ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Sjaak

Als kleine jongen al kreeg ik bij het horen van het woord ‘kindervriend’ een smaak in de mond die het midden houdt tussen die van bedorven ei en geronnen bloed. Van kindervrienden kreeg ik de bibbers: ik associeerde het woord met enge mannen die kinderen in de auto stopten, ze mee naar huis namen en dan de godganse dag hamertje tik met ze speelden, want de gedachte dat zo’n kerel weleens zijn piemel in een klein jongetje of meisje zou willen schuiven, kwam natuurlijk niet bij me op. Sinterklaas telt niet: die werd door mijn ouders nooit als kindervriend bestempeld. Nee, elke keer als de Sint op tv of in het echt verscheen, dacht ik aan een grote oude oom, een man waarvoor respect moest worden opgebracht, in tegenstelling tot kindervrienden die je tijdens het voetballen vroegen of je nog lollies wilde; die diende je neer te maaien met een alarmpistool. Tot op heden heb ik het niet op kindervrienden, en enkele jaren geleden bleek dat mijn mannelijke intuïtie me weer eens niet voor het lapje had gehouden. De presentator van Kids say the darndest things, Bill Cosby, had een vrouw verdoofd en daarna met haar lopen foetelen als een Sultan met een castraatjongetje: dat was althans de lezing van de kranten. Het klopte prima met mijn beeld van mijnheer: overdag de onschuld zelve, des nachts een beest, gewapend met verdovingsattributen.
Hier in Nederland bestaat al een tijd een opvolger van Bill, genaamd Jochem van Gelder. Sinds Hennie Huisman anoniem ergens zijn paardenstal uitbouwt, is oom Jochem de allergrootste kindervriend op tv. Van Gelder heeft in zijn kinderpraatprogramma, Praatjesmakers, binnen no-time de sfeer te pakken, kietelt zijn gasten met prangende vragen en zorgt voor een prachtig stukje tv. Prachtig inderdaad, want Praatjesmakers is het enige programma in Nederland dat kinderen feilloos ontmaskert. Hier zien argeloze kijkers de zwarte zielen van die jeugdige lolbroekjes. De kinderen bij Jochem op de fleurige bank zien een camera en laten zien verwend, arrogant en onbeschoft tot op het bot te zijn. Laatst zapte ik erlangs en dienden kinderen te vertellen wie God was. Nou mensen, dat leverde anekdotes op, u zou van uw stoel pleuren van het lachen als ik het vertelde, dus dat doe ik maar niet. Dezelfde uitzending bracht een meisje in beeld dat dacht de humor en het ego te hebben van Freek de Jonge. Het kindje vertelde een grap waar Ron Brandsteder nog niet om zou hoeven lachen, maar u raadt het reeds: Jochem gooide het hoofd in de nek en bulderde, daarmee de gedachte van tig miljoen Hollanders verbeeldend: Wat Zijn Kindjes Toch Leuk.
Eigenlijk bewonder ik Bill Cosby wel. Hij kon gewoon niet meer tegen die kindertjes die ook in zijn slaap nog tegen hem spraken over autootjes, klei en grote broers. Volledig door het lint gegaan, met een halve verkrachting als resultaat. De menselijkheid straalt ervan af. Het is wachten op Jochem van Gelder die zwaaiend met een machinegeweer het hoofdkantoor van Philips binnenrent, schreeuwend om honderdvijftig stereotorens. Of dat echter genoeg watt biedt om de kinderen uit zijn hoofd te blazen, is ten zeerste de vraag.