De La Vigne
De duivel zit in het detail. In het iets te lang treuzelen op het toilet als je vrienden net een rondje bestellen, toevallig op vakantie zijn als deze verhuizen en, vooral, in sigaretten. Nergens komt de kleinzieligheid, het vrekkerige, het junkerige zo sterk naar boven als bij de rokende mens. Kompanen mogen dan het brood delen, met sigaretten ligt dat toch wat lastiger.
Eens sloeg ik een kamer af om een peuk. Aan de ruimte lag het niet: het was een riante kamer hartje Oost. Veel licht, een lage huur, in het appartement van een vriend. De zaak was beklonken: de volgende dag zou ik 30m2 (met balkon!) betrekken. Aan de keukentafel bespraken we reeds de inrichting. Het was laat, de flessen leeg, de kroegen dicht. ‘Heb jij een sigaret, ik heb er nog maar één,’ vraagt de vriend. Ik open mijn pakje: ik heb er nog twee. Terwijl de vriend mijn sigaret pakt, steekt hij de zijne in zijn zak. één en één is twee, denk ik. De duivel zit in het detail. Nu is het een sigaret, dan krijg je gezeik over de vuilniszakken, ten slotte wordt de huur verhoogd. Ik neem de kamer niet.
Ik was het haast vergeten, tot ik laatst naar het CultuurCafé toog. Het hoofd was vol, het hart was hongerig en ik had dorst. Mijn vriend Martijn verging het niet veel beter. We besloten ons verdriet te verdrinken. ‘Het gaat niet goed in de familie,’ meld ik. Ondertussen zoek ik naar mijn sigaretten. Ik keer mijn tas binnenstebuiten. Op mijn kamer laten liggen. Ik zucht.
Mijn oog valt op het pakje Marlboro op zijn schoot. Steeds tast hij naar het pakje, om het vervolgens weer op de plek te laten. Ik hoor hem haast denken. Als hij er een opsteekt, kan hij er niet omheen mij er een aan te bieden. Ik sla het tafereel gade. Hand op de schoot, hand op het pakje, hand op de knie. Hand op de schoot, hand op het pakje, hand op de knie.
Er gaat een kwartier voorbij. Dan houdt hij het niet meer vol. De junk wint het van de vrek.
Hij steekt een sigaret op.
‘Wil je er een?’ vraagt hij achteloos.
‘Lekker,’ zeg ik.
‘Maar het gaat niet goed in je familie?’ informeert hij.
‘Nee,’ zeg ik. ‘Er is iets grondig mis.’
Zwijgend rook ik mijn sigaret. Ik kijk naar buiten. Ik kijk naar de zon.
Klik hier voor alle artikelen van ANS januari 2006.






