Ondergang van de Ondergang
Studentenorganisaties die zijn gevestigd in de Ondergang worden met verhuizen bedreigd. De woekerprijzen van het College van Bestuur maken hun vaste stek onder het Gymnasion te kostbaar. Is dit de ondergang van de Ondergang?
Tekst: Andel de Haan en Renee Hugen
Illustratie: Erik Molkenboer
Een indrukwekkende rij herenhuizen aan weerszijden en in nagenoeg elk pand een advocatenkantoor of zakenbank. De Oranjesingel is een toplocatie in het centrum van Nijmegen. Zo ook de kantoren beneden het Gymnasion, betoogt het Universitair Facilitair Bedrijf (UFB). Dat betekent huurprijzen van tienduizend euro per jaar voor een luttele vijftien vierkante meter kantoor. Tot voor kort vormde dit geen probleem; de Stichting Nijmeegs Universiteitsfonds (SNUF), huisvester en financier van de studentenorganisaties aan de RU, kreeg van het College van Bestuur (CvB) een vast aantal vierkante meters op de campus toegewezen.
Ondertussen heeft het CvB zich ontwikkeld tot een minder gulle gever. Het budget van SNUF is bevroren en de vierkante campusmeters moeten sinds enkele jaren ook uit dat potje worden betaald. Met jaarlijks stijgende huurprijzen blijft er steeds minder over voor andere doeleinden en dat dwingt SNUF tot maatregelen. Terwijl activiteiten van studenten naast de studie overal hoog in het vaandel worden gedragen, mag dat aan de RU helaas steeds minder kosten.
Geschikt of ongeschikt
Door de steeds nijpender wordende situatie ziet SNUF zich genoodzaakt de huisvesting van organisaties in de Ondergang te evalueren. Elke vereniging zal door een studentenadviesraad, die in februari wordt samengesteld, aan de tand worden gevoeld over de noodzaak om in de Ondergang te blijven. Is deze raad niet overtuigd, dan mogen de verhuisdozen worden klaargezet om in te trekken bij Ovum Novum of Carolus Magnus. De panden van deze verenigingen worden niet optimaal benut en vormen, ondanks de ‘toplocatie’ aan de Oranjesingel, een goedkoper alternatief voor het Gymnasion.
Voor het zover is wil studentenvakbond AKKU met alle betrokken verenigingen een oproep doen aan het CvB om meer geld beschikbaar te stellen. ‘Er wordt binnen de universiteit teveel met geld heen-en-weer geschoven. Studentenorganisaties hebben financiële steun nodig en mogen niet de dupe worden van dat geschuif.’
Verarming
Als veel kantoren van studentenorganisaties in de Ondergang sneuvelen, zal dat een aderlating voor het leven op de campus betekenen. De gang vormt nu een herkenbaar punt waar studenten een grote verscheidenheid aan organisaties kunnen vinden. De laagdrempeligheid en goede bereikbaarheid van een kantoor op de campus zijn eigenschappen die voor een deel zullen wegvallen door een gedwongen verhuizing naar de stad. Hebben studenten nu de mogelijkheid om tussen colleges of tijdens de lunchpauze iets te vragen aan een vereniging, een retourtje stad neemt daarvoor teveel tijd in beslag. Studentenorganisaties hebben hun plek op de campus nodig om de studenten zo goed mogelijk te bedienen. Ismael Geurts, actief lid van de moslimstudentenvereniging (MSV) benadrukt dat: ‘Onze activiteiten zijn meestal universiteitsgerelateerd en vinden plaats op de campus. Bovendien bevinden onze achterban en ons bestuur zich op de universiteit. De grond wordt onder onze voeten weggeslagen als we moeten vertrekken.’
Stijve kaken
De prangende vraag is waarom het CvB een aantal jaar geleden de beslissingen heeft genomen die de oorzaak zijn van de huidige problemen. Waarom bevroor ze het budget van SNUF en waarom wordt het UFB gedwongen zulke hoge tarieven te hanteren? Elke bestuurder die enigszins is betrokken bij het studentenleven op de campus had de huidige situatie van ver zien aankomen. Er mag dus vanuit worden gegaan dat het CvB niet is verrast door de verhuisplannen. Helaas onthoudt het zich van elk inzichtverschaffend commentaar. De toelichting van RU Woordvoerder Willem Hooglugt is tekenend: ‘Jullie moeten het niet moeilijker maken dan het is. Zo is de situatie nu eenmaal.’
Kopje suiker
Welke verenigingen de biezen moeten pakken wordt pas duidelijk als de raad van studenten hun advies uitbrengt. De criteria waarop zal worden getoetst zijn nu nog niet duidelijk, maar het belang van huisvesting op de campus voor de verschillende studentenorganisaties zal zeker meewegen. Inez Uerz, directeur van SNUF, beweert zelfs dat er misschien helemaal niemand hoeft te vertrekken: ‘Als elke vereniging ons kan overtuigen van de noodzaak van hun plekje op de campus zullen we naar andere oplossingen moeten kijken.’ Ondanks de huidige onzekerheid schikken sommigen zich al naar een toekomstig kantoor in de binnenstad. Bram Balk, preses van alternatieve studentenvereniging Karpe Noktem: ‘We vergaderen eens in de week en de twee kledingkasten die wij in de Ondergang bevolken zijn daar niet eens voor geschikt. Een fatsoenlijk kantoor in Villa Van Schaeck zou voor ons ideaal zijn.’ Deze villa, waar voorheen de Diogenes huisde, is net als de panden van Ovum en Carolus in het bezit van SNUF. In tegenstelling tot de twee laatste wordt Van Schaeck door een grote verscheidenheid aan studentengroeperingen intensief benut. Als er verenigingen uit de Ondergang verdwijnen, zullen zij dus moeten intrekken in één van de sociëteiten. Zal Karpe Noktem ooit aankloppen bij hun Carolingse vrinden voor een kopje suiker?
Huisjesmelker
Het universiteitsbestuur vervult zijn nieuwverworven rol als huisjesmelker tot nog toe met verve. Over het hoe en waarom van maatregelen en tarieven worden geen mededelingen gedaan, vragers krijgen nul op rekest. Hoe ernstig de gevolgen van de maatregelen zijn, blijft afwachten. Ondertussen veroorzaakt de onzekerheid onrust in de normaliter zo goedgestemde Ondergang. Dát er verenigingen moeten vertrekken lijkt onontkoombaar. De eerste stappen op weg naar de ondergang van de Ondergang zijn gezet.






