ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Cleijne column

Alsof ik mijn buurman niet door de achterdeur zie wegvluchten! Vrouwlief kijkt allerschuldigst als ze door het raam ziet hoe ik de vele berenlijken en mijn hengel in de sneeuw werp. Mijn jachtgeweer is mijn enig overgebleven kompaan. De resterende hulzen van de jacht knal ik van 300 meter afstand door buurmans kanis en ik flikker zijn gedesintegreerde lichaam van een klif. Zijn familie breng ik een bezoekje voor een welverdiende portie lik-op-stuk, en na een opdringerigheid of vijf bind ik zijn vrouw aan haar benen vast en sleep haar ijlende lichaam door de vrieskou mee naar huis om haar door mijn zoons onder handen te laten nemen. Met een bulldozer keer ik terug naar hiernaast om buurs huis achter diens rottende lijk aan het ravijn in te kieperen. De optrekkende rook onthult de vele familieledenmaten. Dan buig me voorover om beter te kunnen zien, en zijn oudste dochter hangt warempel nog aan één van de tanden van de shovel! ‘Spaar mij… ik doe alles wat u wilt.’ Die opmerking zou haar nog lang heugen.

Mijn vrouw heeft nog wat straf tegoed. Ik laat háár dan ook haar vruchtbaarheid uitzitten in de koude op het land terwijl ik mij tegoed doe aan al het jongs dat God voor mij aan shovels heeft gehangen. Soms kijkt vrouw op van het werk en laat een traan als ze mijn silhouet aanschouwt, maar de oplichtende tabak van mijn pijp laat mijn onvermurwbare gezicht zien, en een wenk naar mijn zoons als teken om de zweep aan te wenden. Na een jaar of twaalf stel ik mijn nieuwe vrouw voor aan het lichaam dat het land bewerkt, en zeg tegen mijn voormalige vrouw dat ik niet boos ben, maar teleurgesteld. Mijn nieuwe vrouw lacht wat. Ik rijg haar aan mijn zwaard.

Terwijl ze sterft bezwanger ik haar, en zes maanden later kom ik terug om de foetus te aborteren. Het spartelende wezentje voed ik aan Beer, maar Beer wil niet en lacht de stervende moeder in haar gezicht uit. ‘Moehaha!’ gromt Beer. Dan pakt Beer de navelstreng en vult die met Berensperma. Aan één uiteinde houdt Beer de streng dicht, en drukt zijn zaad naar de foetus, die als een piñata uit elkaar klapt. Een heerlijk zoete regen van berenvocht gecombineerd met lappen foetus daalt op me neer. Ik lik de stukken schoon en geniet van het gevoel dat ik krijg als mijn tong over de voorbarige haartjes gaan. Ondertussen is Beer het bos in gelopen. Dag Beer!