In de ban van de ring
Loop een willekeurige shoarmatent binnen en je ziet ze hangen: posters voor kickboksgala’s, freefightwedstrijden en andere vechtpartijen. Altijd met dezelfde foeilelijke opmaak, altijd met topless brede mannen met de vuisten omhoog en een moordlustige blik. ANS wil bloed zien.
Tekst: Ruud Vos
Foto’s: www.fp-fotografie en Willie Kerkhof
Om vooraf wat meer zicht op vechtsport te krijgen, kan het best eerst een training worden bijgewoond de uitgelezen mogelijkheid. Senol Tapirdamaz van Vechtsportschool Nijmegen geeft wekelijks lessen in de gymzaal aan de Tapirstraat. Zijn trainingen staan vooral in het teken van wing chun, een Chinese discipline die ruim inzetbaar is en zich vooral richt op het korte-afstandsgevecht. Vanavond staan echter ook wat oefeningen op het programma waarbij freefighten aan de orde komt.
De term freefight slaat op interdisciplinaire gevechten: deelnemers die zijn gespecialiseerd in verschillende vechtsporten nemen het tegen elkaar op. Daarbij is het aantal regels beperkter dan bijvoorbeeld bij kickboksen of jiujitsu. ‘Er zijn twee gedeeltes: het staande gevecht en het grondgevecht’, legt Tapirdamaz uit. ‘Wil een vechter zijn conditie sparen, dan vecht hij staand. Dat is zwaar, maar lang niet zo zwaar als wanneer iemand van tachtig kilo op je ligt. Freefights eindigen negen van de tien keer op de grond. Omdat onze vechtsportschool het staande gevecht beter vindt, ligt hier de nadruk op wing chun, maar je kunt niet ervan uitgaan dat je daarmee altijd wint.’
Oefening baart martiale kunst
De training trekt niet alleen de dommekrachten aan die zijn afgebeeld op affiches van grote vechtsportevenementen. Er is ook een handjevol jonge vrouwen aanwezig en de wat schriel ogende student Sjoerd Halskens (20), tweedejaars Biologie. Aan slechts meekijken heeft de instructeur geen boodschap: meteen reikt hij een paar handschoenen en scheenbeschermers aan. Om een goede indruk te krijgen, moet ik met Sjoerd een aantal beginneroefeningen doornemen. Al gauw grijpt de vechtsportleraar in. Ik houd mijn ellebogen namelijk niet genoeg naar binnen, voor het middenrif. ‘Het is zwaarder, maar de klappen komen daardoor harder aan.’ Ter demonstratie stoot hij enkele keren met de blote vuist tegen mijn borstkas, en het verschil is duidelijk. Dat ik dit morgen nog ga voelen trouwens ook.
Het gaat er sportief aan toe op de training. Iedereen helpt elkaar een handje en Tapirdamaz geeft commentaar met een figuurlijke knipoog. Wanneer hij zichzelf tot Sjoerds sparringpartner heeft benoemd, geeft hij zijn leerling een flinke trap. Na diens geklaag dat ‘we alleen stoten zouden oefenen’, roept de instructeur tot de groep: ‘Jullie mogen weer trappen!’ Zonder moeite schakelt hij weer over op de bittere ernst van de vechtsport: ‘Als je iemand goed hard aan de rechterkant, schuin onder de ribbenkast trapt, gaat hij geheid neer. Daar zit namelijk de lever. Maar vergis je niet: aan de linkerkant doet het even zeer.’ Niet alleen de techniek van elke beweging telt dus, maar ook hoeveel pijn je de ander aandoet. Bij de grondoefeningen komen zodoende technieken aan bod die freefighters gebruiken om andermans arm te breken. Dat ter genoegen van veel toeschouwers bij vechtsportgala’s. ‘Helaas gaat het hen vooral om het bloed’, vertelt Tapirdamaz. ‘Je zult zien dat achterin de ware liefhebbers zitten die voor de vechtsport zelf komen. Voorin zitten de patsers, zij gaan liefst met wat bloedspatten op het overhemd naar huis.’
Mama Said Knock You Out
Tijd om te kijken hoe het eraantoe gaat op een van de grote vechtsportevenementen. Op het World Full Contact Association-kickboksgala in Sportcentrum de Rusheuvel te Oss wordt snel duidelijk dat Tapirdamaz gelijk heeft. De voorste rijen van het publiek en de vip-tafels zijn vooral bevolkt door opgefokte lui die maar wat graag hun bek opentrekken. Zij hebben minstens 30 euro voor een kaartje moeten neertellen, en minimaal 1000 euro per viptafel. Een tweetal jongeren met witte truckerpetjes heeft voor een avondje vechtvermaak een gaatje kunnen vrijhouden in de drukbezette agenda van het hangjeugdbestaan.
Zo te zien is ongeveer eenderde van het publiek van buitenlandse afkomst. De meeste aanwezige mannen zijn opgeschoren of in ieder geval gekortwiekt, overwegend breed – gespierd dan wel papperig – en dragen jeans met omgeslagen pijpen en te dure sportschoenen. Hier en daar schittert er forse bling-bling om iemands nek. De vrouwen laten zich het best omschrijven als Anita’s, met hun fiks geblondeerde kapsels en hevig opgemaakte gezichten. Opvallend is het grote aantal kinderen dat hedenavond aanwezig is.
Op het programma staan 33 gevechten in verschillende divisies en twee kleine toernooien. In rap tempo worden de eerste gevechten in de C-klasse afgewerkt. Met rondes van hooguit twee minuten wordt het publiek opgewarmd voor het grotere werk. Pas bij de B-gevechten wordt er wat aan de sfeer gedaan: de ceremoniemeester betreedt het podium, de tl-buizen gaan uit en schijnwerpers beginnen wild draaiend de zaal in te schijnen. Uit de luidsprekers dreunt vooral harde hiphop of dancemuziek. LL Cool J’s grote hit Mama Said Knock You Out viel te verwachten, maar blijkbaar heeft een van de vechters, Jordy van de Sluis, de humor om Let’s Twist Again van Chubby Checker als themanummer te kiezen. Bij het horen daarvan zetten twee blonde dellen met vip-plaatsen hun champagne even aan de kant om vrolijk mee te dansen.
Hurricane Kraus vs King James
Na een korte herinnering aan de spelregels door de scheidsrechter, kan het matten beginnen. De rake klappen en trappen doen veelvuldig het zweet de zaal in regenen. ‘Nu een hoge trap! Hij bloedt al!’ Onder het gejoel van de coach en de verzorgers probeert elke kickbokser zijn tegenstander de hoek in te drukken om die daar een flinke draai om de oren te geven. Het is niet zeldzaam dat een vechtpartij wordt beslist met een knock-out. Zowel verliezers als winnaars verlaten de ring gehavend en suffig van de rake klappen. Eenmaal wordt een gevecht zelfs afgebroken: het gelaat van de verliezer ligt te veel open om verder te gaan. Met tranen in de ogen en onder sympathiserend applaus druipt hij af, maar niet zonder zijn tegenstander een korte omhelzing met schouderklop te geven en diens achterban te groeten. Deze sportiviteit is een ritueel na elke partij.
De laatste wedstrijd voor de pauze is het eerste A-klasse gevecht van de avond en tevens de grote publiekstrekker. De Amerikaan ‘King’ James Martin heeft Ossenaar Albert ‘the Hurricane’ Kraus uitgedaagd voor de International Kick- & Thaiboxing Association-wereldtitel. De gladiatoren betreden onder hun nationale vlaggen het strijdveld. Kraus’ kampioensriem wordt gedragen door zijn kleine zoontje. Alleen bij dit gevecht wordt Eye of the Tiger gedraaid, kennelijk een speciaal voorrecht voor de wereldtop. Zelfs de volksliederen komen aan bod, het Wilhelmus wordt gezongen in de krakkemikkige stijl van een vadsige volkszanger. King James gaat gepassioneerd het gevecht in. Van alle vechters vanavond doet zijn houding het meest denken aan die van de personages in de Street Fighter-computerspelletjes. Ondanks zijn grote incasseringsvermogen moet hij het al in de tweede ronde afleggen tegen Kraus. De titel is gewaarborgd. Met deze 26ste knock-out, door een trap in het gezicht, heeft de kampioen precies de helft van zijn gevechten op deze wijze beslist. Na zijn dankwoord, met een Mike Tyson-achtig hoge stem, en een korte rendez-vous met de sportpers, verlaat hij de zaal in gezelschap van zijn vrouw en dochtertje. ‘Papa gewonnen, ja!’, klinkt het uit de mond van de kampioen.
Smurfen en een paaldanseres
Na de pauze wordt de avond gevuld met de toernooien, waarin de local heroes hun kunsten kunnen vertonen, en de overige gevechten; hoofdzakelijk in de B- en C-klasse. Behalve de partij tussen twee kleine opdonders – gepaard met het geroep: ‘Kom op! Die ander is ook maar een smurf!’ – en de prettige onderbreking van paaldanseres Femke is er steeds minder variatie te ontdekken in het programma.
Bovendien: hoe meer matpartijen de revue passeren, hoe duidelijker het wordt dat de aankleding van het vechtersgala vooral in dienst staat van het opzwepen van de toeschouwers. De bas van de muziek bijvoorbeeld is niet oorverdovend, maar resoneert door de hele borstkas; daardoor vallen opgewonden gevoelens bijna niet te onderdrukken. De spotlichten, de ceremoniemeester en de volkszanger, het zijn allemaal goedkope effecten die een oppervlakkige grootsheid aan het publiek moeten overdragen. Minstens even goedkoop als de posters bij de lokale shoarmaboer.






