ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

De La Vigne

Als ik aan België denk, komt er niet meteen een gedachte. Ik voel wel iets: dorst. Dan komt er een woord: bier. Belgisch bier. Als ik verder denk, denk ik aan madammen met een bontjas, Vlaamse frieten, 10 voor Taal, Raymond van ‘t Groenewoud en vakanties in de Waalse Ardennen. Voorts denk ik aan seksclubs, smoezelige hotels, de snijdende wind op de Keizerlei, de appartementen op de Avenue Louise en mijn suikeroom die er vlak over de grens renteniert.

Niet alle Belgische gedachten zijn leuk. Waar ik bijvoorbeeld liever niet aan denk, is aan het huilende zigeunertje op Bruxelles Midi. ‘Manger,’ mompelde het manneke. Ik tastte naar mijn portemonnee en kocht een croissant. Ook zielig, dacht ik. Zo’n klein ventje. Helemaal alleen. Met het risico mijn overstap te missen, zocht ik naarstig naar zijn moeder. Toen de tijd begon te dringen, besloot ik hem bij de spoorwegpolitie te dumpen. Hij was niet vooruit te branden. Met lange tanden at hij van zijn croissant. Eenmaal bij de spoorwegpolitie aangekomen, was het kind ineens verdwenen. ‘Votre portefeuille,’ was het eerste wat de agent vroeg ‘vous l’avez toujours?’. Met trillende onderlip verdween ik in de trein. Ik had nog een lange reis voor de boeg, veel langer dan ik toen dacht.

België is een gevaarlijk land, vind ik. België heeft iets stiekems. Dat zie je al als je Roosendaal uit rijdt: de sfeer is naargeestig, de bakstenen zijn kleiner, de huizen – vlak aan de weg – drukken op elkaar. Van de esthetiek wordt afstand gedaan. Nergens wordt de kleur bruin zo rijk geëxploiteerd als bijna-in-België: bruingrijs, bruingeel, bruingoor, bruinbruin, bruinbah. Bij de grens voegt het rood van de neonreclames zich erbij. De lucht drukt er massief op de aarde. Je weet: hier gebeurt van alles onder de tafel. Niet pluis. Geen zuivere koffie. Hier kan ik verdwijnen en heeft geen mens mij ooit gezien.

Gerommel in de marge, dat is België ten voeten uit. Zo kun je er heerlijk eten, maar ook belanden in slordige taveernes met een onbekend menu. Mijn ouders kregen er ooit bokkenpoot voorgezet. Een paar weken geleden was ik voor het laatst in België, ik logeerde er met iemand in Hotel All-In. De waard was zoals je mag verwachten in smoezelige Belgische hotelletjes. Met zijn dikke pens leidde hij ons zwijgend drie vermadelijde trappen op, daarna zag ik uit het raam hoe hij naar het belendende café verdween. Af en toe klonk uit de gelagkamer een bulderende lach, heel in de verte hoorde ik een Kongolees zachtjes zingen. Verder niets.