen en financiën’, legt Tax uit. ‘We moeten tot een soort mix komen, en ik ben al heel tevreden als van de tien concerten er twee vooruitstrevend zijn.’ De reggaeminnende directeur zegt er meer lol aan te beleven als de zaal vol is, dan wanneer zijn favoriete bands langskomen. ‘In 2002 kwamen The Congos, wat een avond. Het optreden was fantastisch, maar ik kon alleen maar denken aan de zevenduizend euro verlies die we leden.’
Rooskleurig
‘Wat is imago? Is dat wat de goegemeente van je denkt óf wat je doet? Ik denk dat eerste’, stelt Tax. Hij weigert zich voor interviews op de foto te laten zetten met de buitenkant van het pand. ‘Uit een publieksonderzoek bleek 85 procent het uiterlijk van Doornroosje “oubollig” te vinden. De graffiti strookt niet met wat binnen plaatsvindt en daar hebben we enorm last van. De buitenkant straalt iets tegendraads en zelfs crimineels uit. Daar zijn de mensen angstig van.’ Niet alleen de bezoekers hebben een afkeer. ‘Toen mijn vader dit gebouw voor het eerst zag, begon hij te huilen.’
De directeur schrikt van zijn generatiegenoten die het poppodium aandoen. ‘Zij zien de graffiti en roepen blij dat er niets is veranderd sinds zij jong waren. Maar dat is helemaal niet zo. Toen bedienden we een monocultuur, nu pakken we alle punten van de taart. Inmiddels zijn de bezoekersaantallen gestegen, is de omzet inmiddels twee miljoen per jaar en werken er 130 mensen.’ Ook tijdens projecten met middelbare scholen blijkt de negatieve bijsmaak van het imago. ‘Wat zie je? De links-alternatieve scholier dweept met ons, wat de rest van de klas afschrikt. Dat terwijl we voor die groep ook veel doen.’
Tijdens een rondleiding door het pand wijst Tax op het interieur, waar alle graffiti is verwijderd. Dit strookt veel meer met de huidige insteek van Doornroosje. ‘Toen ik hier begon, was iedereen alleen maar bezig hier te blijven. Hooguit wilden ze een exacte kopie van dit gebouw, maar dan beter – niet eens groter. Wat leefde, was: “Hoezo groter? Dat is vies!” Ik heb toen de vraag gesteld waar Doornroosje voor staat. De programmering, de klantbenadering en de intieme atmosfeer werden genoemd; allemaal zaken die ik aan een architect kan meegeven.’
Rozenknop
Er is veel geld nodig, wil Roosje overleven tot de overstap naar een nieuw pand vlak bij het station. Om de nieuwbouw zelf mogelijk te maken, heeft de gemeente Nijmegen zes miljoen euro beschikbaar gesteld. Wethouder van Cultuur Hannie Kunst spreekt haar lof uit over de plannen. ‘Op de nieuwe locatie kan Doornroosje haar ambities beter waarmaken. Doornroosje moet ruimte blijven bieden voor vernieuwing en experiment, en uiteraard genoeg progressieve artiesten boeken die volle zalen trekken. Gevoelsmatig vind ik het wel jammer dat het oude onderkomen wordt verlaten: het gebouw heeft qua uitstraling absoluut zijn charme. Ik hoop dat Roosje de oude nestgeur weet te behouden.’
Dat wordt een lastige opgave, zo blijkt ook uit de woorden van Tax. ‘Onze nieuwbouw zal een capaciteit hebben van elfhonderd man in de grote zaal en vierhonderd in de kleine. Om de grote zaal te vullen, moet ons programma meer mainstream worden, bijvoorbeeld door bands als De Dijk aan te trekken. Daardoor zal ons imago ook veranderen: de pers schrijft over de grote acts die in een zaal spelen.’ Hoe denkt Doornroosje dan een meerwaarde te kunnen blijven bieden? ‘Waar wij voor zullen waken, is dat de huidige tolerante sfeer wordt meegenomen; daar zullen we hoge eisen aan stellen.’
Geen klaproos
Dat artiesten geld in het laatje moeten brengen, wil niet zeggen dat er alleen grote succesbands zullen worden geboekt. ‘Een poppodium moet vooruitstrevend zijn. Programmeren we puur commercieel, dan kunnen we geen recht meer laten gelden op onze subsidie. Op de lange termijn zou dat onze dood betekenen.’ Tax ziet in de aanwezigheid van andere tenten als Merleyn en de Matrixx meer voordelen dan nadelen. ‘We versterken elkaar. Zo liftte Doornroosje mee op de komst van de Matrixx, die Nijmegen dance-stad nummer 3 van Nederland heeft gemaakt. Daarvoor wist niemand dat wij in eerdere jaren al een van de belangrijkste dance-tenten van West-Europa waren.’
‘Als we voortdurend in de clinch zouden liggen met Merleyn, zou mijn programmeur slecht bezig zijn’, vult Tax aan. ‘Zij hebben een capaciteit van tweehonderd man, wij momenteel van vierhonderd. Als we goed programmeren, blijven we uit elkaars pad. Sterker nog: als een band eigenlijk te klein is voor Doornroosje, dring ik erop aan om die door te verwijzen naar Merleyn. We moeten de grote broer spelen in plaats van de strijd met ze aangaan. Daar krijgen we vanzelf waardering voor terug.’
Rozengeur?
Tax beklaagt zich erover dat het hem niet wil lukken om een goed samenwerkingsverband op te zetten met de RU. ‘Ik krijg het niet voor elkaar om met het College van Bestuur om de tafel te komen. Het lijkt wel alsof de universiteit een stad in een stad wil creëren. Zodra er iets wordt georganiseerd met cultuur of popmuziek, moet het toch vanzelfsprekend zijn om met Doornroosje samen te werken? Het ligt op een paar honderd meter afstand.’ Uit een introductiespecial in De Gelderlander vorig jaar bleek dat Doornroosje een aantrekkingskracht vormt voor aankomende studenten in Nijmegen. ‘Dan denk ik: dat is wervingskracht. Maak daar gebruik van en probeer eens iets uit, dan komen vanzelf samenwerkingsverbanden tot stand.’ Een initiatief waarvoor Tax geen waardering zegt te krijgen is de studentenkorting van 20 procent. ‘Een tijdlang heb ik gedacht: “Verdomme, ik doe het gewoon niet meer.” Maar studenten mogen niet de dupe worden.’
Wouter Heinen, hoofd Voorlichting van de RU, lijkt de huidige situatie wel best te vinden. ‘Natuurlijk is het goed om dingen te doen buiten onze hoofdtaken onderzoek en onderwijs, maar we hebben een laag programmeringsbudget. Wat we hebben, zetten we graag op de campus in. Het is leuk om af en toe een teaser te hebben van een artiest die in Doornroosje komt, en dat gebeurt soms al. We sluiten ons niet af: als Toine Tax concrete plannen heeft, gaan we graag met hem in gesprek.’
Om er voor de studenten -’eenderde van ons publiek’, aldus Tax – te kunnen zijn, moet Doornroosje de komende vier jaar hard werken om de nieuwbouw financieel geheel rond te krijgen. De directeur vult aan: ‘De studentenpopulatie moet begrijpen dat we het moeilijk hebben, ons publiek moet ons overeind houden.’ Alleen dan zal de naam van Roosje kunnen worden doorgegeven aan een nieuwe zaal.






