‘Het is een beetje genant’
Tot in den treure studeren ze door, op hun dertigste zijn ze nog geen propedeuse rijk en nachtenlang hangen ze in de kroeg: de eeuwige student bestaat.
Hij studeert al zes jaar, maar nog heeft hij zijn bachelor niet binnen. Of hij switcht studies als een gekwetste puber met bindingsangst, om op zijn dertigste terug bij af te zijn. Vervelend vindt hij het wel, maar het studentenleven maakt alles draaglijk. Ondanks maatregelen van minister Plasterk van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om de studieduur terug te dringen sterft de campusdinosaurus maar niet uit. Het verhaal van vier eeuwige studenten.

Laatste kans
Aan tafel zit een opvallende man – designerbril, peroxideblond haar en zwarte kledij. Hij zou niet misstaan in een museum, maar hij lijkt in niets op de stereotype Psychologiestudent. Toch volgt Olivier (31), tweedejaars Psychologie, zelfs nog propedeusevakken. Ongeveer tien jaar zwierf hij rond langs verschillende opleidingen, verhaalt hij. Via Biologie in Utrecht, langs de modesecties van de kunstacademie in Breda en Amsterdam, belandde hij fulltime achter de kassa bij de boekenwinkel Selexyz in Tilburg. Na de avondopleidingen visagie, grime en make-up artist en enkele jaren trouwe dienst bij Selexyz besloot hij naar Nijmegen te gaan. ‘Het was mooi geweest, ik had iets meer discipline en was wat wijzer dan voorheen. Toen heb ik goed overlegd met mijn ouders hoe ik dat financieel moest gaan redden.’ Zelf had Olivier het geld niet. Daarom trof zijn vader – toen nog werkend – een pensioenregeling, waarmee hij in vier jaar meer geld ontvangt om zijn zoon te financieren en daarna aanzienlijk minder voor zijn oude dag.
‘Het is een beetje genant’, geeft Olivier toe. ‘Ik heb begrepen dat ik veel meer te besteden heb dan de gemiddelde student.’ Hij krijgt van zijn ouders 475 euro per maand en verdient 350 euro bij de boekenwinkel. Daarvan hoeft hij alleen zijn ziektekostenverzekering, telefoonrekening en eten en drinken te betalen. Zijn studie en huur worden eveneens door zijn ouders bekostigd. ‘Toch komt het iedere maand op.’ Is dat onverantwoordelijk? ‘Ik noem het liever sociaal. Het meeste gaat op aan kroegbezoek, een derde besteed ik aan rondjes.’
Olivier ziet Psychologie als laatste strohalm. En dat motiveert. ‘Ik heb sterk de neiging tot het laatste moment te wachten, dan presteer ik het beste. Daarom komt het misschien wel goed uit dat dit mijn laatste kans is.’ Later nuanceert hij dit: ‘Ik heb niet het gevoel dat ik mijn studie in vier jaar zal halen, maar ik probeer het zoveel mogelijk die kant op te sturen. Anders slijt ik de rest van mijn leven met een suf baantje.’
Voorzitters met achterstand
Mark Adriaanse (29) is elfdejaars student, waarvan vierdejaars Informatiekunde. ‘Ik doe een schakelprogramma, eigenlijk zou het maar twee jaar moeten duren.’ Mark krijgt al tijden geen stufi meer, dus werkt hij 32 uur per week. Daardoor kan hij nog maar één à twee vakken per semester volgen. In zijn peperdure appartement – waar een enorme breedbeeld tv de muur siert en overal computers zijn verborgen – doet hij zijn academische leven uit de doeken.
‘Ik noem mezelf zeker nog student.’ Niet voor niets, hij hangt meerdere malen per week in de kroeg en beunt bij in besturen van zijn studievereniging en van sportverenigingen. Haast heeft hij niet. Komend jaar is hij als voorzitter van studievereniging Thalia nog steeds betrokken bij de introductie. ‘Dan zal ik niet snel tegen een leuke eerstejaars studente zeggen hoe oud ik ben’, bekent Mark. ‘Maar ik schaam me er niet voor.’
‘Het laatste jaar voel ik me steeds minder gemotiveerd om af te studeren. Ik moet nog twee vakken halen, waarvan het ene echt een struikelblok is. Met de docent heb ik flinke ruzie en de cursus is veel te moeilijk. Daardoor zal het nog wel anderhalf à twee jaar duren voordat ik ben afgestudeerd.’

Van een heel ander kaliber is de gemotiveerde Alexander Gras (26). Inmiddels is hij achtstejaars student. Na een half jaar Recht en Management te hebben gestudeerd, stapte hij over naar Nederlands Recht. Onmiddellijk is hij het verenigingsleven ingerold, en in 2005 werd hij preses van Carolus Magnus, waardoor hij zijn studie een jaar stopzette. ‘Naast de intellectuele verdieping van mijn studie, vind ik het ook belangrijk me persoonlijk te ontwikkelen. Ik heb dus heel bewust gekozen om mijn studie op een wat lager pitje te zetten’, beweert Alexander. Later geeft hij toe: ‘Oh, en ik heb geen sterke discipline.’ Na zijn bestuursjaar kwam Alexander nog veel op de ‘soos’, waardoor het moeilijk was om om kwart voor negen weer in de collegebanken te zitten. Ook was de denkwijze bij zijn studie heel anders bij in Carolus. ‘Bij Rechten is de weg naar een antwoord veel belangrijker dan de uiteindelijke uitkomst, als preses hoef je alleen met het resultaat naar buiten te treden. Ook door dat verschil in denkwijze haalde ik mijn eerste vier tentamens niet. Ik heb er een halfjaar mee verpest. Daarna stortte ik me volledig op de studie.’ Sindsdien loopt Alexander ‘boven nominaal’: elk jaar kopt hij meer dan 60 studiepunten binnen. Ook zijn cijfers zijn met gemiddeld een punt – van 6,5 naar 7,5 – gestegen, naar eigen zeggen ‘allemaal dankzij het jaartje ertussenuit’.
Het enige nadeel: hij kan niets meer lenen bij de IB-groep omdat hij al meer dan zeven jaar studeert. Dit dwingt
hem drie dagen per week te werken, onder andere in de fietskelder bij het station. ‘Maar de opgedane ontwikkeling en vriendschappen zijn me zoveel waard, daar werk ik nu graag wat extra voor.’
Lamlul
De echte eeuwige student is zich – in tegenstelling tot Olivier, Mark en Alexander – helemaal niet bewust van zijn gebrek aan motivatie of doel. Frank (40), tweedejaars Psychologie, behoort tot deze categorie. In geen van de pogingen, waaronder een mbo-traject Agogisch werk, een studie Kunstgeschiedenis en een jaartje Antropologie, heeft hij een diploma behaald. ‘Eigenlijk wilde ik altijd al Psychologie doen’, beweert hij. Toch besloot hij ‘heel wat jaren te doen waar ik zin in had’ door rond te reizen, veel tijd aan vrienden te besteden en te werken bij een autoleasebedrijf. ‘En voor je het weet ben je tien jaar verder.’ Ook een ernstig ziek gezinslid en een zwaar auto-ongeluk belemmerden Frank zijn weg terug te vinden naar de universiteit. ‘Toen een vriendin, die de studie al volgde, steeds enthousiaste verhalen vertelde, dacht ik: “Ach, dan ga ik toch
Psychologie studeren.” Dat doe ik nu fulltime.’ Frank werkt nu niet, en heeft dit jaar zo’n 30 studiepunten gehaald, waaronder hopelijk zijn propedeuse. Hoe presteerde hij het zo’n beperkt aantal studiepunten te halen? ‘Ik zie de studie slechts als onderdeel van mijn leven, niet als mijn héle leven. Ik schenk ook veel aandacht aan mijn familie, vrienden, revalidatie en sport en ben groot natuurliefhebber. Je moet dingen op waarde schatten.’
Zijn leeftijd ziet hij zelf als voordeel: ‘Ik maak me niet druk of ik er wel bij hoor, heb heel wat levenservaring waardoor ik aardig kan relativeren en vraag me niet af of mijn studieresultaten wel van niveau zijn.’ Bovendien hoeft hij niet snel af te studeren, hij heeft een financiële buffer waarmee hij het nog wel een tijdje uitzingt, en weet bovendien nog niet zo goed wat hij met zijn studie wil doen. Maar: ‘Ik geniet vooral van de persoonlijke ontwikkeling door het studeren. De ervaring op zich is een prachtig deel van mijn bagage, misschien nog belangrijker dan het diploma.’
Op verzoek is de naam van Frank gefingeerd.
Tekst: Timo Pisart
Foto: Boy van Dijk
Klik hier voor alle artikelen van ANS intro 2009.







Pingback: Studentenpsycholoog over de eeuwige student | ANS-Online
Pingback: De eeuwige student | ANS-Online
Pingback: Kwaliteit hoeft niets te kosten | ANS-Online