Wijkveldwachter: Bottendaal
Elke maand doet de Wijkveldwachter zijn ronde door een ander stadsdeel. Van getto tot villapark speurt hij Nijmegen af, op zoek naar de meest studentikoze wijk. Deze maand: de zon schijnt meer in Bottendaal.
Tekst en foto’s: Erik Denessen en Sjors Overman
Is Bottendaal de meest studentikoze wijk van Nijmegen? Jonge bewoners, plenty cafés en relatief veel studentenhuizen maken het een prima plek om een kamer te hebben. Ook de ligging laat weinig te wensen over: zowel het centrum als de universiteit liggen op enkele minuten afstand en de restaurants binnen de wijkgrenzen hebben een goede reputatie; een pre voor studenten die hun ouders op bezoek krijgen.
Tijdens een zonnige wandeling tref je terrassen vol babbelende wijkbewoners, grasveldjes met zonnende studenten en winkeliers die alle studenten uit de straat kennen. De Burghardt van den Berghstraat geldt als het kloppende hart van de wijk, met de gebruikelijke verzameling middenstanders. De aangelegen buurtkroegen, Maxim en De Kluizenaar, schenken ‘Botterik’. Dit bier is door stadsbrouwerij De Hemel speciaal gebrouwen voor Bottendaal. In en rond de cafés worden geregeld festivals georganiseerd met muziek, literatuur en theater. Deze en vele activiteiten hebben grote aantrekkingskracht op studenten en bewoners van andere wijken. Reden te meer dat de prikborden in winkels volhangen met wanhopige kreten om een kamer.
De ‘Nijmeegse Jordaan’ heeft nog niet zo lang de aantrekkingskracht die ze nu heeft. Dertig jaar geleden waren huizen vervallen en verkrot en stonden industriële panden leeg. Nu zijn de woningen opgeknapt en heeft het industrieel erfgoed een nieuwe bestemming gekregen, waarbij wordt gepoogd het oude aanzicht terug te laten komen in de gevels of met kunstwerken. In de voormalige Biotex-fabriek huisde namelijk lange tijd het kunstenaarsinitiatief ‘ZeepUnie’. Meer cultuur tref je aan in de verschillende galerieën en kunstenaarscollectieven zoals de ‘Paraplufabrieken’. Bottendaal ademt wis en waarachtig de dynamiek en vernieuwing waarin gemeente en bewoners veel hebben geïnvesteerd; oubolligheid en spruitjeslucht zijn ver te zoeken.
Valt er dan niets te klagen? Sommige huisbazen profiteren van de populariteit van de wijk door te hoge huurprijzen te rekenen met als excuus: ‘Het is wel Bottendaal waar je woont’. Voor lagere prijzen kun je wel terecht bij de vele woongroepen in deze buurt, maar over het algemeen kan het vinden van een kamer een dure of tijdrovende bezigheid zijn.
Irene Roozen (25), afgestudeerd Biomedische Wetenschappen en Maureen van Nuland (22), derdejaars Klinische Psychologie
Irene: ‘Hoewel ik net ben afgestudeerd, is er voor mij geen reden om te vertrekken uit de wijk. Het liefst blijf ik in deze straat wonen, want de Burghardt van den Berghstraat is de fijnste straat van Nijmegen. Waar vind je bijvoorbeeld nog een kapper voor tien euro? Ik zou maar wat graag een hele verdieping in dit huis huren zodra ik een baan heb.’
Maureen: ‘We wonen op loopafstand van het centrum, en toch is het alsof we in een relaxede buitenwijk wonen: het geluid van krolse katten en spelende kinderen terwijl je met je avondeten en een fles wijn in het park zit, het is heerlijk. Het lijkt alsof de zon hier meer schijnt dan in de rest van Nijmegen.’
Irene: ‘Het uitzicht vanuit ons huis is niet verkeerd: in de zomer liggen we vaak op het dak te zonnen of naar knappe mannen te fluiten. Laatst stonden er jumpende jochies voor de deur. Het grappige is dat je op het dak nooit wordt gezien. Wat verder opvalt is dat buurtbewoners elkaar zelfs ver buiten de wijk gedag zeggen. De overbuurman zwaait iedere dag vanaf zijn balkon naar me.’
Marieke Brik (26), tweedejaars Culturele Antropologie en Ontwikkelingsstudies
‘Toen de Biotex-fabriek een aantal jaren geleden nog open was, rook heel Bottendaal soms naar zeep. De oude fabrieken waren de iconen van de wijk, hoewel ze ook voor overlast konden zorgen. Soms kwam er zelfs schuim uit de riolering, dan deelde de familie Dobbelman, fabriekeigenaar, zeeppaketten uit als goedmakertje. Ik had in dat fabrieksgebouw graag een atelier gehad in de tijd dat de ZeepUnie er zat en er feesten en festivals werden gehouden. Nu vinden dat soort evenementen plaats in het park hier voor de deur. Wij zitten bij gebrek aan een echte voortuin graag op de stoep als de wijkbewoners naar het park togen. Die happenings verlopen meestal vrij harmonieus, het brengt wijkbewoners samen. Regelmatig wordt er dan bij ons aangeklopt met het verzoek of er een stekker in het stopcontact mag worden gestopt.’
Simon Snel (29), vierdejaars Kunst, Media en Technologie, HKU Hilversum
‘In de Paraplufabrieken is het ideaal wonen. Met de opbrengsten van onze bar, de Plupub, kunnen we het onderhoud van ons pand bijna geheel betalen. Ik werk daar als vrijwilliger. Het geeft me een kick om te zien wat je met inzet en goodwill samen kunt bereiken; laatst heb ik ruiten leren zetten met de hier werkzame interieurbouwer.
‘De omgang tussen de bewoners, kunstenaars en winkeliers in de fabrieken is prima. Dat komt doordat het een leuke mix is van de mensen die de verschillende activiteiten bestieren: van tatoeageartiest en kapper tot schoenen- en tassenontwerpers. We zitten soms best op elkaars lip, maar het is zeker geen kleffe groep geitenwollensokkendragers. Met onze feesten, livemuziekavonden en deelname aan het festival Billy in Bottendaal trekken we veel studenten en buurtbewoners. Door te laten zien wat er zich afspeelt binnen onze muren is het imago van de Paraplufabrieken verbeterd. Na de jaarlijkse open dag moeten veel mensen hun beeld van gekraakt punkhol bijstellen.’






