Boris van der Ham: betuttelaar
Het liberale gedachtegoed in Nederland zit in het slop, juist nu er ten strijde dient te worden getrokken tegen de spruitjeslucht van het kabinet Balkenende IV. Voor Boris van der Ham en zijn partij, D66, lijkt een taak weggelegd. ‘Ik houd niet van spruitjes.’
Tekst: Maurice van Mill
Foto: Valentijn Brandt
‘De liberalen hebben hun gedachtegoed slecht onderhouden.’ Boris van der Ham (33), Tweede Kamerlid en vice-fractievoorzitter van D66, weet waar het fout is gegaan. ‘We kunnen kritiek hebben op de spruitjeslucht die het huidige kabinet verspreidt, maar we moeten eerst eens naar onszelf kijken. In de jaren negentig leek iedereen sociaal-liberaal te zijn, waardoor een soort gezapigheid in D66 sloop. Daarnaast zijn bepaalde denkbeelden niet goed bijgesteld. Als standpunten – bijvoorbeeld op het gebied van integratie – niet goed werken, moeten ze worden aangepast. Het is gemakkelijk om het CDA of de SP aan te vallen, maar zij hebben hun zaakjes eenvoudigweg beter voor elkaar. Je kunt het met hen oneens zijn, maar zij verwoorden hun dwingende meningen met zoveel zelfvertrouwen dat de liberalen er niet aan te pas komen.
‘D66 moet een duidelijker en beter sociaal alternatief zijn. Niet alleen moeten we de partij voor homo- en vrouwenrechten zijn, maar ook voor andere sociale kwesties. D66 heeft een intellectueel imago en zal dat vast wel houden. Toch moeten we ook opkomen voor de mensen die niet zo gauw op ons zouden stemmen. Daar ligt een uitdaging. De eerste sociale wet van Nederland was het Kinderwetje van Van Houten; Samuel van Houten was een liberaal.’
Angst om te falen
Vanuit verschillende politieke partijen gaan er steeds meer stemmen op voor de oprichting van een nieuwe links-liberale partij. Dat zou het einde kunnen betekenen van D66. Toch staat Van der Ham niet onwelwillend tegenover dit idee. ‘In principe vind ik het een goed plan, hoewel het de vraag is of er ooit wat van komt. Ik ben lid geweest van vernieuwingsbewegingen als Niet Nix, Opschudding en Lef, die eenzelfde idee voorstonden. Het probleem was dat zij alleen invloed wilden uitoefenen en geen macht. Op die manier waren ze totaal verkeerd bezig. Sociaal-liberalen moeten de macht willen uitoefenen, alleen dan kunnen ze iets bereiken. Uiteindelijk draait het om de stemverhouding in de Tweede Kamer. Het goede aan D66 is dat wij een aantal keren in een regering hebben plaatsgenomen omdat wij wisten dat het goed was voor het land, terwijl het electoraal gezien slecht was voor de partij. Wij hebben lef getoond. GroenLinks aan de andere kant, heeft nu een kans laten lopen deel te nemen aan het kabinet. Ze hebben meer zetels dan de ChristenUnie, maar durfden het niet aan. Daaruit blijkt een soort angst om te falen. Het zou goed zijn als de liberalen nu uit GroenLinks zouden stappen om met anderen een nieuwe partij te beginnen. Ik heb laten blijken dat ik ertoe bereid ben. Veel liberalen in andere partijen zien zichzelf echter als “vleugel” van die organisatie. Ik geloof daar niet in. Daarvoor is het sociaal-liberale gedachtegoed historisch gezien – en zeker nu – veel te belangrijk. Ik wil het borststuk van de vogel zijn, niet de vleugel. Daarom wil ik D66 op dit moment niet afvallen.
‘Door als kleine partij deel te nemen aan een regering hebben we ons kwetsbaar opgesteld, met grote problemen tot gevolg. Veel kiezers die normaal D66 zouden stemmen, hebben dat bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen niet gedaan vanwege de interne ruzies of de Uruzgan-affaire. Ik begrijp die mensen heel goed. Ik zou zelf ook mijn twijfels hebben. Het feit dat we drie zetels hebben behaald, toont aan dat de partij nog steeds relevant is. D66 kan niet zomaar worden vervangen door een andere partij.’
Argumenten uit het jaar nul
Onlangs uitte minister Rouvoet sterke kritiek op de ‘morele vrijblijvendheid’ van de jaren negentig en daarmee op het liberale gedachtegoed. Volgens hem had het ‘meer kapot gemaakt dan ons lief is’. Dit commentaar was een reactie op de vermeende spruitjesgeur die de oppositie het nieuwe kabinet toedicht. Van der Ham neemt de kritiek serieus. ‘Wij dachten in de jaren negentig dat Nederland zich naar onze idealen had gevoegd. Dat bleek niet zo te zijn. Wat dat betreft verdient Rouvoet een compliment, omdat hij de tijdsgeest zo goed aanvoelt. Het is een prestatie dat hij met zijn orthodox-christelijke partij in het kabinet zit. Op ethisch vlak zijn wij het erg met elkaar oneens, maar het is te simpel om zijn ideeën enkel af te doen als betuttelend. Dat klopt ook niet helemaal. Hij noemt ons softdrugsbeleid “libertair”, wat natuurlijk onzin is. Je zou zelfs kunnen stellen dat D66 veel strenger is dan de ChristenUnie en het CDA. Zij willen niets weten van drugstests op house-feesten of gereguleerde wietteelt. Volgens hen is de enige oplossing een totaal verbod. Dat is een illusie. Ik wil regels stellen. Als een coffeeshop wiet verkoopt aan jongeren onder achttien jaar, moet daartegen keihard worden opgetreden. Van mij mag die shop dan onmiddelijk drie maanden dicht. Zo gezien ben ik de echte betuttelaar. Liberalen moeten niet alleen oog hebben voor individuele keuzevrijheid, maar ook voor de bezwaren tegen een bepaald beleid. Betuttel dus op de gebieden waar het effectief is. Rouvoet zegt dat D66 zich baseert op ideeën uit de jaren zestig en zeventig. Hij baseert zich op argumenten uit het jaar nul. Iedereen heeft zo zijn inspiratiebronnen.
‘Het CDA en de ChristenUnie zullen de komende de jaren op ethisch vlak aan de huidige normen blijven vasthouden. Dat betekent stilstand en vaak zelfs achteruitgang. De oppositie moet niet alleen zeggen dat het betuttelend is, maar met een goed alternatief komen. Nederland moet socialer en leefbaarder worden dan het nu is. Tegelijkertijd moet ons land een open samenleving zijn, waarbinnen extremen mogelijk zijn. Mensen moeten gekke dingen kunnen doen als ze daar zelf voor kiezen. Wanneer iemand er voor kiest in een paarse onderbroek over straat te lopen, zal dat niet iedereen bevallen, maar laat het alsjeblieft gebeuren. Er moeten individuen zijn die grenzen opzoeken. Daar is ons land groot door geworden.’
Aanmatigende toon
Het thema van de huidige regering is ’samen’. Dit lijkt niet te stroken met het belang dat liberalen hechten aan individuele ontwikkeling en keuzevrijheid. Van der Ham bestrijdt dit: ‘Ik ben helemaal niet tegen “samen”. De enige manier waarop we individuele ontwikkeling kunnen ontplooien, is juist als samenleving daaraan te werken. Iedereen die in eerste instantie kansloos lijkt, moet een kans krijgen te kunnen bereiken wat hij wil. Dat kan bijvoorbeeld door beter onderwijs.’
Valt het uiteindelijk dus wel mee met die spruitjeslucht? ‘Nee. Spruitjeslucht vind ik penetrant, dus die metafoor is wel aan mij besteed. Het dedain waarmee het kabinet liberalisme wegzet als individualistisch en zelfs egoïstisch, vind ik stuitend. De spruitjesgeur van deze regering zit in de aanmatigende toon die ze aanslaat. De regeringspartijen vinden dat zij het gelijk aan hun zijde hebben, dat anderen geen idealen hebben. Ze veralgemeniseren problemen terwijl een individuele aanpak veel doeltreffender is. Softdrugs of happy hours simpelweg verbieden lost niets op. Als je toch betuttelend bent, wees dan specifiek: hier is het nodig en daar niet. Spruitjeslucht is erg dominant. Wat je ook door die schotel gooit, de spruitjes zullen het gerecht overheersen. Het wordt nooit echt lekker, ook niet als je het wokt, zoals Wouter Bos zegt.’






