Sjaak
Gouden tijden zijn het tegenwoordig voor enge mannetjes. Liepen jaren geleden meisjes van acht nog met een grote boog om mijn van giftige chakra’s vergeven lijf heen, tegenwoordig roepen ze ‘hallo’ dat het een lieve lust is. Daarnaast zijn ze niet bang om mij de weg te vragen en schelden ze mij incidenteel wel eens uit. Goed: dat laatste, daar had ik wel van terug: laten we het erop houden dat het vocabulaire, de paardenstaarten en de smoelwerken van de meisjes een verandering hebben ondergaan waar Robert ‘lekker veranderen’ Schumacher van zou likkebaarden.
Och, zo stelde ik na mijn aframmelpartij: jong of oud, onbeschofteriken vind je genoeg in de Nederlandse samenleving. Vele mensen dringen voor bij bushaltes, weigeren een driekantig staafje op de lopende band in de supermarkt te leggen, meppen er bij het minste of geringste op los of zijn gewoon zo assertief dat je ervan in je broek piest. Met name volwassen idioten willen nog wel eens agressief en assertief te werk gaan. Kan niet anders: het is het gevolg van de in de jaren zeventig ingevoerde mondigheid en het, o gruwel, burgerinitiatief. Wat echter te doen met kleine meisjes wier schattige assertiviteit in naïviteit dreigt om te slaan? Dagelijks breek ik daar mijn hoofd over, en nog kom ik er niet uit. Voordat u schreeuwt dat ik hierbij het zoveelste bewijs lever dat ik het warm water niet heb uitgevonden: de kwestie waar ik ’s anderendaags mee te maken kreeg, was van een behoorlijke maatschappelijke ingewikkeldheid.
Zittend alsook rijdend op een fiets werd ik in een bepaalde stad staande gehouden door een groepje achtjarige meisjes dat mij geen doorgang verleende. Voordat ik mij verbijsterde over het lef van de wichtjes, bekommerde ik mij om hun lot als niet ik, maar heer Dutroux op zijn rijwiel langs was komen peddelen. Oom Marc had ze waarschijnlijk gedrieën op de bagagedrager gezet, ze naar huis gebracht en dingen gedaan met kachelpoken die ik aan de verbeelding van de geperverteerde lezer overlaat. Zelf toonde ik de geheel andere kant van De Mens. Ik maakte een babbeltje met de meiden over Barbies, de Powerpuff Girls, Harmen Siezen en Seabert, ook al ging praten over die goedgeluimde zeehond niet gemakkelijk: ze kenden hem namelijk niet. Voor hetzelfde geld, bedacht ik later, was ik echter te weten gekomen wat de pincode van mama was, waar ze op school zaten en op welke avond zich geen papa, geen mama en geen chipsvretende oppas in huis bevond. Toen ik wilde vragen hoe het stond met de populariteit van flippo’s onder de huidige jeugd, kwam een moeder naar buiten en fietste ik weg, bang om voor pedo aangezien te worden. Want zo is het natuurlijk ook tegenwoordig: je wordt voor het minste of geringste bekeken als engerd, mongool, slapjanus of gefrustreerde idioot. Door vervelende volwassenen tenminste: die hebben aan enge mannetjes een broertje dood. Kinderen die door school, ouders en pestende kinderen assertiever dan ooit zijn, daar zetten enge mannetjes echter maar al te graag een fuik voor op. En dan heb je als ontvoerd kind toch echt niet genoeg aan alle scheldwoorden die je uit tekenfilmpjes hebt overgenomen.






