ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Het Laatste Oordeel

Duffe opsommingen of ultiem entertainment? Iedere maand verschanst ANS zich in de collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU.

Tekst: Benjamin van Gaalen
Foto: Igo Nijenhuis

College:
Practicumwerkgroep Provinciaal-Romeinse Archeologie, donderdag 7 december, 10.45 – 12.30 uur, depot Provinciaal-Romeinse Archeologie

Docent:
Dr. Rien Polak

Uitstraling:
Fleecetrui-dragende vraagbaak met baard van vijf dagen

Inhoud:
Boeiende cursus scherven kijken voor leken

Publiek:
Kleine verzameling geïnteresseerden uit diverse academische windrichtingen

Eindcijfer:
8,5

Nabij het welbekende Hoogeveldt ligt tussen de hoge bomen het Albertinumklooster. Aan de achterzijde is in het souterrain een kantoortje verborgen van het depot Provinciaal-Romeinse Archeologie. Hoe dichter bij de aarde, hoe beter, zo moeten de hier werkzame gravers hebben gedacht.
In de behaaglijk verwarmde ruimte zit dr. Rien Polak met zijn collega’s rustig een kopje koffie te drinken. Aan de muur hangt een poster met de treffende samenvatting van het leven van archeologische vondsten: ‘weggegooid en teruggevonden, uitgezocht en opgedist’. Polak vertelt dat het practicum hier plaatsvindt omdat het gebruik van oud aardewerk letterlijk veel stof doet opwaaien. Een beetje vuil is niet ongewoon in het depot. Bovendien staat hier een partij bruine dozen vol gesorteerde vondsten, die regelmatig van pas komen als voorbeeldmateriaal. Gestaag druppelen uit de regen ondertussen zeven studenten het kantoor binnen.
‘Voel je niet verloren als je problemen hebt met het identificeren van kruiken, ze hebben al menig archeoloog hoofdpijn bezorgd.’ Met die woorden stelt Polak zijn studenten gerust, om vervolgens te beginnen aan het theoretische deel van zijn werkcollege. Het eerste halfuur oreert hij over de verschillende soorten kruiken en de kenmerken waaraan die kunnen worden gecategoriseerd. Wanneer de meester spreekt, zwijgen de aandachtig luisterende leerlingen. Nauwkeurig noteren ze de verschillende aanwijzingen voor het classificeren op hun stencils. Ook wordt er gebruik gemaakt van handboeken met schematische afbeeldingen van allerhande aardewerken objecten. Een enkele vraag tussendoor wordt direct helder beantwoord, waarbij Polak blijk geeft van veel feitenkennis.
‘Er staat koffie en thee, dames en heren. Bedien jezelf gerust.’ Dit aanbod zou de pauze moeten inluiden, maar aan een onderbreking heeft blijkbaar niemand behoefte. Met een mok in de hand snellen de studenten terug naar de werkplek; het praktische gedeelte is begonnen. Enthousiasme ontbreekt de aanwezigen niet. Gewapend met de vers opgedane kennis zijn de mysterieuze vondsten op tafel opeens een stuk beter te herkennen. Met behulp van grote boeken vol tekeningen van kruiken, deksels, bekers en andere populaire voorwerpen voor archeologen, worden de fragmenten op tafel geïdentificeerd en geordend. Een van de naslagwerken, van de hand van dr. Stuart – schrijver van verschillende publicaties over opgravingen in nabij Nijmegen gelegen Romeinse grafvelden – is de bijbel van deze groep. ‘Met Stuart kan ik de hele wereld aan!’ roept een gedreven schervenkijker. ‘Voor zover die wereld binnen de datering valt’, reageert Polak gevat en met een lach. Het practicum loopt door alle bevlogenheid bijna een kwartier uit, maar het lijkt niemand te deren. De tassen worden ingepakt en de studenten stappen terug de regen in. ‘Tot volgende week, meneer Polak. Ik heb er nu al zin in!’ roept iemand welgemeend.

Laatste Oordeel der Studenten
Zaken waaraan de enkele afgeleide student denkt, variëren van ‘vervlogen tijden’ tot ‘Gallische ambachtslieden’. Het moge duidelijk zijn, de deelnemers aan dit werkcollege zijn geboeid door archeologie. De mogelijkheid om dit praktijkgerichte vak te volgen, wordt in het bijzonder gewaardeerd door studenten Grieks en Latijn, Geschiedenis en Kunstgeschiedenis, die doorgaans hun handen slechts voor schrijven en bladeren gebruiken.
Polak wordt getypeerd als ‘een praktische man’ en ‘een goede graver met veel parate kennis’. De sfeer tijdens het practicum is prima en het handelende gedeelte wordt door de studenten zelfs als gezellig ervaren.
Veel verbeterpunten hebben de studenten niet. De ene student zou graag meer scherven gezamenlijk bespreken, de andere student waardeert juist dat hij ‘een beetje zijn eigen gang mag gaan’. Over de koffie zijn ze het echter allemaal eens; die mag blijven.