ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Het elfde gebod

Op een dag besloot ik bij haar aan te bellen, ik had al weken niets van haar gehoord. Bovendien kreeg ze nog steeds een boek van Paolo Coelho van me terug. Een beetje te spiritueel voor mij, maar Eva was nogal bezig met dat soort dingen. Haar huisgenoot, een slonzige jongen met een verwassen t-shirt, keek me versuft aan: ‘Ah nee joh, die woont hier niet meer. Ik geloof dat ze iets in Amsterdam ging doen ofzo.’ Erg verbaasd was ik niet.
Een paar dagen later, op een zonnige vrijdagmiddag zat ik op een overvol Koningsplein. Ik was met twee vrienden, maar ik hoorde niets van hun verslag van het Diesfeest. Twee tafels verder zat een collega van Eva, van de Albert Heijn. Na een paar rose praatte ze net iets te hard: het gesprek ging over Eva. Ik deed mijn best het af te luisteren, maar door de wind en het geroezemoes hoorde ik maar de helft. Ik ving flarden op: ‘ … baan bij een filmhuis’, ‘…Nijmegen’, ‘…dorp’, ‘… appartementje met Sam’, ‘…volgend jaar Rietveld Academie’. Ik hoefde niet meer te horen, ik wist genoeg.
Ik kijk nog wel eens stiekem naar de foto die van ons gemaakt is in de kroeg, op de avond dat ik haar ontmoette. Natte haren, uitgelaten van het sneeuwballengevecht en rozig van de wijn. Het begin. Dat ze niet iemand is die terugdeinst voor veranderingen voelde ik toen al. Toen ze haar ouders de deur wees omdat ze mij beledigden wist ik dat zeker. Het beeld van haar, voorbijfietsend met die geschrokken blik op het Keizer Karelplein, staat op mijn netvlies gebrand. De laatste keer dat ik haar zag.
Gisteren werd ik gebeld door een bezorgd klinkend meisje van ANS. Of ik misschien wist waar Eva gebleven was, de deadline voor haar column was al een paar dagen verstreken. Voor ik het wist had ze mij dit klusje in de schoenen geschoven. En nu zit ik hier. Toen ik op kantoor de column kwam inleveren kwam een van de redactieleden met een kaart op me af. ‘Kijk, dit kregen we vandaag met de post.’ Een ansichtkaart met de Amsterdamse grachten voorop, en op de achterkant maar een zin: ‘Het elfde gebod: Gij zult genieten!’