Stof tot stof: Joost Roefs
Joost Roefs (22), tweedejaars scholier Industrieel Product Ontwerp aan de HAN in Arnhem, lid van roeivereniging Phocas
Tekst: Imke Kerkhof
Foto: Sjors Overman
Vind je deze admiraalspet echt mooi?
‘Nee, hij is spuuglelijk, maar ik zou hem niet meer kwijt willen. Dan zou ik echt gaan huilen. Er mag ook niemand anders met dezelfde pet rondlopen; ik zou in staat zijn diegene daarvan te beroven.’
Waarom is hij zo belangrijk voor je?
‘Het is mijn geluksbrenger, al heb ik hem daar in eerste instantie niet voor gekocht. Ik moest voor “het foute feest” van Phocas een passende outfit hebben. Een afschuwelijk pak had ik al, maar ik wilde meer. Toen ik deze pet zag liggen in een carnavalswinkel, leek hij me zeer toepasselijk. Na het feest heb ik hem bij een van mijn wekelijkse pokeravondjes opgezet. Sindsdien zie ik er dus ook op die avonden afstotelijk uit.’
En, heb je meer geluk?
‘Deze pet is mijn klavertjevier. Hij geeft me een geluksgevoel, niet zozeer daadwerkelijk geluk.’
Haal je hem vaker uit de kast?
‘Ik heb mijn pet ook op tijdens het roeien. Mijn mede-Phocanen vinden dat belachelijk. Van mijn coach mag ik hem eigenlijk niet meer dragen, omdat niemand me dan serieus neemt. Ik heb zelfs een keer ruzie gemaakt met mijn vriendin: ze wilde de pet weggooien. Als er een keuze moet worden gemaakt tussen mijn schatje en mijn vriendin, gaat de pet voor.’
Onbegrijpelijk. En dan ga je ook nog naar school in Arnhem…
‘Ik heb de pech dat mijn opleiding niet in veel steden wordt aangeboden, dus ik werd gedwongen om naar Arnhem te gaan. Die stad is echt boring, vandaar dat ik meteen in Nijmegen ben gaan wonen aan het begin van mijn studie. Ik woon er nu vier jaar en wil voor geen goud meer weg.’
Word je ondanks het hbo en dat belachelijke hoofddeksel bij Phocas geaccepteerd?
‘Petten en opleidingen zijn bij Phocas geen redenen om mensen weg te pesten. Ik heb bij de roeivereniging veel vrienden gemaakt. Ook heb ik hier mijn huidige vriendinnetje gevonden. Daarnaast is mijn agenda voller geworden: ik roei minstens één keer in de week, en elke woensdag ga ik met mijn ploeggenoten naar het Phocas-café in Villa van Schaeck om menig biertje te nuttigen.’
Truckerpetjes waren twee jaar geleden fashion items. Loop je achter?
‘Nee, ik ben gewoon niet zo modebewust. Ik heb absoluut geen idee wat de laatste trends zijn. Het komt voor mij als een verrassing dat mijn pet in modetermen wordt geassocieerd met een dikke, zwetende vrachtwagenchauffeur.’






