Gezocht: directeur (M/V)
In ‘Welles Nietes’ redetwisten iedere maand twee wetenschappers over een maatschappelijk vraagstuk. In deze aflevering: is de Nederlandse vrouw uitgefeminiseerd?
Tekst: Anouk Broersma en Ruud Vos
Illustratie: Martijn Nas
Voorvechters van vrouwenrechten, amazoneachtige mannenhaters; aanduidingen voor feministen zijn er genoeg. De Van Dale definieert feminisme als ‘het streven naar gelijkwaardige behandeling van vrouwen ten opzichte van mannen.’ Het mikpunt is de doorbreking van rolpatronen op maatschappelijk, economisch en juridisch vlak. Organisaties als het Feminist Economics Network in the Netherlands (FENN) houden zich bezig met het bereiken van dit doel. Tegenwoordig lijkt de emancipatiebeweging voor vrouwen op een lager pitje te staan, er zijn namelijk lang niet meer zoveel feministische instellingen als vijftig jaar geleden.
De emancipatiebeweging begon meer dan tweehonderd jaar terug. Destijds kwam het beeld op van de vrouw als gelijkwaardige gender, niet langer als zwakkere versie van de man. In het revolutionaire Frankrijk van 1793 belandde Olympe de Gouges op de guillotine voor haar Declaratie van de rechten voor vrouwen en de vrouwelijke burger. De bekendste Nederlandse voorvechtster van vrouwenrechten, Aletta Jacobs (1854-1929) was Nederlands eerste vrouwelijke arts. Zij heeft zich ingezet voor het recht op hoger onderwijs en kiesrecht.
Tijdens de eerste feministische golf in het begin van de vorige eeuw, en de tweede zo ongeveer zestig jaar later, is heel wat bereikt. Was aan het begin van de twintigste eeuw een vrouwelijke minister, politieagent of bedrijfsmanager nog onvoorstelbaar, tegenwoordig kijkt niemand er meer vreemd van op. Ook wat betreft het huishouden is er veel veranderd: van de man wordt steeds vaker verwacht dat hij even vaak kookt, afwast en stofzuigt als zijn eega. Aanhoudende clichébeelden van vrouwen die een videorecorder niet kunnen instellen en mannen die lui op de bank liggen te zappen ten spijt, de strijd lijkt gestreden en gewonnen door de feministen.
Toch zijn er nu nog veel feministen die van mening zijn dat er lang niet altijd sprake is van een gelijke behandeling van beide seksen. Feit is dat vrouwen nog altijd zijn ondervertegenwoordigd in de top van de politiek en het zakenleven. Komen er kinderen, dan is de vrouw meestal degene die parttime gaat werken of haar baan zelfs helemaal opzegt. Daarnaast lijkt het voor vrouwen die carrière willen maken moeilijk om hogerop te komen door het bestaan van een zogenaamd glazen plafond: de aanwezigheid van minder zichtbare barrières die vrouwen belemmeren om daadwerkelijk hogerop te komen binnen een organisatie.
De vraag is nu of het aan de maatschappij ligt dat vrouwen niet de gelegenheid krijgen om zich op te werken. Of grijpen ze zelf niet de kans, bijvoorbeeld omdat moederinstinct sterker is dan de ambitie om carrière te maken? De stelling van deze maand: de Nederlandse vrouw is uitgefeminiseerd.
Welles!
Prof. dr. Sjoerd Wendelaar Bonga, Decaan Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica (FNWI)
‘Het feminisme is niet zozeer gericht op het verkrijgen van een gelijke positie voor vrouwen, maar een gelijkwaardige positie met gelijke rechten. Wat dat betreft zijn we in Nederland al behoorlijk ver en ik zie geen behoefte aan een nieuwe feministische golf. Er bestaat nu nog geen gelijkheid op alle punten, maar dat is een kwestie van tijd. Enkele verschillen zullen altijd blijven bestaan. Alleen al aan uiterlijk zie je dat mannen en vrouwen niet hetzelfde zijn, daarnaast zijn er nog psychologische en cultureel bepaalde verschillen. Wat dat laatste betreft heeft bijvoorbeeld religie een rol gespeeld; de Bijbel beeldt de man af als hoofd van het gezin. Hij is kostwinner terwijl de vrouw thuis haar rol vervult. De SGP is een laatste bolwerk van dit denken, al is er binnen de achterban inmiddels een discussie op gang gekomen.
‘Als decaan krijg ik te maken met een ongelijke verdeling van taken tussen mannen en vrouwen. Op de FNWI zijn maar weinig vrouwelijke hoogleraren en universitaire (hoofd)docenten, zelfs bij Biologie, waar onder studenten de verhouding man/vrouw toch vrijwel gelijk ligt. Meestal solliciteren weinig of geen vrouwen naar een positie op de faculteit. Daarom geeft de benoemingscommissie nadrukkelijk de voorkeur aan vrouwelijke kandidaten, wanneer deze tenminste even geschikt blijken te zijn.
‘In Italië hadden ze in vroegere tijden alleen leraressen Wiskunde. De verhoudingen liggen er tegenwoordig hetzelfde als in Nederland, terwijl je misschien zou verwachten dat ze anders liggen dan hier. Destijds vormden de leraressen een uniforme groep van vrouwen die werden opgeleid op nonnenscholen. Op een gegeven moment werden de lerarenopleidingen gemengd, waarna onder vrouwen het animo om Wiskunde te geven drastisch afnam. Dat er nu toch meer mannen het vak doceren, heeft niets te maken met gelijke rechten of gelijkwaardigheid.
‘Onder studenten Biologie is de verhouding man/vrouw dus ongeveer gelijk, maar bij overige bètastudies ligt de zaak erg scheef. Soms zijn er zelfs vrijwel geen vrouwelijke studenten aanwezig. Vreemd genoeg blijkt uit internationaal onderzoek steeds opnieuw dat alle bètastudies, op Lifesciences na, een vrouwonvriendelijk imago hebben. Dat beeld is fout, maar blijkt moeilijk bij te stellen. In Scandinavische landen en in de VS zijn de vrouwen op sommige universiteiten bij Natuurkunde goed vertegenwoordigd. Het is dus wel mogelijk. In het voorlichtingsmateriaal van onze faculteit komen vrouwen expliciet aan bod en bij de voorlichting zelf worden ze – zowel docenten als studenten – zoveel mogelijk betrokken.
‘Cultureel bepaalde verschillen zijn ook merkbaar bij studiekeuze; vroeger moesten mannen volgens de heersende tradities – mede bepaald door geloof – een beroep leren, terwijl vrouwen het huishouden onder de knie moesten krijgen. Momenteel spelen rolmodellen een grote rol; jongens en meisjes kijken meer naar wat vrienden, ouders enzovoorts van ze verwachten. Ik denk niet dat feminisme er iets aan kan doen om dergelijke verschillen te laten verdwijnen. Het gaat om cultureel bepaalde diversiteiten tussen mannen en vrouwen, niet om emancipatie. Ik denk dan ook dat er geen feministische golf voor nodig is om het recht te trekken.’
Nietes!
Prof. dr. Anneke Smelik, Algemene Cultuurwetenschappen
‘Wie denkt aan feminisme, denkt aan gelijkheid. Met name op het gebied van wetgeving, maar ook in de zin van salariëring en carrièremogelijkheden. Volgens mij gaat het naast gelijkheid echter ook om het verschil tussen man en vrouw. Het gaat erom het onderscheid tussen beiden seksen te laten bestaan, zonder dat dit verschil hiërarchisch wordt. Als de verschillen niet positief gewaardeerd worden, zijn mannen de stilzwijgende norm waaraan vrouwen moeten voldoen. Ze moeten de kans kunnen krijgen de top te bereiken, maar moeten daar wel zichzelf in kunnen zijn. Zo niet, dan krijg je eigenlijk vrouwen die een beetje mannen worden en dan verandert er nog niks.
‘Nederland vindt zichzelf erg progressief, terwijl we juist waanzinnig achterlopen op het gebied van vrouwenemancipatie. We denken dat de strijd al is gestreden, maar zowel in Europa als in de rest van de wereld bungelt Nederland onderaan als het gaat om de ontwikkeling van het feminisme. In 1995 was ons land, na Botswana, het land met de minste vrouwelijke hoogleraren. Nu is 6 procent van de hoogleraren vrouwelijk, wat al een verdriedubbeling is. Maar het blijft gigantisch weinig.
‘Hetzelfde geldt voor het bedrijfsleven. Vrouwen dringen in dit land maar moeilijk door tot de top. De normen in het bedrijfsleven zijn erg hard en het is grotendeels een mannenwereld. Hiermee scoren we internationaal niet goed; ik heb bijvoorbeeld wel eens gehoord over Nederlanders die voor zaken naar Frankrijk gingen en er automatisch vanuit gingen dat de aanwezige dame daar de secretaresse was. Ze bleek de directeur te zijn. Die mensen hebben toen hun contract verloren, omdat het gewoon beledigend is.
‘Nederland heeft een nogal raar beeld van vrouwen; ze worden gezien als onzakelijk, onprofessioneel, onambitieus en vooral als moeders. Wat hier de oorzaken van zijn, is niet helemaal duidelijk. Vrouwen blijken zelf ook weinig ambitieus. In colleges zie ik dat jongens over het algemeen ambitieuzer zijn en meer durven dan meisjes. Jongens komen hierdoor verder, terwijl ze misschien niet beter zijn.
‘In de nieuwe media en beeldcultuur kun je tegenwoordig niet meer om het perspectief van gender heen, en ook in tekstboeken en wetenschappelijke theorieën is het als vrij vanzelfsprekend opgenomen. In de praktijk denk ik dat vrouwen een slag verloren hebben, met name wat betreft vrouwelijk naakt in de media. In de jaren zestig en zeventig werd hevig geageerd tegen de objectivering van het vrouwelijk lichaam. Tegenwoordig is het zo dat het mannelijk lichaam ook als object wordt uitgedragen en is er steeds meer mannelijk naakt te zien in de media. Toch zitten er duidelijke verschillen in de manier van afbeelden van beide seksen. Bij vrouwelijk naakt spelen toch vaak kwesties als seksueel geweld, pornografie en prostitutie een rol. De erotisering van het mannelijk lichaam wordt in een veel minder expliciete context geplaatst.
‘Als we willen dat er echt iets verandert, zullen beleidsnormen moeten worden gesteld en moet de beeldvorming veranderen. Dit gebeurt ook steeds meer en de positie van de vrouw verbetert wel, maar het gaat allemaal heel langzaam. We zijn dus nog lang niet uitgefeminiseerd; we staan juist nog maar aan het begin.’
Klik hier voor alle artikelen van ANS januari 2006.






