ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Het Laatste Oordeel

Duffe opsommingen of ultiem entertainment? Iedere maand verschanst ANS zich in de
collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU.

Tekst: Lieneke van Dijk
Foto: Sjors Overman

College:
Organisatietheorie 1, dinsdag 12 juni, 15.45 – 17.30 uur, CC 2

Docent:
Dr. J.H.P Christis

Uitstraling:
Zonderlinge zuiderling met een kennisoverschot

Inhoud:
Arbeidsorganisatorische structuren die zouden moeten werken

Publiek:
Schaapachtig kijkende eerstejaars Bedrijfswetenschappen en slapende
studenten van het vrijstellingenprogramma

Eindcijfer:
4

Is het je ooit opgevallen dat in collegezaal CC 2 behoorlijk wat interessante dingen zijn te zien? Zo hangen er allerlei curieuze planken tussen het systeemplafond en zijn de verschillende collegebanken nét niet dezelfde kleur blauw. Mocht dit een nog onontdekte wereld voor je zijn, dan kan een college van Dr. Christis uitkomst bieden. Daarnaast is het intrigerend de opmerkelijke dans van de docent te volgen. Gelukkig beperkt hij zich tot een pasje dat binnen een denkbeeldig kader van één vierkante meter valt; het moet immers niet te vermoeiend worden. Hoe interessant deze inzichten ook zijn, ze behoren niet tot de inzichten die moeten worden opgedaan tijdens dit college. Christis staat daar toch echt om studenten Bedrijfswetenschappen wat bij te brengen over arbeidsorganisatorische structuren, niet om hen te vervelen. Helaas kan hij niet boeien.
Het verhaal dat Christis afsteekt is op zijn zachtst gezegd onsamenhangend. Hij raakt daardoor – net als zijn publiek – vaak de draad kwijt. Zo vraagt hij zich herhaaldelijk af waar hij was gebleven. De docent springt van de hak op de tak wat het college lastig te volgen maakt.
Over de wijsheid van meneer Christis valt niet te twisten. Hij wil zijn kennis maar al te graag met zijn studenten delen. Wat hij vertelt zal voor hem waarschijnlijk logisch klinken, maar bij de studenten komt het rauw op hun dak vallen. Hij wil zó veel vertellen, dat hij daardoor de structuur en logische volgorde van zijn verhaal links laat liggen. Na ongeveer een kwartier gaat alle hoop verloren om ook maar iets van top down en bottom up orders te kunnen begrijpen, hoe lyrisch Christis daar ook over is. Hij kan er maar geen genoeg van krijgen en benoemt alle mogelijke varianten. Christis heeft het onder andere over de organisatie van arbeid en hoe dat binnen een bedrijf werkt. Ook daarin blijkt nogal wat variatie te zitten. Er zijn zo veel mogelijkheden om een bedrijf te organiseren dat het begint te duizelen. Christis lijkt er echter geen moeite mee te hebben en ratelt maar door.
De docent probeert uit alle macht de aandacht van zijn studenten bij het college te houden. Op het moment dat ze dreigen in te dommelen, gooit hij alles over een andere boeg. Opeens gebruikt hij kleur in zijn Powerpoint-presentatie. Verrassend! Ook probeert hij door middel van gekscherende kwinkslagen studenten te boeien, maar die dolletjes worden door niemand echt opgepikt, laat staan begrepen.

Het Laatste Oordeel der Studenten
Het college is onbegrijpelijk, onsamenhangend, ongestructureerd en dus ontzettend lastig te volgen. De stof is volgens de studenten wel interessant, maar de man vertelt het veel te saai. Niet dat hij daar iets aan kan doen, met zijn monotone stem. Het college is ’slaapverwekkend’ en studenten vragen zich en masse af wat ze hier komen doen. Dat veel van hen na deze retorische vraag tot verhelderende inzichten zijn gekomen, blijkt na de pauze; minstens de helft heeft een aangenamere tijdsbesteding gevonden.
De studenten zijn over één onderdeel wel positief. Als er naar een onderwerp wordt gevraagd, met andere woorden: de docent een structuur wordt aangeboden, kan de man het wel goed uitleggen. Volgens de studenten is het boek van Thompson dat bij dit vak hoort nog erger dan de uitleg van Christis, volstrekt onbegrijpelijk. Om er iets van te kunnen brouwen, bieden de colleges enigszins een uitkomst. Maar op het moment dat de studenten in de banken neerstrijken, vragen ze zich toch af: ‘Waarom zit ik niet op het terras?’