ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Kader Abdolah: Een zee van cultuur

Bij de opening van het academisch jaar, die plaatsvindt op 3 september aanstaande, is ‘grens’ het thema. De van oorsprong Iranese schrijver Kader Abdolah laat hier zijn licht over schijnen. ‘Grenzen zijn heel belangrijk voor de mens, ze bieden houvast’.

Tekst en foto’s: Marieke Haafkes

Hossein Sadjadi Ghaemmaghami Farahani werd 52 jaren geleden geboren in Iran. Hij studeerde Natuurkunde in Teheran, waar hij tevens actief was in het linkse verzet. ‘Veel studievrienden van me gingen bij de ondergrondse beweging. Wie intelligent was en droomde over een betere toekomst voor Iran, voegde zich bij het verzet.’ In die tijd schreef hij twee boeken onder het pseudoniem Kader Abdolah die onder het regime van de ayatollahs niet mochten worden gepubliceerd. ‘Deze namen nam ik aan als eerbetoon aan twee vrienden die onder het regime van de ayatollahs zijn geëxecuteerd.’
In 1988 werd de situatie in Iran onhoudbaar en vluchtte Kader Abdolah naar Nederland. Negentien jaar en tien boeken later heeft hij een unieke plek in de Nederlandse literatuur verworven. Zijn werken zijn deels autobiografisch en gaan over het leven tussen twee culturen. In 2004 ontving hij de E. du Perron prijs voor zijn bijdrage aan de wederzijdse verstandhouding tussen de in Nederland woonachtige bevolkingsgroepen. Tevens werd Abdolah’s roman Het huis van de moskee onlangs door de Nederlandse lezer verkozen tot het op een na beste boek aller tijden, enkel De ontdekking van de hemel eindigde hoger op de ranglijst.

Het thema van dit academisch jaar is ‘grens’. Wat betekenen grenzen voor u?
‘Grenzen zijn heel belangrijk voor de mens. Hier in het westen worden ze gezien als beperkingen, maar grenzen kunnen mensen ook houvast bieden. Nederland is een vrij land, met veel minder restricties dan Iran. Die vrijheid was tijdens mijn eerste jaren in Nederland heel beangstigend. In Iran moest ik vechten om te mogen schrijven en worstelen om te leven. In Nederland mocht ik alles, maar ik wist niet ermee om te gaan. Toen realiseerde ik me dat ik restricties nodig had. Ik stortte me in de wereld van de Nederlandse taal, daarin had ik namelijk geen vrijheid. Ik kon mij niet bewegen in deze vreemde taal. Het Nederlands had voor mij het karakter van een dictator, iets waartegen ik kon vechten en wat ik moest leren. Door die beperking kreeg ik zuurstof, kreeg ik mijn evenwicht terug.’

In ‘De reis van de lege flessen’ schrijft u: ‘Vroeger dacht ik dat mijn vlucht een grote fout was’. Hoe was het voor u om te vluchten naar een onbekend land?
‘In mijn vaderland had ik de macht om als schrijver tegen de ayatollahs op te treden. Als vluchteling was ik plotseling niemand meer. Ik was hier in een vreemd land Jip en Janneke uit mijn hoofd aan het leren. Dat was heel confronterend. Opnieuw beginnen in een andere cultuur kost heel veel tijd en energie. Nu ik terugkijk op het verleden, ben ik tevreden hoe mijn leven tot nu toe is verlopen. De elementen van de Nederlandse cultuur hebben mijn ervaringen rijker gemaakt.’

Heeft die tijd uw schrijverschap beïnvloed?
‘Zonder die moeilijke periode in Nederland zou ik niet in staat zijn geweest hierover boeken te schrijven. Schrijvers hebben ervaringen nodig. Ze moeten de dood, de liefde, het gevaar, kortom het leven hebben gekend om erover te kunnen vertellen. Lezers zijn heel slim, ze proeven meteen wanneer je niet uit eigen ervaring spreekt.’

Hoe is dat proces, van het leren van een vreemde taal tot het publiceren van boek, verlopen?
‘Toen ik in Nederland kwam, ben ik meteen begonnen mijn gedachten op papier te zetten. Na drie jaar was mijn manuscript af, maar ik wist niet hoe ik het moest uitgeven. Toen kreeg ik van een buurvrouw een boek voor mijn verjaardag. Ik draaide het om, om te zien van welke uitgeverij het was. Ik heb het manuscript daarheen gestuurd. Blijkbaar vonden ze het erg goed want na een week kreeg ik al een reactie. Enkele maanden later lag het in de boekhandel.’

De schrijfstijl in uw eerste boek ‘De adelaars’ verschilt behoorlijk van die in ‘Het huis van de moskee’.
‘Dat komt allereerst doordat mijn woordenschat sindsdien groter is geworden. Toen ik aan De adelaars begon, kende ik maar honderdvijftig Nederlandse woorden. Natuurlijk ben ikzelf ook veranderd. Naarmate een mens ouder wordt, komt hij dieper in contact met het leven. Ik ben anders naar dingen gaan kijken. Ik ben rijker vanbinnen geworden en daarom zijn de boeken ook complexer geworden.’

U zegt dat uw schrijfstijl is veranderd. Is uw kijk op de islam ook veranderd sinds u in Nederland woont?
‘In Iran dacht ik nooit na over de islam, dat was een vanzelfsprekend element in onze cultuur. Pas toen ik in Nederland kwam, werd ik er constant mee geconfronteerd. Mijn kijk op de islam is niet zozeer veranderd, maar ik realiseerde me hier voor het eerst dat de islam een belangrijk deel van mijn jeugd representeert. Achteraf gezien ben ik blij dat ik in een religieuze familie ben opgegroeid. Het gezin is als een zee van cultuur. Ik vind het heel belangrijk dat je op jonge leeftijd met poëzie, met literatuur en met religieuze uitingen in aanraking komt. Later kunnen mensen zelf besluiten of ze er iets mee willen doen. Voor mij is het een verrijking geweest dat ik ongewild die verhalen en liederen heb meegekregen.’

Uw boeken gaan over het bestaan van een vluchteling, maar ook over het leven in Iran. Houdt de situatie in Iran u nog steeds bezig?
‘Natuurlijk blijft Iran erg belangrijk in mijn leven. Ik vind dat de Amerikanen absoluut niet een moderne democratie moeten forceren in Iran. Dan wordt het een tweede Irak. De bevolking heeft het zwaar, maar we moeten toelaten dat ze het zelf uitvechten. De democratie moet vanuit de eigen samenleving komen. We kunnen Iran enkel helpen door de stem van de mensen te laten horen.’

In uw werk weerklinkt niet alleen de stem van het Iranese volk, maar schetst u ook een beeld van het dagelijks leven.
‘In mijn boeken en columns voor de Volkskrant schrijf ik over het leven in ballingschap en over het Iran van de islamitische revolutie. Mensen in het Westen krijgen een eenzijdig beeld van het Midden-Oosten voorgeschoteld door de media. Ik wil de lezer meenemen naar het Iran dat ik heb gekend, naar de cultuur van mijn ouders en grootouders. Mensen hebben het recht om te weten hoe dat deel van de wereld eruitziet. Daar genieten de mensen ook van het leven, worden verliefd, hebben seks en lezen boeken. Alleen de politiek is anders dan in Nederland.’

Zou u ooit terug willen gaan?
‘Op een dag ga ik terug naar Iran. Daar ligt de basis van mijn leven. Ik was 33 jaar toen ik naar Nederland kwam. Mijn Perzische karakter was al vormgegeven. Natuurlijk waardeer ik de dingen die ik in Nederland heb geleerd, maar als de dood nabij is, zal ik in Iran zijn.’