Het issue: wetenschap op ‘t randje
In deze rubriek staat iedere maand een ander Issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: de ethische scheiding tussen wetenschap en staat.
Tekst: Roel Neijts en Annemiek de Vries
Illustratie: Marjolein de Reus
‘Ambitie’ en ‘innovatie’ zijn belangrijke woorden uit het vocabulaire van het kennisintensieve spook dat door ons land waart. Vier jaar geleden werd het InnovatiePlatform opgericht, een overheidsproject om de Nederlandse kenniseconomie te bevorderen. Op 20 april van dit jaar werd bekend dat dit platform een vervolg krijgt. Het doel: Nederland moet tot de wetenschappelijke en innovatieve top behoren.
Er is echter een tweestrijd. Enerzijds is er die ambitie om een van de beste kennislanden van de wereld te worden, anderzijds heerst de behoudende christelijke moraal in politiek Den Haag. Door dit christelijk-sociale kabinet met haar religieuze ethiek, wordt de wetenschap geremd in baanbrekend onderzoek naar bijvoorbeeld stamcellen en klonering. Bovendien zijn Aziatische landen als China, Zuid-Korea en Japan een bliksemsnel kennisoffensief begonnen. Dankzij de soepele ethische regelgeving aldaar kunnen laboratoria onderzoeken doen die in ons land bij wet zijn verboden.
Waarom bemoeit de politiek zich met de wetenschap? Onderzoekers weten immers zelf waar kennis vandaan kan worden gehaald en welke projecten van belang zijn voor een hoogstaande toekomst. De stelling van deze maand moet bevrijden: in naam der wetenschap mag alles worden onderzocht.
Prof. dr. Hub Zwart
Hoogleraar Wijsbegeerte van de Natuurwetenschappen
Voorzitter Nederlandse Vereniging van DierExperimentenCommissies
‘Als het om wetenschappelijk-ethische kwesties gaat, wordt er nog te veel op nationaal niveau gedacht, maar wetenschap is tegenwoordig internationaal en grootschalig. De individuele onderzoeker maakt vaak deel uit van een internationaal netwerk. Grote wetenschapsprojecten, waarin een groot aantal disciplines zijn vertegenwoordigd, vergen veel overheidsfinanciering. Dan ligt het voor de hand dat de overheid verwacht dat onderzoek zich op maatschappelijk urgente kwesties zal richten. Het kabinet ontwikkelt het ethische beleid niet helemaal zelf. Politici laten zich in de regel adviseren door ethische commissies die meestal langer blijven functioneren dan zo’n kabinet. Nu de ChristenUnie is aangeschoven, staat de ethiek hoger op de agenda.
‘Het kan lastig zijn dat in het ene land soepelere ethische regels gelden dan in het andere. Recentelijk was de competitie tussen het Westen, met haar uitgesproken bio-ethische richtlijnen, en het Oosten, waar wetenschappelijke supermachten op komst zijn, een groot zorgpunt. Wetenschappers in het Westen waren bezorgd dat hun collega’s in regelluwe landen meer ruimte zouden krijgen en meer tempo konden maken. De zaak rondom de Zuid-Koreaanse onderzoeker Hwang Woo-suk was in eerste instantie hét bewijs dat Azië het Westen zou inhalen op het gebied van stamcelonderzoek. Er bleek echter het een en ander mis in Hwangs onderzoek, juist op het ethische vlak. Zo vroeg hij vrouwelijke promovendi eicellen af te staan naam van de wetenschap, en dat is volgens Westerse inzichten niet geoorloofd.
‘Het wegvallen van de ethische infrastructuur betekent niet alleen meer vrijheid in onderzoek. Het leidt tot verlies van vertrouwen in de wetenschap. Ethiek moet worden gezien als kwaliteitszorg van onderzoek. Uiteraard dient ethiek kritisch en zelfreflectief te zijn, het moet geen dogma worden. Door technologische vooruitgang wordt onze moraal telkens weer uitgedaagd, wat betekent dat ethische principes telkens moeten worden herijkt. Na ontdekkingen treedt immers gewenning op.
‘Het bedrijven van wetenschap is competitie op hoge snelheid. Wanneer een onderzoeker te traag is met het publiceren van resultaten, wordt een ander beroemd met een soortgelijk onderzoek. Bio-ethiek kan een vertragende factor zijn. Niet zo vreemd dus dat wetenschappers er soms een hekel aan hebben. Nu is elk individueel onderzoek aan ethische controle onderhevig, wat het proces zeer traag en arbeidsintensief maakt. Ik pleit voor ethische toetsing op programmaniveau. Alle individuele projecten die in dat programma zitten, hoeven vervolgens niet individueel te worden bekeken. Dat pakt al een deel van het probleem aan.’
Drs. Marcel Hulspas
Wetenschapsredacteur De Pers
‘Dit christelijk-sociale kabinet legt geen ethische restricties op aan onderzoekers. Beslissingen met betrekking tot de wetenschap vragen om een lange adem en kunnen dus niet worden genomen door één minister of kabinet. De wetenschap wordt des te meer beïnvloed door kennisontwikkelingen in buurlanden en de internationale wetenschappelijke gemeenschap. Het is heel simpel: als Nederland achterblijft met onderzoek, speelt ons chauvinisme op. Willen we onze trots behouden, dan moeten we niet achterblijven in wetenschappelijke ontwikkelingen. Een land als Zuid-Korea streeft ons anders onvermijdelijk voorbij.
‘De Nederlandse ingenieur Cornelis Lely heeft ooit gezegd: “De Afsluitdijk is te belangrijk om over te laten aan de politiek.” Daarbij sluit ik me aan: belangrijke dingen, zeker als het om wetenschap gaat, moet je niet aan politici voorleggen. In de naam van de wetenschap mag alles worden onderzocht? Absoluut: wetenschap is nieuwsgierigheid en die nieuwsgierigheid moet botvieren.’
Prof. dr. Rick van der Ploeg
Hoogleraar Politieke Economie, UvA
Voormalig presentator VPRO’s Wetenschapsquiz
‘Ik heb hier helaas weinig over te zeggen en spoed nu naar het vliegveld, sorry.’
Drs. Henk Jan Ormel
Tweede Kamerlid CDA
Woordvoerder medisch-ethische zaken en biotechnologie CDA
‘Ik protesteer tegen de term “spruitjeslucht”. Waarom is het bijvoorbeeld ouderwets om de rechten van embryo’s te verdedigen, maar is het beschermen van proefdieren dat niet?
‘Er bevindt zich een spanningsveld tussen wetenschap en politiek. De overheid moet recht doen aan de eigen verantwoordelijkheid van onderzoekers, maar moet haar handen niet helemaal van de wetenschap af trekken. De politieke partijen geven immers weer wat de ethische meningen van de maatschappij zijn en moet regels en voorwaarden stellen, wanneer die ethiek vragen oproept. Anderzijds heeft de wetenschap er belang bij om te worden geaccepteerd door de samenleving.
‘Het CDA baseert zich op het evangelie. Ons uitgangspunt is waardigheid van de mens: eerbied voor, en bescherming van het menselijk leven in elk stadium en in elke verschijningsvorm. Ook het bestrijden van menselijk lijden is een belangrijke opvatting. We zijn geen tegenstander van abortus in noodsituaties, maar zijn wel tegen het creëren van embryo’s voor de wetenschap.
‘In Nederland zijn proeven op mens en dier aan wetten gebonden, waardoor we het onderzoek beperken. Daar protesteert niemand tegen. Een Kamermeerderheid is tegen het creëren van embryo’s voor instrumenteel gebruik en dit blijft dus verboden. Er wordt momenteel hoog opgegeven over de slagingskansen van therapeutisch kloneren. Vergeet echter niet dat het tot op heden niet is gelukt, ook niet in andere landen. De wetenschap belooft ons gouden bergen, maar bedrijft zo zelf politiek. Natuurlijk is het mogelijk dat we uiteindelijk worden voorbijgestreefd door landen waar een andere ethiek geldt. Toch zou ik niet willen leven in een land waar menselijke waardigheid onder het mom van wetenschap tussen haakjes wordt geplaatst, omdat het toevallig goed uitkomt. Het CDA verdedigt zijn morele uitgangspunten, ook wanneer die inhouden dat onderzoekers niet al datgene mogen doen dat binnen hun kunnen valt.’
Mr. Fatma Koser Kaya
Tweede Kamerlid D66
‘Nederland heeft steeds meer de neiging om alles in regels te willen vatten. D66 vindt dat burgers mogen vertrouwen op de wetenschappers. Wanneer onderzoekers meer vrijheid krijgen, zal dit niet het slechtste in hen naar boven halen: zij kennen zelf het onderscheid tussen goed en kwaad. Dit neemt niet weg dat we geen spelregels moeten hanteren, aangezien die juist positief werken. Kijk bijvoorbeeld naar de Abortuswet, die een van de zorgvuldigst opgestelde wetten ter wereld is.
‘De christelijke partijen in Nederland leggen mensen een morele visie op. Hierdoor betuttelen zij de burger te veel. D66 vindt dat de bevolking moet worden opgeleid om zélf keuzes te kunnen maken. Er is een groot gebrek aan informatievoorziening, waardoor er veel onduidelijkheid bestaat rondom een aantal kwesties. Het morele debat moet niet worden tegengehouden of gestopt, enkel omdat het onderwerp indruist tegen het moreel of geloof van sommige politici. Gelukkig is er binnenkort een hoorzitting over stamcelonderzoek in de Tweede Kamer. Ik ben erg benieuwd waar de wetenschappers zelf hun grens leggen. De politiek moet dat niet doen: die grens moet zo ruim zijn als de maatschappij en de wetenschap zelf toelaat.
‘Het draagvlak voor stamcelonderzoek wordt steeds groter. Waarom zou het dan erg zijn om embryonale cellen te gebruiken voor onderzoek, als daarmee Parkinson kan worden genezen? Of zodat mensen, die geen baat hebben bij bijvoorbeeld ivf, toch kinderen kunnen krijgen?
‘D66 gaat ervan uit dat een menselijk embryo in de loop van de zwangerschap in toenemende mate beschermwaardig is. Dit betekent dat de waarde van het embryo niet absoluut is, maar kan worden afgewogen tegen andere belangen. Deze andere belangen zijn bijvoorbeeld gelegen in de grote medische verwachtingen die er bestaan ten aanzien van bijvoorbeeld Alzheimer, diabetes en kanker. In andere landen wordt dit ook al onderzocht, dan kunnen we het net zo goed zelf regelen en beter aanpakken. Die andere landen wachten heus niet op ons.’






