Breken met de bisschoppen
In 2004 veranderde de naam Katholieke Universiteit Nijmegen in Radboud Universiteit. De kerkelijke voet tussen de deur bij het universiteitsbestuur bleef. De tijd is aangebroken om de kerk definitief de rug toe te keren.
Tekst: Andy Leenen en Rob Ramaker
Illustratie: Nienke Oldenhuis
De Radboud Universiteit is in 1923 gesticht vanuit de katholieke gemeenschap. De religieuze aard is heden ten dage vooral zichtbaar tijdens academische plechtigheden zoals de diesviering in de St. Stevenskerk en promoties, die worden geopend en afgesloten met gebed. Verder is er een faculteit Theologie, is de universiteit lid van Christelijke organisaties en herbergt de RU een schat aan katholieke archieven. Aan het einde van vorig collegejaar klonken kritische geluiden vanuit de christelijke studentenverenigingen en van scheidend hoogleraar Kerkgeschiedenis Peter Nissen. De identiteit zou alleen worden gebruikt wanneer het de universiteit uitkomt. Er laaide een discussie op over het katholieke profiel, maar tot dusver lijkt het College van Bestuur (CvB) vastbesloten niet in te gaan op dit debat.
Katholiek in deeltijd
De identiteit van de RU wordt volgens universiteitswoordvoerder Willem Hooglugt bepaald door kernwaarden, die mede voortkomen uit haar katholieke traditie: ‘Een dergelijke waarde is betrokkenheid, zowel met elkaar als met de samenleving. Dat is een diepe christelijke waarde.’ In het dagelijks campusleven is de katholieke identiteit vrijwel onzichtbaar. In juni 2006 bleek de RU plotseling wel publiekelijk katholiek. Norbert de Jonge, destijds derdejaars student Orthopedagogiek, zocht de publiciteit als secretaris van de Partij voor Naastenliefde, Vrijheid en Diversiteit (PNVD), ‘pedopartij’ in de volksmond. Hij werd terecht verwijderd van zijn opleiding. Hij mocht tevens geen andere studie volgen aan de RU. Een discutabele beslissing, aangezien iedereen recht heeft op onderwijs. Het College van Beroep voor Hoger Onderwijs bepaalde later dat de keuze voor verwijdering correct was, omdat zijn uitingen ‘haaks staan op de katholieke moraal van de Radboud Universiteit’. Een scherp contrast met de vage vrijblijvendheden waarmee de identiteit doorgaans wordt beleden.
Doofpot
De huidige discussie over de katholieke signatuur werd aangewakkerd door een brief van Ewout Laseur, voormalig USR-lid namens de CSN. Zoals al eerder werd gesteld, lijkt het CvB niet uit op een publiek debat. Het gesprek tussen het CvB en Laseur vond daarom plaats achter gesloten deuren. De enige publieke reactie die rector magnificus Kortmann gaf, luidde dat er geen discussie is omtrent de identiteit. Hij stelde dat de katholieke beleving een individuele aangelegenheid is, en ging geheel niet in op de argumenten die door Laseur waren aangedragen. Deze wil eveneens niet inhoudelijk ingaan op het gesprek, maar over het debat zegt hij: ‘De katholieke identiteit komt voort uit de traditie van de RU, terwijl de studentenpopulatie steeds verder seculariseert. Het wordt tijd dat het CvB een keuze maakt.’ Laseur heeft het onderwerp onder de aandacht gebracht bij het universiteitsbestuur, waarmee de discussie wat hem betreft is afgesloten. Crispijn Jansen, oud-lid van de USR namens AKKUraatd, heeft ook begrip voor die opstelling: ‘Het universiteitsbestuur vreest waarschijnlijk dat de media het oppikken, waardoor het een te zwaar onderwerp wordt en de nuance verdwijnt. Voor het CvB is het niet zo’n issue, het imago zit vooral in de kleine dingen.’ Willem Hooglugt is kort van stof over dit dilemma: ‘De katholieke signatuur staat niet ter discussie.’
Bemoeizuchtige bisschoppen
Bovenaan de universitaire ladder is de katholieke inborst prominent aanwezig. Aan de top van de bestuurlijke organisatie staat de Stichting Katholieke Universiteit (SKU). De voornaamste taak van de SKU is toezicht houden op de universiteit en het ziekenhuis. Daarnaast benoemt ze de leden van het CvB en de Raad van Bestuur van het UMC St. Radboud. Ze kan deze leden ook schorsen of zelfs ontslaan. Op eigen voordracht wordt het SKU benoemd door de conferentie van Nederlandse bisschoppen, een organisatie die zich steeds conservatiever ontwikkelt. Hoe machtig de bisschoppenconferentie werkelijk is, blijft giswerk. In oktober 2006 liet Peter Nissen, voormalig decaan van de Faculteit der Theologie, zich in de media kritisch uit over de pogingen van de bisschoppen om meer grip te krijgen op de theologische wetenschap in Nederland. Vanwege deze uitlatingen werd Nissen ter verantwoording geroepen bij het universiteitsbestuur, nadat de bisschoppenconferentie een boze brief had gestuurd. Tijdens het gesprek werd hem verweten ‘bestuurlijk onverstandig’ te hebben gehandeld. Op papier lijkt de bisschoppelijke invloed vastomlijnd, maar in de praktijk is de invloed diffuus en zorgt deze er voor dat de universiteit braaf in de pas loopt.
Twee jaar na deze affaire twijfelt Nissen aan de katholieke identiteit van de RU: ‘Een zelfbewuste universiteit moet zich afvragen of zij nog geassocieerd wil worden met een steeds conservatiever orgaan als de bisschoppenconferentie.’ Woordvoerder Hooglugt benadrukt dat wetenschap op de eerste plaats staat: ‘Binnen de katholieke identiteit is het belangrijk dat onderwijs en onderzoek onafhankelijk zijn.’
Deze vrijheid bestaat daarentegen niet op bestuurlijk niveau. Kerkelijke inmenging kan hier niet worden getolereerd: de banden tussen bisschoppenconferentie en universiteit moeten worden doorgesneden.
Sine dei nomine feliciter
Het CvB ontwijkt iedere vorm van debat, zonder zich ondertussen hard te maken voor de huidige katholieke identiteit. Een dergelijke signatuur heeft verstrekkende gevolgen en het is een fraai staaltje holle retoriek om haar te verdedigen met vrijblijvende algemeenheden als ‘betrokkenheid’ en ‘religieuze beleving is persoonlijk’. De constatering dat de RU een lange katholieke traditie kent die nog doorwerkt in de huidige uitstraling, is eveneens een open deur. Tijden veranderen en tradities kunnen niet eeuwig in stand worden gehouden. Bovendien zorgt de identiteit voor een officieuze lijn tussen de bisschoppenconferentie en het universiteitsbestuur. Naast haar formele invloed blijkt dit instituut niet terug te deinzen voor het bijsturen van zaken die ze niet aanstaan. Typerend hiervoor is het voorval met Nissen. Dit speelde weliswaar op de theologische faculteit, maar de mogelijkheid dat de invloed vanuit een dergelijk conservatieve en gemarginaliseerde conferentie doorslaat naar de rest van een academische instelling, is volstrekt onwenselijk. Het afschaffen van de katholieke identiteit zou een rigoureus einde betekenen van de paapse vinger in de universitaire pap.






