Op rolletjes?
‘Is dat voor altijd? Wat zielig!’ is één van de commentaren die we tijdens het uitgaan in een rolstoel naar ons hoofd kregen geslingerd. ANS vroeg zich af hoe het is om als rolstoeler door het studentenleven te gaan en nam de proef op de som.
In de Keuzegids Hoger Onderwijs komt de Radboud Universiteit al jaren uit de bus als meest toegankelijke universiteit voor studenten met een functiebeperking. De meeste gehandicapte studenten vallen nauwelijks op, zoals dyslectici en slechthorenden. Dit is anders voor rolstoelers, hun uiterlijk verraadt altijd hun beperking. Hoe het voor hen is om zich in het studentenleven te begeven, wilden wij aan den lijve ondervinden door zelf om de beurt plaats te nemen in een rolstoel. Aangezien de wereld van de student verder reikt dan de universiteit, bezochten we naast de campus ook de stad.
Luuks worstelingen met drempels en deuren
Voor de tentamens moeten de nodige boeken uit de Universiteitsbibliotheek (UB) worden gevist. Met frisse moed rol ik over de Heyendaalseweg richting de bibliotheek. Een automobilist stopt honderd meter voor me en seint met zijn lampen. Opgelaten en wat onwennig probeer ik zo snel mogelijk de overkant te bereiken. Wanneer een bekende voorbij fietst, kijkt ze me een seconde verschrikt aan en wendt daarna snel haar rood aangelopen hoofd af. De boodschap is duidelijk: ik val op.
Om de UB binnen te komen moet eerst een lange invalidenoprit worden getrotseerd. Het voortbewegen in een rolstoel vergt behoorlijk wat energie; hijgend meld ik me bij de portier. Daar krijg ik, na opgave van mijn naam, een pasje om de personeelslift te kunnen gebruiken. Aangekomen op de eerste verdieping zoek ik in de tijdschriftenzaal mijn materiaal en rijd ik via de luchtbrug in de richting van het Collegezalencomplex. De zware, brandwerende deuren zorgen in eerste instantie voor een ware worsteling, maar na wat oefening krijg ik ze steeds makkelijker open. Ik besluit mezelf voor de noeste arbeid te belonen met een kop koffie in het Cultuurcafé. Als die op is, is het tijd voor college in de Thomas van Aquinostraat. Voordat ik naar buiten kan, wacht mij echter nog een strijd met drempel en deur. Deze blijkt niet automatisch te openen als ik op de gele drukknop sla. Aangekomen in TvA4 moet de blaas nog worden geleegd. Om de lift naar de wc’s te kunnen gebruiken, heb ik wederom een pasje van de portier nodig. Als hij na tien minuten nog niet terug is op zijn werkplek, houd ik het tijdens college maar op. Blijkbaar moet wc-bezoek ruim van tevoren worden gepland.
Met als doel mijn frustraties van me af te sporten, begeef ik me na college naar het sportcentrum. De eerste inspanning moet ik al op het Erasmusplein leveren. De pas geplaatste hekjes die fietsers moeten tegenhouden, vormen een oefening in bijzondere verrichtingen. Ondanks de kleine hindernissen is de campus goed toegankelijk. Wel word ik in het sportcentrum geconfronteerd met een trap van maar liefst vijf treden. Redder in nood is een stellage die doet denken aan een goederenlift. Met een hels kabaal word ik een meter omhoog getild, terwijl ik vriendelijk lach naar eenieder die zich heeft omgekeerd om te zien wat er in vredesnaam gaande is. Wanneer ik bij de balie informeer naar de mogelijkheden voor sporten in een rolstoel, blijkt fitness de enige optie te zijn.
Anne trotseert trottoirs
Tijdens mijn rolstoelexpeditie besluit ik naar de stad te gaan voor een nieuwe wintergarderobe. Rolstoelend vanaf de universiteit zou een uitputtingsslag betekenen, dus ga ik op zoek naar vervoer. Met de trein vanaf station Heyendaal lijkt de makkelijkste manier. Dat er op dit traject Veolia-treinen rijden, is nu een zegen. Deze treinen zijn namelijk makkelijk toegankelijk met een rolstoel, waardoor er niet zoals bij de NS minstens drie uur vantevoren moet worden gebeld voor een plank. Helaas realiseer ik me pas bij aankomst op het station dat het perron enkel via trappen bereikbaar is.
Aangezien de harington die Heyendaal Shuttle heet geen optie lijkt, bel ik voor rolstoelvervoer. Taxi Coenen schakelt me door naar Connexxion, dat terugbelt om te melden dat het een kwartier later wordt dan de afgesproken tijd. De taxi volgt namelijk een vaste route waarbij eerst andere gehandicapten worden opgehaald. Na drie kwartier wachten in de sneeuw is er nog steeds geen taxi en besluit ik af te bellen. De centrale belooft het door te geven. Een excuus voor het lange wachten in de kou kan er niet van af. Bij Taxi Nijmegen heb ik meer geluk, stipt op tijd stopt er een busje voor mijn neus. In de taxi, die ik helemaal voor mezelf heb, word ik stevig ingesnoerd zodat ik niet weg kan rollen en binnen no time ben ik op de plaats van bestemming. Tegenover deze goede service staat wel een indrukwekkend kostenplaatje: 22 euro voor een ritje van de uni naar het Keizer Karel Plein. Bovendien moet de taxi ruim van tevoren worden gereserveerd. Even de stad ingaan is er dus niet bij.
Winkelen in het centrum is met de heuvelige straten een ware onderneming. Ook het binnengaan van winkels vereist door de aanwezigheid van hoge drempels vaak aardig wat inzet en soms een duwtje in de rug van omstanders. Na een rondgang langs veelbezochte kledingwinkels als H&M en WE, kom ik tot de conclusie dat passen voor mij niet tot de mogelijkheden behoort. Als de paskamers al bereikbaar zijn, dan gooit de grootte van de hokjes wel roet in het eten. Veel tijd om te winkelen heb ik door alle vervoersperikelen toch al niet meer; zonder één nieuw kledingstuk rijker te zijn, keer ik huiswaarts.
‘Wat zielig!’
’s Avonds nemen we een kijkje bij Demain, een nieuwe cocktailbar in de Lange Hezelstraat. De steile straat vormt een stevige hellingproef. Veilig aangekomen nemen we plaats aan een van de tafeltjes. Op de rokersruimte en de toiletten na is het café goed toegankelijk. Na twee cocktails gaan we op pad voor het betere stapwerk. Hierbij doemen de problemen pas echt op. De portier bij de El Sombrero lijkt niet happig op bezoekers in een rolstoel. Nog voordat we goed en wel bij de ingang zijn, wordt Luuk al tegengehouden met de mededeling dat het te druk is om met rolstoel naar binnen te kunnen. De portier van de NDRGRND stelt zich een stuk welwillender op, maar vindt het toch te gevaarlijk om iemand over de steile trap naar beneden te dragen. We geven de moed niet op en zetten onze kroegentocht voort naar Café de Fuik. We worden regelmatig aangestaard en dronken bezoekers vragen ongegeneerd naar het hoe en waarom van Luuks invaliditeit. Een meisje roept uit: ‘Is dat voor altijd? Wat zielig!’. Na een paar biertjes vindt Luuk het mooi geweest, omdat hij vanuit de rolstoel nauwelijks gesprekken opvangt en hij door zijn beperkte arsenaal aan dansmoves heen is. Bovendien is hij door de biertjes vergeten dat wc-bezoeken lang van tevoren moeten worden gepland en is er nergens een invalidentoilet in de buurt. Nooit rolde hij sneller naar huis.
Tekst: Anne Elshof en Luuk Heezen
Illustratie: Joost Dekkers







Pingback: ANS-Online » Nieuws » Langere treinen bij Veolia