ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

De stress van het straatleven

Niemand zal ze zien bedelen. Hun kleren zijn hip en hun uiterlijk verzorgd. In niets lijken dakloze jongeren op de junks in het Kronenburgerpark. Toch zwerven ze over straat. In een voormalig klooster wacht hen een zacht matras en een warme douche. Op bezoek bij de Nachtopvang Jongeren Nijmegen.

Terwijl soep uit blik wordt opgediend, neemt een dun, blond meisje plaats aan tafel en begint vrolijk te babbelen. Anouk vertelt al gauw zonder schroom dat haar moeder zelfmoord pleegde toen ze nog op de basisschool zat. Haar vader ging daarna binnen een half jaar met een andere vrouw samenwonen. Op haar zestiende verliet ze het ouderlijk huis om bij haar jeugdliefde in te trekken. ‘Ik snap niet dat mijn vader me heeft laten gaan, want hij kon verwachten dat mijn vriend losse handjes had.’ Nadat ze haar agressieve vriend ontvluchtte is Anouk uiteindelijk in het voor haar onbekende Nijmegen beland. Sinds drie dagen zit ze hier, in de nachtopvang.
Met een zwarte broek en een hip shirtje lijkt Anouk geenszins op de stereotype dakloze die bij de Albert Heijn om een euro bedelt. Ook de jongeren die later op de avond het oude Sancta Maria-klooster aan het einde van de Wolfskuilseweg binnendruppelen zien er verzorgd uit. Producten voor uiterlijke verzorging zijn van levensbelang en het liefst douchen ze ’s ochtends én ’s avonds. ‘De jongeren doen er alles aan om te zorgen dat ze er niet uitzien als zwervers’, aldus Astrid Laene, de dienstdoende medewerker bij de Nachtopvang Jongeren Nijmegen van Iriszorg.
Vanaf vijf uur ’s middags laat ze dakloze jongeren van 16 tot 23 jaar binnen. Zij krijgen voor 4 euro ‘brood, een bed en een bad’. Om acht uur gaat de deur op slot. Alleen bij hoge uitzondering kom je dan nog binnen, vertelt Astrid. ‘Als de politie ’s nachts een meisje van veertien onder een brug vindt, wordt die niet zomaar in de kou achtergelaten.’ Er zijn vijf ruime eenpersoonsslaapkamers, waarvan de grootste 25 vierkante meter is. Om elf uur stipt moet iedereen op zijn kamer zijn. Volgens Astrid zijn de jonge thuislozen tegen die tijd vaak gesloopt. ‘Een dag op straat is verschrikkelijk vermoeiend.’ De volgende ochtend worden ze om half acht gewekt. Een uur later staan ze weer op straat.

Kamernood
Tijdens het eten wordt duidelijk dat Anouk vindt dat ze alles alleen moet doen en iedereen haar tegenwerkt. Vertrouwen in de zorgsector heeft ze niet meer. Astrid oppert dat ze zelf beter haar best zou kunnen doen: ‘Je had het geld op je bankrekening misschien beter kunnen uitgeven aan een treinkaartje naar de psycholoog in Tiel dan aan een nieuw shirt.’ ‘Ik heb al maanden geen geld meer’, reageert Anouk gepikeerd, ‘wat ik heb geef ik liever uit aan mezelf dan aan een zielenknijper die me denkt te kennen.’
Het liefst wil Anouk deelnemen aan het woonzorgtraject dat in hetzelfde pand is gesitueerd, vertelt ze. Daar wordt een vaste groep jongeren zowel overdag als ’s nachts opgevangen. Ze krijgen er handvatten om terug te keren in de maatschappij. Ze volgen een opleiding en worden geholpen bij het zoeken van woonruimte. Het tengere meisje wil het liefst een eigen kamer en Toerisme gaan studeren.
Voor Rashid, die na het eten de keuken betreedt, is het zorgtraject verleden tijd. Jaren woonde hij in internaten voordat hij terechtkwam bij het woonzorgproject van Iriszorg. ‘Dat was helemaal niet goed voor me, de andere jongens haalden me alleen maar naar beneden.’ Hij heeft vervolgens een poos in onderhuur in een appartement gewoond. De huurder zat in de gevangenis en had torenhoge schulden. ‘Dagelijks was ik bang voor deurwaarders, ik sliep met mijn schoenen naast het bed zodat ik altijd door het raam kon vluchten.’ Anderhalve maand geleden verliet Rashid vrijwillig het appartement met als gevolg dat hij weer op straat stond. Omdat hij het vervelend vindt continu op zijn vrienden te moeten terugvallen, slaapt hij in de nachtopvang. ‘Op dit moment bezorgt het straatleven me zoveel stress dat ik niet kan werken of studeren. Zodra ik een kamer heb red ik me wel. Dan wil ik een hbo-opleiding Maatschappelijk Werk gaan volgen.’
Over hoe hij op straat terecht is gekomen wil Rashid niets kwijt, duidelijk is echter dat hij al vele jaren weg is van huis. Toch heeft hij maar een enkele keer op straat geslapen. ‘Dat is gewoon klote, je slaapt nooit meer dan een paar uur en het is altijd koud. Eigenlijk kun je nog beter in de cel slapen.’ Met een kop koffie in zijn hand verlaat hij de keuken, om zich de rest van de avond af te zonderen op zijn kamer.

Filosoferen met een sjekkie
Inmiddels zit Anouk met Sid, een grote donkere jongen, lachend een potje mens-erger-je-niet te spelen in de huiskamer. Op de gigantische flatscreen speelt een film waar niemand naar kijkt. Eerst is de zachtaardig ogende Sid wat zwijgzaam, maar tijdens het spelen van diverse gezelschapsspellen wordt hij steeds spraakzamer. Hij blijkt tijdelijk uit het zorgproject te zijn gezet nadat hij iets had kapotgegooid en een medewerker had bedreigd. Na een nacht te hebben vastgezeten op het politiebureau, verblijft hij nu een paar dagen in de nachtopvang. ‘Als je een beetje schreeuwt, bellen ze de politie al.’
‘Zullen we even een sjekkie doen?’, vraagt Anouk. Zodra het tweetal op het dakterras staat, wordt er gefilosofeerd over verre planeten en diepe oceanen. ‘Wist je dat een walvis ontploft als hij strandt?’ Over hun problemen praten ze niet.
Even later vertrekt Sid naar zijn kamer om gitaar te spelen. Onder de klanken van onzuivere akkoorden op een rammelende gitaar vertelt hij dat hij het in het zorgtraject wel naar zijn zin had. ‘Er liepen een keer twee negers – oké, ik was één van hen – door de gang, eentje begon plotseling te hakken. Voor je het weet stond iedereen te joelen en te breakdancen. Dat is toch lachen?’ Hij bagatelliseert zijn agressieprobleem. ‘Weet je, wanneer ik iemand bij de keel grijp, stel ik me voor dat ik hem ook nog op zijn bek kan slaan. Zij bellen de politie terwijl ik me eigenlijk inhoud. Het is een kwestie van perspectief.’ Terwijl hij dit zegt komt Sandra binnen. Ze zit al de hele avond geheimzinnig te grijnzen en neemt plaats op Sids bed. ‘Supersukkel!’, zegt ze terwijl ze naar de goedlachse neger wijst. Het blijkt dat ze iedereen indeelt in een sukkelcategorie. Ze wil niets kwijt over zichzelf maar volgens Anouk is Sandra ‘een speciaal geval’.
‘Het is bijna elf uur, iedereen naar bed’, roept Astrid door de gang. De mededeling is overbodig want de meesten zitten al op hun kamer. Ze weten dat als de regels niet worden nageleefd ze zo weer op straat staan. De rest van de nacht heerst er een serene rust in het klooster.

De volgende ochtend klopt Astrid om half acht op de deuren. Stilletjes douchen de jongeren, ze wisselen geen woord. Iets voor half negen schreeuwt Sid opeens: ‘Waar is verdomme mijn mobiel gebleven?’ Nadat zijn halve kamer overhoop is gehaald, lacht Sandra en geeft hem zijn splinternieuwe telefoon terug. ‘Ik heb hem al de hele tijd in mijn hand, sukkel.’
Met zijn drieën lopen Sandra, Sid en Anouk naar de stad. Ze gaan naar coffeeshop ‘t Wonder. Anouk grijnst: ‘Ik heb helemaal niet alleen geslapen. Sid is nu mijn vriendje.’ Ook Sandra brak vannacht een regel. ‘Ik kan echt niet slapen voordat ik een jointje heb gerookt.’ Ze weten dat ze hiermee een risico nemen, maar: ‘Je moet toch een beetje schik hebben.’

Op verzoek van Iriszorg zijn de namen van de jongeren gefingeerd.

Tekst: Dirk van den Brand en Timo Pisart
Illustratie: Joost Dekkers

Klik hier voor alle artikelen van de ANS juni 2010.

  • chantal

    zo zit het eigenlijk wel in elkaar,
    vooral als ze verslaafd zijn is het moeilijk om er van af te komen.
    ik ben zelf ook verslaafd geweest.. maar ben blij dat ik nu niet meer hoef