ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Van de tweede geldstroom in de drup

Sinds Plasterk fors heeft gekort op rechtstreekse onderzoekssubsidies zijn universiteiten grotendeels aangewezen op de zogenoemde tweede geldstroom. Geld voor onderzoek moet voortaan op prestatiebasis worden binnengehaald. Uit de voorgenomen opheffing van het onderzoeksgedeelte van Communicatiewetenschap aan de RU blijkt nu hoe vergaand de gevolgen kunnen zijn.

In 2007 verkondigde minister Plasterk van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap te gaan bezuinigen op rechtstreekse onderzoekssubsidies aan universiteiten. Honderd miljoen euro uit de eerste geldstroom werd overgeheveld naar de tweede geldstroom. Dit geld wordt uitgekeerd door aan de overheid gelieerde instanties, waarvan de belangrijkste de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) is. De NWO krijgt onderzoeksvoorstellen binnen van vele Nederlandse wetenschapsinstellingen en bepaalt welke hiervan subsidie zullen ontvangen. Door de bezuinigingen op de eerste geldstroom is deze manier van fondsenwerving van levensbelang geworden voor het universitair onderzoek. Waren onderzoekers eerst nog verzekerd van een flink bedrag aan overheidssubsidie, nu geldt steeds vaker: zonder NWO-steun geen onderzoek. Het onvoldoende kunnen binnenhalen van NWO subsidies was een van de oorzaken van de opheffing van het onderzoeksgedeelte van Communicatiewetenschap (CW), ruim een maand geleden.

Eigenbelang
Uitgaande van het idee dat de NWO louter de beste onderzoeksvoorstellen beloont, zou de verandering in subsidiëring er volgens Plasterk voor zorgen dat het Nederlandse onderzoek naar een hoger niveau wordt getild. Roelof de Wijkerslooth, voorzitter van het College van Bestuur (CvB) van de RU, uitte hierop felle kritiek. Hij benadrukte de negatieve gevolgen van onderzoeksfinanciering op prestatiebasis. Hooglugt verklaart namens het CvB: ‘Door het wegvallen van een groot deel van de vaste overheidssubsidies zou er flink moeten worden bezuinigd, hetgeen neerkomtop het schrappen van banen voor jonge onderzoekers.’ In zijn rede bij de opening van het academisch jaar aan de Universiteit Utrecht sneerde Plasterk naar het Radboud-bestuur: ‘Stijg uit boven je kleine eigenbelangetje en zie in dat we er met zijn allen beter van worden als we de beste wetenschap honoreren.’
Professor Hans Mastop, decaan van de Faculteit der Managementwetenschappen en voormalig lid van de toewijzingscommissie van de NWO, is eveneens kritisch over het beleid. ‘De NWO toetst elk voorstel op wetenschappelijke en maatschappelijke relevantie. Dat onderzoekers op deze manier verantwoording af moeten leggen is geen slechte zaak. Het kan er natuurlijk niet meer aan toe gaan als in de jaren vijftig, toen mensen zich afvroegen wat wetenschappers nu eigenlijk de hele dag doen. Deze afhankelijkheid van de tweede geldstroom is echter het andere uiterste. Op deze manier gaat de NWO steeds meer de agenda van de universiteit bepalen.’ Vernieuwend onderzoek zal volgens Mastop hierop minder te zien zijn. ‘De leden van de toewijzingscommissie zijn zelf onderzoekers. Wetenschappers die wetenschappers beoordelen, dat werkt zelfversterkend. Deze oudgedienden in de wetenschap hebben vaak een voorkeur voor onderzoek binnen hun eigen – vaak conventionele – interessegebied, waardoor innovatief onderzoek het moeilijker heeft.’

Ondergesneeuwd
Hebben de criteria die de NWO hanteert altijd tot de juiste subsidieverdeling geleid? Mastop trekt dit in twijfel: ‘Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar het aantal publicaties van de aanvrager in prestigieuze tijdschriften. De neiging om kwaliteit in sterke mate aan tijdschriftpublicaties af te meten doet nogal wat onderzoeksgebieden tekort. Dit soort publicaties is slechts bij deelgebieden van de natuur- en medische wetenschappen echt relevant. Bij een onderzoeksgebied als politicologie is het veel belangrijker in boeken te publiceren.’
Een ander probleem is dat sommige onderzoeksgebieden ondergesneeuwd raken, omdat concurrenten naar dezelfde subsidie meedingen. Gabi Schaap, docent bij CW, legt uit: ‘Communicatiewetenschap kent geen eigen loket om voorstellen in te dienen. Deze belanden op één hoop met voorstellen uit meer gevestigde onderzoeksgebieden als psychologie en sociologie. Die pikken veel subsidies voor onze neus weg.’ Mastop erkent dat dit probleem ook bij Bedrijfswetenschappen, dat eveneens in een crisis verkeerde, speelt. ‘Bedrijfswetenschappelijke onderzoeksvoorstellen leggen het vaak af tegen mainstream economisch onderzoek. Bovendien is de opleiding aan de RU relatief jong en kent ze nog geen sterke onderzoekstraditie. Zonder gevestigde naam is het moeilijk geld los te peuteren bij de NWO.’

Miscommunicatie
Bij Bedrijfswetenschappen lijkt de situatie inmiddels aan de beterende hand. Mastop verklaart: ‘De onderzoeksgroep weet steeds beter hoe ze het spel moet spelen.’ Helaas lijkt CW de kans niet te krijgen de spelregels onder de knie te krijgen. Met de op handen zijnde opheffing van deze onderzoeksgroep lijkt aan de RU het eerste slachtoffer van de toegenomen afhankelijkheid gevallen. In 2012 zal de visitatiecommissie de studie weer aandoen. Het is waarschijnlijk dat deze dan geen accreditatie zal toekennen. Hiermee zal de opleiding, die in 2007 door de commissie nog als beste studie CW in Nederland werd aangemerkt, verdwijnen. Terwijl Plasterks plan tot verbetering zou moeten leiden, kost het nu een gezonde opleiding de kop. Waar de NWO er wellicht in slaagt het kaf van het koren te scheiden, is ze niet in staat subsidiewaardig onderzoek in alle gevallen te belonen. Mastop concludeert: ‘Het beleid is doorgeslagen richting een afhankelijkheid van de tweede geldstroom die zorgen baart.’

Tekst: Anne Elshof en Loes Perrée