ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Meelopers: Sherlock Holmes 2.0

Iedere maand loopt ANS een dag mee in de schaduw van een zonderling. Deze maand: Stiekem snuffelende speurneuzen

Mysterieuze mannen gehuld in lange regenjassen, camera’s verstopt in bloempotten en bloedstollende achtervolgingen: het is het clichébeeld van een privédetective. Is de werkelijkheid echt zo spannend of zit de hedendaagse speurneus enkel achter zijn computer gegevens te vergaren en te analyseren? VMB Security & Solutions, gevestigd te Almere, opent haar deuren voor een kijkje in de wereld van de moderne Sherlock Holmes.

Het statige pand van VMB, omringd door een vijver die veel weg heeft van een middeleeuwse gracht, doet denken aan een goed beveiligde bunker. Breed lachend opent stagiair Michael Stark (19) de deur, terwijl hij opmerkt dat we allang zijn gadegeslagen door de verdekt opgestelde camera’s. Bauke Jonkmans, een gladde dertiger gekleed in een nette blouse en interim security manager bij VMB, steekt van wal: ‘De term privédetective is een beetje achtergehaald, wij noemen onszelf een particulier recherchebureau. Onze onderzoeken worden uitgevoerd in opdracht van derden, waarbij de nadruk ligt op fraude, witteboordencriminaliteit en oplichting binnen bedrijven.’ Met een serieus gezicht vervolgt hij: ‘Weet je bijvoorbeeld wat de top drie van diefstal in een hotel is? Batterijen, lampen en kleine pakjes hagelslag.’ Op kantoren wordt ook veelvuldig proletarisch gewinkeld. ‘Een mooi voorbeeld hiervan is een jongen die ’s avonds geacht werd het pand schoon te maken. In plaats daarvan pakte hij de snoepautomaat beet en kantelde die vooruit, zodat alle lekkernijen eruit donderden. Vervolgens ging hij prinsheerlijk aan een bureau zitten schransen, precies in het oog van de camera.’

Chips en scrabbler
Het beeld van spannende achtervolgingen van overspelige echtgenoten of louche figuren wordt al snel ontkracht. Naast de weinig opwindende fraudezaken werkt VMB ook op het gebied van advies en preventie van diefstal binnen bedrijven. Het blijkt een heus specialisme te zijn: ‘Vroeger waren het oude agenten met een grote snor, die iets mysterieus zeiden met veel moeilijke woorden. Tegenwoordig moet je er een gedegen opleiding voor volgen.’ De jongste tak van het beroep van de privédetective is het digitale onderzoek. Een voetafdruk zoekt men tegenwoordig niet meer in de modder, maar in de computer. Als er verborgen camerabeelden zijn gemaakt, moeten die worden geanalyseerd. Soms heb je opnames van dagen of weken die bekeken moeten worden. ‘Dan kan je er beter een zak chips en een krat bier bij pakken’, aldus Stark.
Bijna deden de heren vermoeden dat de vrij vanzelfsprekende spanning en sensatie omtrent het werk van privédetectives slechts een illusie was. Gelukkig blijft er nog wel iets van in stand: er wordt immers ook ‘veldwerk’ verricht. Dit varieert van observaties tot het plaatsen van verborgen camera’s. Jonkmans licht de gebruikelijke procedure uit: ‘Als je een zaak krijgt, ontvang je eerst een briefing. Er wordt een observatieteam samengesteld, waarna analysten met de vergaarde gegevens aan de slag gaan. Een tactisch rechercheur knoopt de eindjes aan elkaar en een verhoorkoppel gaat vervolgens een zogenoemd “confronterend gesprek” aan met het subject.’ Jonkmans vertelt hier gepassioneerd over: ‘We waren onlangs met twee verhoorkoppels in een grote kledingketen om vier subjecten te ondervragen. De reacties verschilden enorm. Er was iemand die opsprong en de tafel omgooide, een meisje dat zacht begon te snikken, maar ook iemand die koel en berekenend begon te lachen en bekende.’ Stark: ‘Al zou ik ook bang worden als ik door Bauke word verhoord.’ Zijn collega spoedt zich om te zeggen dat het daar niet om gaat. Het motto van het bedrijf ‘één bewijs is geen bewijs’ moet namelijk altijd in stand worden gehouden. Om te voorkomen dat de verdachten tijdens zo’n gesprek met elkaar communiceren, wordt vaak een gadget ingezet: een zogenaamde scrabbler, die het mobiele netwerk stoort. Op de vraag of de subjecten zich hiervan bewust zijn, blijft Jonkmans vaag: ‘Dat kunnen ze weten als we ze dat zouden vertellen’.

Spionagebus
VMB blijkt over een scala aan speeltjes te beschikken waar Dr. Q niet aan kan tippen. Zo gebruikt VMB mini-camera’s die in rookmelders, radio’s, boeken en computers worden verstopt, maar ook een camera in de vorm van een autosleutel, een pen of een horloge. Het grootste speeltje van VMB is de observatiebus. Ogenschijnlijk een normaal bestelbusje, maar van binnen uitgerust met camera’s die de directe omgeving in de gaten houden. Zelfs in het luchtroostertje bovenop het dak is een camera gemonteerd die 360 graden kan draaien. Stark zit geregeld van acht uur ’s morgens tien uur ’s avonds achter in de bus op een parkeerplaats, zonder enig daglicht te zien en in doodse stilte. Hij verzucht: ‘Er zit gelukkig wel een wc’tje in.’ Daarna vertelt hij echter enthousiast over een observatie: ‘We moesten laatst twee terreinen in de gaten houden, omdat een verdachte gevolgd moest worden. Ik zat in het busje bij het ene terrein, twee anderen zaten stand-by in een auto bij het andere. Opeens verliet ons subject ‘mijn’ terrein, terwijl ik geen kant op kon omdat ik in dat busje moest blijven om geen argwaan te wekken. Mijn collega’s moesten er toen als een speer achteraan.’

Bambi
Bauke geeft aan dat er tijdens het veldwerk ook andere technieken worden gebruikt: ‘We gebruiken speciale tactieken tijdens onze zaken. Zo hebben we onderling bijnamen voor elkaar, mijn naam is Gadget, maar we hebben ook Brutus, Moneypenny en De Mus.’ Met een grote glimlach vervolgt hij plagend: ‘En Michael is onze Bambi.’ De stagiair kijkt wat zuur na deze opmerking en legt uit dat de namen niet alleen worden gebruikt omdat ze zo ‘stoer’ zijn, maar dat het voornamelijk functionaliteit betreft: ‘We willen over de portofoons zo neutraal mogelijk overkomen.’ Naast het observatiewerk wordt ook undercover geopereerd. Jonkmans vertelt: ‘Laatst hadden we een mooie zaak. Ons subject werkte in een hotelbar en werd ervan verdacht geld achterover te drukken door sommige biertjes niet aan te slaan op de kassa. Het was een kerel van middelbare leeftijd, hij had een zwart giletje aan en droeg een ouderwets zakhorloge. Om bewijzen te vinden heb ik met een collega drie avonden achtereen aan de bar bier zitten drinken. Ons subject had schitterende verhalen en was een aardige kerel, maar uiteindelijk bleek dat hij 8500 euro achterover had gedrukt. Dan heb je toch aardig wat biertjes in je zak gestoken.’

De spannende observaties en undercovermissies brengen helaas wel enige gevaren voor het privéleven met zich mee. Zo legt Jonkmans uit dat je, wanneer je particulier rechercheur wordt, direct een verzoek omtrent geheimhouding moet aanvragen bij de gemeente. Op deze manier worden je adresgegevens niet verspreid. Zelfs je partner moet een geheimhoudingsverklaring ondertekenen. Ook Facebook en twitter worden vermeden, uit angst dat je identiteit bekend wordt. ‘Je persoonlijke veiligheid staat op het spel. Ik ben gestalkt, mijn auto is bekrast en ik ben met de dood bedreigd. Net als ambulancepersoneel kiezen we er niet voor te worden uitgescholden, maar het gebeurt wel.’ Het is duidelijk dat het leven van een privédetective niet altijd over rozen gaat. De vraag die blijft hangen is uiteraard of het zich terugbetaalt. Over het honorarium laat Jonkmans helaas weinig los: ‘We zitten ruim onder de 150 euro per uur. En daar houden we het bij, oké?’

Tekst: Ceciele Luijnenburg en Adrianne Tuk
Illustratie: Argibald

Klik hier voor alle artikelen van de ANS van de Introductie 2010.