ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Het Issue: Een vak apart

In deze rubriek staat iedere maand een ander Issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: de spanning tussen onderzoek en onderwijs.

Tekst: Anne Elshof en Teun Verberne
Illustratie: Erik Molkenboer

‘De Radboud Universiteit Nijmegen is een instelling waar uitwisseling en overdracht van kennis centraal staan’, dat wil de website van de universiteit haar studenten althans doen geloven. Een geslaagde overdracht van kennis vereist echter goede onderwijzers en dat is waar de schoen wringt.
Eind maart overhandigde de Landelijke Studentenvakbond (LSVb) een enorme verzameling klachten aan onderwijsminister Plasterk, ondermeer over slecht opgeleide docenten. Aan vakkennis ontbreekt het de onderwijzers doorgaans niet, maar ze weten niet hoe ze deze kennis moeten overbrengen.
Ondertussen wordt op de RU op facultair niveau gewerkt aan het verplichtstellen van basiscursussen voor beginnende docenten. De Basiskwalificatie Onderwijs (BKO) zou een garantie moeten vormen voor degelijk onderwijs. Maar is het een goed idee om onderzoekers verplicht de schoolbanken in te duwen? Sommigen van hen zijn uitstekende wetenschappers, maar zwak in het onderwijs. Moeten zij per se college geven?
De stelling van deze maand: Universitaire onderzoekers zouden niet vanzelfsprekend ook onderwijs moeten geven.

Drs. Paul Deneer
Directeur IOWO (adviseurs voor onderwijs, beleid en organisatie)

‘Niet iedere onderzoeker heeft het doceren in zich, daarmee ben ik het eens. Je kunt een hoop doen door mensen die onderwijskwaliteiten ontberen een training aan te bieden, de BKO-cursus bijvoorbeeld. Maar soms moet worden geconcludeerd dat iemand het doceren niet in de vingers heeft en ook nooit zal krijgen. Dan is het niet verstandig om die mensen koste wat het kost te dwingen onderwijs te geven. Bij aanstelling van nieuwe mensen moet heel goed worden gekeken naar hun capaciteiten. Natuurlijk kan er wel eens iemand worden aangenomen die niet goed is in het geven van colleges, maar de faculteit op wetenschappelijk terrein verder kan brengen. Zo’n keuze kan ik me voorstellen, maar niet voor de hele vakgroep. Er zullen ook mensen moeten worden aangetrokken die juist sterk zijn in het onderwijs. Dat is een belangrijke taak van de universiteit; studenten hebben recht op goed onderwijs.
‘Het laatste jaar komt er binnen de universiteit gelukkig steeds meer aandacht voor de professionalisering van het onderwijs, de BKO speelt daarin een belangrijke rol. Sommige faculteiten gaan een stap verder door de Senior Kwalificatie Onderwijs (SKO) verplicht te stellen voor de functies universitair hoofddocent of hoogleraar. Bij die faculteiten wordt dus een duidelijk verband gelegd tussen onderwijskwalificatie en functieniveau. Het is ook wel opmerkelijk dat bij alle onderwijssectoren een lerarenopleiding is vereist om les te mogen geven, behalve in het hoger onderwijs.
‘De gecombineerde structuur van onderzoek verrichten en college geven heeft wel degelijk een meerwaarde. Bij academische opleidingen is de inbreng van de wetenschap wezenlijk, want studenten wordt geleerd hoe ze onderzoek moeten doen. Een docent hoeft dan geen topwetenschapper te zijn, maar moet wel ervaring hebben om die kennis te kunnen overdragen.’

Halbe Zijlstra
Tweede Kamerlid VVD

‘Ik ben het helemaal met de stelling eens. Voorzover ik weet bestaat er geen wet of regel die bepaalt dat onderzoekers college moeten geven. Vanuit de overheid zijn er juist gescheiden geldstromen voor onderzoek en onderwijs. Het is de verantwoordelijkheid van de instelling om het geld goed te benutten. Als briljante wetenschappers worden ingezet in het onderwijs, terwijl ze daarin niet sterk zijn en het als minderwaardig ervaren, is dit pure verkwisting van de geboden middelen. De tijd die in het onderwijs wordt gestoken, kan tenslotte niet in het onderzoek worden gestopt.
‘Een cursus zoals de BKO biedt hierin geen uitkomst. Onderzoekers aan een universiteit komen niet zomaar binnenwandelen. Het zijn intelligente mensen die heus wel een papiertje kunnen halen. Dit wil echter niet zeggen dat hun onderwijsvaardigheden daar daadwerkelijk beter van worden. Als hun hart alleen bij onderzoek ligt, zullen hun colleges nooit inspirerend worden. Een cursus valt bij wetenschappers vaak verkeerd. Als autoriteit op hun vakgebied worden ze verzocht een cursus onderwijs voor dummy’s te volgen.
‘Als onderzoekers tegen hun zin op de lerarenstoel worden gezet, wordt iedereen benadeeld. De docent is niet gelukkig, omdat deze eigenlijk iets anders wil doen en college geven als een noodzakelijk kwaad ziet. De studenten krijgen hierdoor geen goed onderwijs en daar heeft de universiteit natuurlijk ook geen baat bij. Universitaire docenten moeten absoluut een grondmentaliteit hebben om de stof over te willen brengen op studenten. Wanneer de instelling goed is, nemen de docenten zelf de stappen om het onderwijs te verbeteren. Cursussen verplicht stellen is onzin.’

Prof. dr. Jan Kuijpers
Decaan Faculteit Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica

‘Op een enkeling na geven alle onderzoekers op onze faculteit college. Mijn ervaring is dat het beste onderzoek wordt verricht op onderzoeksinstituten waar ook onderwijs wordt gegeven. De instituten zonder onderwijsfunctie lijden onder het gebrek aan jonge mensen. De invloed van vooral masterstudenten en promovendi op onderzoek moet niet worden onderschat. Zij geven een frisse, kritische kijk op projecten die onze wetenschappers uitvoeren.
‘Een ander voordeel voor de wetenschap is dat de onderzoekers goede wetenschappers van de studenten maken. Voor het universitair onderwijs zelf is het ook belangrijk dat het door onderzoekers wordt gegeven. In de master is het zelfs absoluut noodzakelijk om echte wetenschappers te laten doceren. Anders zal het college nooit het gewenste niveau halen. Het is daarbij wel zaak dat er begeleiding is voor docenten. Je kunt iemand niet zomaar de collegezaal insturen. Onze faculteit stelt dan ook eisen aan de nieuwe werknemers: het behalen van de BKO is verplicht.
‘Er wordt vaak gedacht dat het onderzoekersvak te leren is, maar dat het docentschap is aangeboren. Ik accepteer het niet als mensen zeggen “sorry, ik ben een prima onderzoeker, maar een slecht docent”. Dat is bullshit. Als iemand de intelligentie, creativiteit en vasthoudendheid heeft om een goed onderzoeker te zijn, heeft die persoon alle noodzakelijke voorwaarden in huis om zich te ontwikkelen tot een enthousiast docent. Je kunt dit bereiken door er simpelweg aandacht aan te besteden. Het is pure luiheid om te zeggen dat het niet voor je is weggelegd. Iedereen die op de universiteit wordt aangenomen, weet wat van hem of haar wordt verwacht. Onderwijs vervult een even grote rol als onderzoek.’

Marcella Woud
Tweedejaars researchmaster Behavioural Science

‘Ik ben het ermee eens dat niet iedereen geschikt is voor zowel onderzoek als onderwijs. Ik heb als student-assistent werkgroepen statistiek en methodeleer gegeven, dat zijn niet de vakken waar studenten op zitten te wachten. Toen heb ik wel gemerkt dat het beheersen van didactische vaardigheden noodzakelijk is om mensen bij het college te betrekken. Als je als docent alleen maar de stof aan het opdreunen bent, slaag je volgens mij niet in je onderwijstaken.
‘In mijn bachelor Psychologie heb ik een aantal docenten gehad die zich beter met onderzoek konden bezighouden dan met college geven. In de researchmaster die ik nu volg, krijg ik les van toponderzoekers, maar dat zijn tevens heel goede docenten. De researchmaster vormt wel een luxepositie, de groep studenten is klein, waardoor er veel interactie tussen docent en student mogelijk is. Zo krijgt de docent directe feedback op hoe hij college geeft.
‘Ik denk wel dat de combinatie van onderzoek en onderwijs moet worden gehandhaafd. Die koppeling vormt volgens mij juist de meerwaarde van de universiteit. Door goede onderzoekers hun kennis te laten overdragen aan studenten kom je als universiteit verder.’