Twan Huys: Terug naar Huys
New York is zijn grootste passie. Toch verruilde hij na zeven jaar correspondentschap zijn onvoorwaardelijke liefde voor het minder bruisende Hilversum. Journalist Twan Huys over journalistiek, ‘9/11′, orkaan Katrina en zijn terugkomst in Nederland. ‘De Nederlandse politiek zou een voorbeeld moeten nemen aan Amerika.’
Tekst: Koos ten Bras en Roel Neijts
Foto’s: Sjors Overman
Toen op 15 april 2006 in De Telegraaf Twan Huys (43) als nieuwe presentator van NOVA werd bekendgemaakt, verscheen op de website van het dagblad een verheugde reactie: ‘Hoeven we ook niet meer tegen dat onverzorgde uiterlijk van Jeroen Pauw aan te kijken.’ Dat de geboren Limburger zich wél het liefst van zijn beste kant laat zien, blijkt nog voordat we hem ook maar een vraag kunnen stellen. Daags voor het interview ontvangt de redactie een paar prachtig geènsceneerde persfoto’s, afzender: Twan Huys. Temidden van zijn stad, New York, lijkt de NOVA-journalist volledig in zijn element. Bewijs nummer twee, in het Amsterdamse café Marcella, is doorslaggevend. Na het ontdekken van de aanwezigheid van onze fotograaf, snelt Huys in de richting van de toiletten, verdwijnt enkele minuten van het toneel, en verschijnt vervolgens opgefrist met een keurig kapsel aan tafel. ‘Nu ben ik er klaar voor’, glimlacht hij.
Naar de States
Na enkele journalistieke jaren in Afghanistan, Bosnië, Somalië en Zaïre werd Twan Huys in 1999 door NOVA-hoofdredacteur Gerard Dielissen gevraagd voor een correspondentschap in de Verenigde Staten. De eerste tweeënhalf jaar in The States voedde Huys de Nederlandse tv-kijker met reportages vanuit Washington. De hoofdstad was ten tijde van de presidentsverkiezingen van 2000 de meest geschikte plek voor journalisten. Jammer, zo vond Huys die in 1991 al verliefd was geworden op New York en liever reportages zou maken vanuit the city that never sleeps.
‘Washington is niet alleen het politieke epicentrum van Amerika, de redactie wees de stad ook aan vanwege de vestiging van de European Broadcasting Union. Via dat broadcast-bureau is persmateriaal makkelijk naar Nederland te sturen. Tegenwoordig gaat dat argument niet meer op: sinds de komst van draadloos internet kunnen reportages bij wijze van spreken al vanuit de Starbucks naar het thuisfront worden verstuurd.’
Toen op 11 september 2001 twee vliegtuigen het World Trade Center doorboorden, en Huys met zijn crew de trein naar New York nam voor een reportage, besloot hij Washington voorgoed achter zich te laten. ‘De culturele hoofdstad van Amerika werd mijn nieuwe woonplaats’, glundert de sympathieke journalist. Eerst had hij een appartement in West Village, later verhuisde hij naar Tribeca, beide op steenworpafstand van Ground Zero.
Zijn journalistieke hoogtepunten in Amerika – hij interviewde onder anderen Hillary en Bill Clinton, maakte reportages rondom 9/11 en orkaan Katrina, en volgde Ayaan Hirsi Ali een jaar lang bij haar overstap naar de VS – verzamelde Huys in het boek Ik ben een New Yorker, dat vorig jaar augustus verscheen. Door de gepassioneerd beschreven verhalen heen sijpelt zijn liefde voor The Big Apple. ‘It’s not so much that I’m an American. I’m a New Yorker’, kondigt Huys in het voorwoord aan als zijn lijfspreuk. Naast een ode is het boek een afscheidsgroet: sinds januari woont Huys weer in Nederland en presenteert hij de actualiteitenrubriek NOVA.
Dynamische samenleving
‘New York heeft me gegrepen. Al sinds haar stichting als Nieuw Amsterdam is het een immigrantenstad, een smeltkroes van culturen. Iedereen in mijn wijk Tribeca heeft minimaal een ouder die immigrant is. Bovendien is het een stad van prestaties: wie in zijn vak de beste is of wil zijn, trekt naar New York. Amerika kent geen uitgewerkt ontslagrecht zoals Nederland dat heeft. Als een werknemer niet functioneert in een bedrijf, vliegt ‘ie eruit. Een keihard en vaak a-sociaal systeem. Tegelijkertijd ontstaat door dat vrije klimaat, en doordat niet alles tot in de puntjes is geregeld, een heel dynamische samenleving. Er heerst een drive om veel en goed te presteren en ik werd daarin meegezogen.’
Amerikaanse zelfcensuur
In de VS ontdekte Huys grote verschillen tussen de Nederlandse en Amerikaanse mediabedrijven. Aan de overkant van de Atlantische Oceaan bleek de journalistieke houding veel minder kritisch. ‘Een groot deel van het journalistiek materiaal op de Amerikaanse televisie is inhoudloze pulp. Types als Paris Hilton, die behalve het stardom niets om het lijf hebben, vervuilen de beeldbuis. Bovendien is in de VS nauwelijks ruimte voor confronterende vragen. Het is absoluut not done om kritisch te zijn in een interview; ben je dat wel, dan word je als journalist geëxcommuniceerd. Veel journalisten mijden moeilijke vragen en willen vooral hun lijntje met de beroemdheid behouden. Als Nederlands equivalent noem ik Frits Barend en Henk van Dorp, de grootste vriendjes van Johan Cruijff en Marco van Basten. Zij zijn altijd verzekerd van interviews met de voetbalhelden. Dat heeft niets meer met journalistiek te maken.’ De kwaliteitsjournalistiek wordt in Amerika ook vaak door de grote mediaconcerns zelf tegengehouden. ‘Veel media zijn ondergeschikt aan de grote bedrijven’, verzucht Huys. ‘De meeste zenders willen hun aandeelhouders niet in de problemen brengen. Bij twijfel over negatieve reacties, zenden ze een riskante reportage liever niet uit. Je reinste zelfcensuur.’
Butterflyeffect
Als correspondent zat Huys op de voorste rij bij het wereldnieuws. ‘Een journalist heeft de kans aanwezig te zijn waar de geschiedenis een duwtje in de rug krijgt. Van de afgelopen jaren was 9/11 natuurlijk hét nieuwsmoment. Op dit soort grootse momenten kan ik de impact van de gebeurtenissen niet overzien, het enige wat ik kan doen is zo veel mogelijk in me opnemen. Wat zijn de feiten? Wie moet ik interviewen? Wat betekent dit voor mensen die het van dichtbij meemaken?
‘Wereldnieuws veroorzaakt een butterflyeffect: wervelingen van de vleugelslagen van een vlinder kunnen ergens anders op de wereld een tornado veroorzaken. Van de terroristische aanslagen in New York, de vleugelslagen, kon ik getuige zijn. De oppervlakte waarop geschiedenis wordt geschreven is vaak niet groter dan een paar voetbalvelden. De naweeën zijn echter over de hele wereld merkbaar.’
In augustus 2005 werd Huys niet met vleugelslagen, maar met een orkaan geconfronteerd: het zuidelijke New Orleans werd zwaar getroffen door Katrina. Bijna de gehele stad kwam onder water te staan en er vielen honderden doden. ‘Bij Katrina zat ik er veel meer bovenop dan bij de terreuraanslagen in New York. De geur van drijvende lijken zal ik nooit meer vergeten. Ik stond versteld en vroeg me af: “Hoe is dit in hemelsnaam mogelijk? Hoe kan dit in zo’n rijk land plaatsvinden?”
Als gevolg van haar slavernijverleden is meer dan de helft van de inwoners van de stad Afro-Amerikaans en een groot deel daarvan woont in getto’s. Daarnaast zorgen Franse, Spaanse en Amerikaanse invloeden voor een multiculturele sfeer. ‘Thema’s als racisme en het verschil tussen arm en rijk zijn voor een journalist in de Verenigde Staten clichéonderwerpen. Maar daar, in New Orleans, kon ik er niet omheen.’ Huys legt uit: ‘In een klap waren de probleemwijken weggespoeld. Door het rijke verleden en de jazz hebben de inwoners van de stad soms bijna poëtisch taalgebruik. Een stadsbewoner die ik destijds interviewde zei: “God flushed the toilet.” Hij had gelijk, de getto’s – de shit van de stad – waren weggevaagd, terwijl de hoger gelegen rijke wijken intact bleven. Een man die met een speedboot mensen probeerde te redden, riep mij toe: “Make sure you tell them politicians, because them politicians aren’t worth shit!” De wederopbouw laat nu nog steeds op zich wachten. Niemand lijkt het belangrijk te vinden dat die arme wijken weer worden opgebouwd. President Bush is bovendien veel te laat begonnen met hulpacties.’
Bloomberg for president
De kritiek op Bush’ optreden bij Katrina is niet het enige negatieve commentaar dat Huys op de Amerikaanse president heeft. In Ik ben een New Yorker bevat bijna elk hoofdstuk wel een kritische noot op het beleid van Bush. ‘Mijn correspondentschap begon bij zijn aantreden. In het begin was ik sceptisch, maar als journalist moest ik mijn onafhankelijkheid bewaren en mezelf zo objectief mogelijk opstellen. Na zeven jaar Bush’ politiek te hebben gevolgd, kan ik wel zeggen wat ik van het beleid vind. Voorstanders zullen vertellen dat zijn strijd tegen het terrorisme een succes is, ik denk dat van de 43 presidenten die de VS hebben gekend er geen zó slecht was als George W. Bush. Alles wat hij heeft gedaan, is uitgelopen op een ramp. In het boek Worse than Watergate legt Nixons oud adviseur John W. Dean dat treffend uit. Het Watergate-schandaal – waar hij zelf voor in de bak zat – beperkte zich tot binnen de landsgrenzen van de Verenigde Staten. Het beleid van Bush heeft echter een veel grotere fallout. De gehele wereld is getroffen.’
Huys heeft in zijn Amerikaanse jaren reportages en documentaires gemaakt over twee presidentsverkiezingen; de aankomende verkiezingen zullen worden verslagen door zijn opvolger Willem Lust. Vanzelfsprekend houdt de oudcorrespondent de verkiezingsperikelen vanuit Nederland nauwlettend in de gaten. Hij tipt de huidige burgemeester van New York als een geschikte kandidaat voor het presidentsschap. ‘Michael Bloomberg is de steenrijke uitvinder van de Bloombergbox: een apparaat waarmee het mogelijk werd beursberichten uit te lezen, voordat internet deze rol overnam. In tegenstelling tot andere kandidaten is hij – met zijn geschatte vijf miljard dollar – financieel onafhankelijk en hoeft in zijn race voor het hoogste ambt geen toezeggingen te doen aan grote bedrijven om zijn campagnekas te spekken.’
Vervlogen parfum
Sinds eind januari is Twan Huys te zien in de studio van NOVA. Hij raakt nog steeds niet uitgepraat over de verschillen tussen zijn vaderland en de VS. Zo zou ons land op politiek vlak nog wat van Amerika kunnen leren. ‘Nederland praat altijd in termen van ‘links’ en ‘rechts’. Waarom wordt er geen persoon, ongeacht van welke kant, gekozen die politiek gezien erg goed is? Bovendien lijkt mij de structuur van een twee- tot driepartijenstelsel met een hogere kiesdrempel een verbetering; al die kleine partijen van nu zorgen voor een versplintering van het electoraat. Nederland is een land van de middenweg, van de compromissen. Op die manier is het onmogelijk om politiek te bedrijven: elke genomen maatregel verdampt en lost op. Het is net als slechte parfum.’
Natuurlijk denkt hij na een half jaar als presentator nog vaak terug aan zijn correspondentschap in Amerika, hij zegt zijn vorige baan echter niet te missen. De vrijheid van verslaggever is hij nu kwijt, maar er zijn mooie uitdagingen voor in de plaats gekomen. ‘Ik ben nu anchorman van een actualiteitenprogramma met een hoge kwaliteit. In de Verenigde Staten kwam ik vaak onderwerpen tegen die ik al een keer had gezien. Hier in Nederland kan ik de powers that be interviewen, presenteer ik een scala aan onderwerpen en heb ik meer invloed op de grote lijn van NOVA. Laatst heb ik zelfs weer even in Afghanistan gezeten. Ik mag Noord-Amerika zijn kwijtgeraakt, ik heb er de wereld voor teruggekregen.’







