De Nieuwe Stad
De markt is elke maandag weer het verhaal van een beschaving. De vroege kolonisten zijn de bouwers, die ’s nachts met hun wagens vol kramen over de klinkers kruipen. De breedsten onder hen bewaken de boel tot de eerste kraamhouders hun intrek nemen.
De groenteboeren en visverkopers komen vroeger om te leveren aan de restauranthouders. De eerste handel. Rond zessen komen de meeste andere kraamhouders. De kaasboer bouwt op, de notenbar, de jonge Turk die kruiden, olijven en feta verkoopt, het oudere echtpaar met hun stofzuigerzakken. De kramen worden afgedekt en volgelegd. Het begint hier op een nederzetting te lijken. De kramen worden met spanbanden in de straat verankerd. De komende uren staan ze hier rotsvast.
Langzaamaan worden de geluiden ook harder. Een paar gaten in de rijen worden gevuld door eetkramen; friet, loempia’s, hotdogs en nog meer vis. Een oudere man met verre weg het kleinste kraampje zit snoep te maken van stroperig goed in hete pannen. Dit zijn de mensen die buiten leven.
De laatste lege kramen worden gevuld door de sjacheraars. Ze verkopen alles wat ook maar ergens is blijven liggen of van een vrachtwagen is gevallen. Batterijen, fietssloten, cd’s, dvd’s, netbooks.
Niet alle marktmensen schreeuwen, sommige zingen. In het midden van de markt staat een oplichter een revolutionaire nieuwe uitvinding te verkopen. ‘Schoner dan met deze, krijg je ze niet.’ Profeet of dorpsgek, de kaasboer is er niet van gediend. Zijn familie verkoopt al drie generaties kaas. Je moet hier niets verkopen waarvoor met papiergeld betaald moet worden.
Rond de middag klinkt het gerinkel van munten al niet meer boven de drukte uit. Wie nu niet schreeuwt, heeft vaste klanten. Wat later is het geluid weer terug, maar het tempo is gezakt.
De eerste handelaren ruimen op, de profeet voorop, gevolgd door de sjacheraars. De frietpannen gaan uit en de oude man van het snoep begint het koud te krijgen. Dat en de pijn in zijn rug. De kramen blijven nagenoeg bezemschoon achter. Een enkele sinaasappel, een snoepje en een kapotte paraplu blijven achter. De markt is voorbij. Even later zijn de kraambouwers terug, om duidelijk minder voorzichtig af te breken dan ze vannacht hier bouwden.
Volgende week maandag is hetzelfde verhaal in een iets andere bezetting. Een andere profeet, een nieuw apparaat, een snoepkraam minder. Dezelfde kaas, waarschijnlijk.
Klik hier voor alle artikelen van de ANS Januari 2010.




