ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Wijkagent: Waterkwartier

Elke maand doet de Wijkagent zijn ronde door een ander stadsdeel. Van getto tot villapark speurt hij Nijmegen af, op zoek naar de meest studentikoze wijk. Deze maand: de vergane glorie van het Waterkwartier.

Tekst: Annelies Beltman en Annemiek de Vries
Foto’s: Jos Janssen, Malden

Het Waterkwartier wordt tegenwoordig gerekend tot de verpauperde wijken van Nijmegen. Aan het einde van de negentiende eeuw gold het echter nog als populair alternatief voor de stinkende en overvolle binnenstad. De bourgeoisie bouwde er destijds deftige herenhuizen en aan de nieuwe haven verrezen moderne fabrieken. Voor het proletariaat, dat door alle rijkdom werd gelokt als vliegen op de stroop, bouwde de gemeente sociale woningen. Nog altijd kijken de deftige herenhuizen aan de randen van de wijk, vergezeld door nieuwbouwflats, minachtend neer op de stilaan vervallende arbeidershuisjes.

Troosteloos
In donkere winternachten zijn de straten hier verlaten en ogen de lange huizenrijen droefgeestig; houten molentjes en afgebladderde tuinkabouters pogen tevergeefs de betegelde voortuintjes op te fleuren. Van tijd tot tijd wordt de wijk wakker geschud door de harde knal van een lawinepijl, afgestoken door verveelde tieners. Er is ’s winters weinig te doen in de wijk; het voetbalveldje is te drassig om op te spelen en in het buurthuis wordt alleen een wekelijkse bingoavond georganiseerd voor de bewoners van het seniorencomplex. De jongeren houden zich daarom voornamelijk bezig met vandalisme. ‘Geregeld steken ze autobanden lek en worden bakstenen en zelfs fietsen door ruiten gegooid’, vertelt Anton Thiel (26), die onlangs de opleiding Cultureel Maatschappelijke Vorming (CMV) heeft afgerond. Volgens hem lijkt de wijk soms net een oorlogsgebied door de frequente knallen en de criminaliteit. ‘Vorig jaar was het in december erg onrustig en op oudejaarsdag bereikte het geweld een climax. Een vriend uit Duitsland kwam op bezoek. Hij had zijn auto aan de “verkeerde kant” van de wijk geparkeerd, niet in het studentengedeelte maar tussen het plebs.’ Antons huisgenoot Jacob Muller (24), eerstejaars Bedrijfswetenschappen, vult aan: ‘Midden in de nacht hoorden we rumoer. Toen we gingen kijken, zagen we dat de auto in lichterlaaie stond. We hebben nog geprobeerd de boel te blussen, terwijl de hele buurt ons stond uit te lachen. Tegen de tijd dat de politie arriveerde, was de auto al uitgebrand. “Dat kun je verwachten als je in deze buurt een wagen met een Duits nummerbord parkeert”, was het enige commentaar van de agenten.’

Skaten in de achtertuin
Er is weinig contact tussen de studenten en de locals. De meeste studenten wonen geconcentreerd in een hofje van 38 antikraakpanden dat binnen een half jaar zal worden gesloopt. Iedereen blijft aan zijn eigen kant van de wijk. De studenten vinden het daar, afgezien van de vrijwel dagelijkse inbraken, reuze gezellig en missen het contact met het gepeupel niet. Daniël Wienke (22), die ook recentelijk CMV heeft afgerond, vertelt: ‘We kunnen hier volledig onze gang gaan. Een half jaar geleden hadden we een skateramp in onze woonkamer staan en als we erop aan het stunten waren, gaf dat een hoop lawaai. Toch hebben onze buren maar één keer geklaagd wegens nachtelijke geluidsoverlast. En toen we afgelopen voorjaar een ramp in de achtertuin wilden, heeft de halve buurt meegeholpen met graven en beton storten.’
Ook de oude garde heeft onderling goed contact. In buurtwinkel Jan Linders vertelt eigenaar Henny Linders trots dat het stadsdeel een hecht dorp binnen Nijmegen is. ‘Ik ken iedereen die in mijn winkel komt. Veel mensen wonen al hun hele leven in hetzelfde huis, de sociale controle is erg groot.’ Het vandalisme doet Linders af als kwajongensstreken. ‘Het zijn de hormonen, hè.’ In de wijk woont volgens hem de harde kern van NEC. Zijn winkel hangt vol Nijmegen-bomberjacks, groenrode voetballen en dito petjes. Achter de toonbank hangt een lijstje met de inhoud en uitleg van een heus anti-Vitessepakket. Het bevat ondermeer de officiële ‘brandt circa 3,5 uur’ Vitessevlag en een geelzwarte shawl: ‘geschikt voor ophanging, kan meerdere malen worden gebruikt’.
Enthousiast laat Linders de andere specialiteit van de zaak zien. Uit de kleine vershoek achterin de winkel wordt een rol riefkuukskes tevoorschijn gehaald. Deze aardappelkoekjes zijn de reden waarom vooral veel Duitsers hun weg weten te vinden naar de winkel. Hopelijk komen ze dan wél met de bus.

Ligging en bereikbaarheid
Daniël: ‘Onze vrienden komen vaak langs om te skaten of rond te hangen. Als je vanaf het station het fietspad langs het Kronenburgerpark volgt, ben je hier zo.’
Jacob: ‘Naar de campus is het wel een behoorlijk eind fietsen, bijna dertig minuten.’
Daniël: ‘Er stoppen hier wel veel bussen, ongeveer zes per uur. Maar we gaan eigenlijk nooit met de bus.’

Bewoners
Daniël: ‘Het Waterkwartier is een echte volksbuurt. In de zomer zit de hele wijk op plastic stoeltjes onder een partytent lauw bier te zuipen.’
Jacob: ‘De locals hebben zo hun tradities. Met nieuwjaar gooien ze alle oude koelkasten en fietsen op een grote hoop op straat, gieten er benzine overheen en steken de boel in brand. Het asfalt is daardoor op sommige plekken compleet weggesmolten.’
Anton: ‘Toen we vorig jaar klaagden, noemde de politie de brand een onschuldig vreugdevuur.’

Uiterlijk
Jacob: ‘De wijk is oerlelijk!’
Daniël: ‘Het is bijna onleefbaar hier, sommige huizen staan al tien jaar leeg en de meeste storten bijna in. We snappen wel dat de gemeente dit deel gaat platgooien.’
Anton: ‘De mensen zijn erg onverschillig over hun buurt, ze proberen het niet eens netjes te houden. Het afval wordt lang niet overal opgehaald, waardoor de steegjes vol liggen met afval, oude koelkasten en de inhoud van kattenbakken.’

Groen
Jacob (denkt diep na): ‘Er is hier écht geen groen.’
Anton: ‘Er staan bomen langs de weg.’
Daniël: ‘Het enige wat de gemeente doet aan groenverzorging, is het kappen van alle bomen.’
Jacob: ‘Volgens mij is het voetbalveldje het enige groen dat er is.’
Anton: ‘Je moet het Waterkwartier uit, wil je natuur tegenkomen. De Ooijpolder is redelijk dichtbij, daar ga ik vaak hardlopen.’

Middenstand
Daniël: ‘We hebben de Jan Linders! Als je daar nooit bent geweest, ben je geen echte student.’
Anton: ‘Er zijn weinig winkels; alleen een slager en een groenteboer. Wel zijn er best veel snackbars en pizzeria’s. En de SRV-wagen komt langs.’
Jacob: ‘Er zijn ook nog wat dubieuze winkeltjes, zoals het bruincentrum waarvan de lamellen altijd dicht zijn.’
Daniël: ‘De stad is erg dichtbij, dus we doen onze boodschappen meestal in het centrum.’

Cafés
Daniël: ‘Wij drinken thuis ons bier, volgens mij doet iedereen dat hier.’
Jacob: ‘Er is maar één café: ‘t Waterkwartier. Ik kan me echt niet voorstellen dat studenten daarheen gaan.’
Anton: ‘Door het volk dat er komt durf ik daar niet eens naar binnen.’

De Wijkagent kent toe: 0,5/5

  • Pingback: ANS-Online » Nieuws » SSHN breidt verder uit

  • T Recourt

    Nou ik vind het alle maal wel mee vallen hoor in het waterkwartier, het is echt niet crimineler dan ergens anders, ik vind het gezellig, ik praat tegen zo veel buurt genoten die ik hier ken.hoef niet bang te zijn te ver een zamen lekker gezellig naar de haven, park of waal, ik zou het niet willen ruilen, voor een villa op de Heilige land stichtig, ik zou heinwee krijgen zeker weten, naar mijn gezellige waterkwartier,
    Groetjes Tamara Recourt