ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Letteren weggecijferd

Chaos en rumoer binnen Letteren: de faculteit gaat de komende jaren op de schop. De mix van ambitie en financiële malaise dwingt het faculteitsbestuur tot pijnlijke keuzes. Het eerste slachtoffer is al gevallen: de studie Arabisch wordt wegbezuinigd. Per 1 september 2007 mogen geen nieuwe studenten meer tot de opleiding worden toegelaten. Maar ook andere kleine alfa-opleidingen worden de komende jaren hard aangepakt.

Tekst: Roel Neijts en Martine Peters van Ton
Illustratie: Dirk Bertens

‘Het gaat goed met Letteren’, beweert Paul Sars, decaan van de faculteit. ‘De opleidingen zijn van hoge kwaliteit, we hebben studies met een aanzienlijke instroom en onderzoek van topniveau.’ Tegelijkertijd gaat de faculteit gebukt onder een groot financieel probleem: sinds enkele jaren is er een structureel tekort van ongeveer vier ton per jaar. Tot de oorzaken behoren verhoogde huurtarieven en de kosten die het minorstelsel met zich meebrengt. In het recent verschenen Meerjarenperspectief presenteert het faculteitsbestuur haar voornemens aan het College van Bestuur (CvB) om het probleem aan te pakken. ‘Voor één jaar is het tekort nog wel op te vangen, maar we vinden het belangrijker extra middelen vrij te maken voor verbeteringen en vernieuwingen. Dàt is de ambitie van het Meerjarenperspectief‘, legt de decaan uit.
Meest opvallend is dat het faculteitsbestuur kiest voor het benadrukken van – in hun ogen – huidige successen. Wat studenten trekt telt, waardoor het brede studieaanbod het onderspit moet delven. De studie Arabisch, Nieuwperzische en Turkse Talen en Culturen, zoals de opleiding officieel heet, verdwijnt in zijn geheel. Ook afstudeerrichtingen bij onder andere Geschiedenis en Griekse en Latijnse Taal en Cultuur worden ingeperkt. Daarnaast moeten sommige opleidingen in de toekomst cursussen delen. Kortom, een perspectief met veel verliezers en slechts een enkele winnaar.

Droevige zaak
Met name kleine opleidingen, die gebukt gaan onder te lage studentenaantallen, krijgen de rekening gepresenteerd. Het CvB stelt in zijn Strategisch Plan dat een opleiding jaarlijks een instroom moet hebben van minimaal twintig studenten. Dat is voor sommige studies onhaalbaar, waardoor de faculteit veel geld bij moet leggen. Sars noemt een voorbeeld: ‘Arabisch levert een tekort op van vijf ton per jaar. Ik kan niet langer verantwoorden dat ik andere studies geld ontneem om deze studie te financieren.’
De studie Arabisch legt het daarom af in het nieuwe perspectief. ‘Fluctuerende studentenaantallen, zoals bij Duits, geven houvast: na een dal komt een piek. Als we die bij Arabisch nog zouden zien, was de huidige maatregel nooit genomen.’ Bovendien is de opleiding inhoudelijk te specifiek om voordeel te kunnen halen uit een samenwerking met andere disciplines. ‘Bij Grieks en Latijn, een studie die ook structureel minder studenten aantrekt, bestaat deze mogelijkheid tot samenwerking wel, met bijvoorbeeld het Honours Programma’, vergelijkt Sars. Studenten Grieks en Latijn hoeven daarom niet voor de opheffing van hun studie te vrezen. Aan herstructurering ontkomen ze echter niet: aan het aantal varianten binnen de master wordt gemorreld.
Hoogleraar Kees Versteegh, voorzitter van de afdeling Arabisch en Islam, is volgens Paul Sars geregeld geïnformeerd over de besluitvorming. Het nieuws van de sluiting kwam voor de arabist echter onverwacht. ‘Het is droevig dat onze opleiding van hoge kwaliteit plotseling wordt beoordeeld op basis van het getalscriterium, terwijl de studenteninstroom de laatste jaren toch is gestegen. Bovendien sprak CvB-voorzitter De Wijkerslooth vorig jaar nog vol lof over ons. De afdeling ontwikkelt grootschalige projecten en geniet internationale faam.’
De Arabische taal kan in de toekomst alleen nog in beperkte cursussen op het Universitair Taal- en Communicatiecentrum Nijmegen worden geleerd. De Faculteit der Religiewetenschappen neemt de culturele aspecten van Arabisch over, zij het slechts gedeeltelijk. Versteegh ziet de toekomst daarom somber in: ‘Doordat slechts een klein deel wordt aangeboden, en niet eens in het Arabisch, krijgen studenten Religiewetenschappen een beperkt beeld van de islam. Dat is een slechte zaak in deze tijden.’

Succesverhalen?
Het faculteitsbestuur wil meer nadruk leggen op de huidige kwaliteiten van Letteren. Bij Geschiedenis uit zich dit in de herstructurering van de huidige zeven afstudeerrichtingen. Er zal een aantal nieuwe mastervarianten worden gevormd. Hoeveel varianten dat gaan worden, is momenteel onduidelijk en afhankelijk van de beschikbare financiële middelen. De faculteit wil met de nieuwe profielen landelijk een duidelijker beeld creëren van de expertises van Nijmegen. Een van deze profileringen zal zich naar alle waarschijnlijkheid richten op ‘politiek en parlement’, vanwege het succes van het inmiddels landelijk bekende Centrum voor Parlementaire Geschiedenis (CPG). Directeur Carla van Baalen reageert bescheiden. ‘Ik wil niet zeggen dat ik als winnaar uit de bus kom, maar dankzij de huidige politieke situatie gaat het inderdaad goed met het CPG. Het faculteitsbestuur heeft dit succes blijkbaar opgemerkt en besloten daarvan gebruik te maken.’
Ook Taalwetenschap heeft onderzoek met nationale bekendheid. De master die hieraan is verbonden, Taal- en Spraaktechnologie (TST), zal echter in samenwerking met andere faculteiten worden geherpositioneerd. Paul Sars wil meer aandacht voor de Taal- en Spraakpathologie (TSP) binnen de studie om Logopediestudenten van het hbo aan te trekken. De TSP-vakken worden daarom versterkt, en de TST-vakken in de bachelor beperkt. Helmer Strik, opleidingscoördinator van Taalwetenschap vreest echter niet voor het voortbestaan van TST. ‘De technische benadering van Taalwetenschap in Nijmegen is uniek in Nederland. Bovendien zitten er nu al weinig TST-vakken in de bachelor. Waarover ik me wel zorgen maak is hoe die samenwerking met andere faculteiten in de praktijk zal uitpakken.’

Vervlakking
Het Meerjarenperspectief heeft onontkoombare consequenties voor de student. Een kritiek punt vormen de samenwerkingscursussen tussen verschillende Letterenopleidingen, die zijn bedoeld om de efficiëntie te vergroten. Vervlakking van het onderwijs ligt echter op de loer: wetenschappelijke diepgang is moeilijker te realiseren. Sars houdt daarmee rekening: ‘Die samenwerkingscursussen zijn inderdaad risicovol. We moeten alert zijn op hoe ver we kunnen gaan. Anderzijds willen studenten zelf ook verbreding: een kijkje over de grenzen van hun eigen studie.’
Belangrijker is de ingeperkte studie- en masterkeuze aan de Radboud Universiteit. De kritiek van Versteegh, onlangs gepubliceerd in De Gelderlander, sluit hierop aan: ‘In het verleden zijn ondermeer Portugees, Russisch, Perzisch, Turks en Hebreeuws uit Nijmegen verdwenen. In feite was de afdeling Arabisch nog de enige afdeling binnen de faculteit die buiten de grenzen van Europa keek.’
Bij een beperkt aanbod aan masters zullen veel studenten na hun bachelorfase wegtrekken uit Nijmegen. Sars zegt juist trots te zijn op het – volgens hem – grote keuzeaanbod: ‘We hebben een brede en diverse faculteit en dat moet zo blijven.’ Behalve de door Versteegh genoemde opleidingen is in 1988 ook Italiaans verdwenen. Samen met Arabisch staat de teller nu dus op zeven opgeheven studies.
‘Het gaat goed met Letteren’, zegt Paul Sars. De faculteit pronkt inderdaad maar wat graag haar successen als het CPG. Met gevestigde successen alleen trek je echter niet genoeg studenten, een breed keuzeaanbod moet worden gehandhaafd. Na al een zevental wegbezuinigde studies en aan de vooravond van radicale herstructureringen rijst de vraag hoe ver de faculteit nog kan worden uitgekleed.