Meelopers: Meet the fokkers
Iedere maand loopt ANS een dag mee in de schaduw van een zonderling. Deze maand: van pelsdier tot pullover
Tekst: Pieter Hengst en Mickey Steijaert
Illustratie: Erik Molkenboer
Nertsenfokkers staan al jaren in een kwaad daglicht. Maken ze het echt te bont of worden de op het oog aaibare beestjes in de watten gelegd? Een bezoek aan een bedrijfstak die binnenkort wellicht niet meer bestaat.

In het landelijke Ederveen ligt nertsenfokkerij Edelveen, ‘omdat onze Chinese handelspartners die “r” toch niet uit kunnen spreken’, grapt Jan de Rond (46). Hij runt het bedrijf dat eigendom is van de NFE, de Nederlandse Federatie van Edelpelsdierenhouders. De Rond is naast bedrijfsleider ook parttime-voorlichter. Dat is volgens hem broodnodig, want de pelsdierenhouderijen in Nederland kampen al jaren met een imagoprobleem. Veel mensen vinden het doden van dieren alleen voor hun pels onnodig. De NFE is daarom gestart met het uitzenden van reclameboodschappen die de bedrijfstak in een beter daglicht moeten stellen. Bij aankomst wordt dan ook direct een dikke map met pelsdierenpropaganda uitgereikt. Het bevat onder meer een maandblad voor pelsdierenhouders, getiteld De Pelsdierenhouder, en een glossy vol fur fashion. ‘Mode met bont is, in tegenstelling tot wat veel mensen denken, aan een flinke opmars bezig’, zegt De Rond.
Na het afronden van de Hogere Agrarische School (HAS) belandde De Rond in de veevoerindustrie. Zo kwam hij uiteindelijk in aanraking met de nertsenfokkerij. Hij ontwikkelde direct een voorliefde voor de grappige beestjes. ‘Het zijn heel slimme, sterke diertjes.’ Nadelen hebben ze echter ook. ‘Nertsen lozen na drie uur hun derrie, terwijl bij varkens hun eten pas na zes uur achter ze ligt.’
Piepende peuterpelsdieren
De Rond geeft een rondleiding over het terrein van een hectare. Het stevige hek rondom de fokkerij moet voorkomen dat incidenteel ontsnappende nertsen zich meteen tegoed doen aan de kippen van de buren. Een uit de kluiten gewassen silo aan de rand van het perceel bevat het zorgvuldig gebalanceerde nertsendieet. Gerard Nap (43) is net bezig de silo met voerresten schoon te spuiten. Hij werkt al vanaf zijn zeventiende met nertsen en doet dat nu vier jaar voor Edelveen. ‘Inmiddels heeft het werk geen verassingen meer,’ geeft hij toe. In de vele jaren dat hij het vak beoefent kwam hij overigens maar zelden in aanraking met negatieve reacties op zijn beroep. Het voorjaar is een van de drukste tijden van het jaar voor de nertsenfokkerij. De nertsenmoeders zijn net en masse bevallen van hun kroost. Een grote stal en zes kleinere sheds huisvesten vijftienhonderd draagmoeders en talloze piepende pelsdierpups: elke worp telt drie tot tien jonkies. Ieder nertsengezinnetje heeft een eigen hokje met daarboven een formulier met informatie over de worp en de moeder. Even verderop zit een aantal volwassen nertsenmannetjes. De Rond: ‘Deze toppers komen uit Denemarken. Waar onze Nederlandse nertsen qua kwaliteit van de vacht een 6 of een 7 scoren, zijn dit dikke tienen.’
Van nerts tot bont
Het fokken van pelsdieren wordt in Denemarken op veel grotere schaal gedaan dan in Nederland. Alle specialistische apparatuur heeft dan ook Deense opschriften. Dat blijkt vooral in de pelskamer, waar de nertsen ‘gepelsd’ worden. Het is de vakterm die wordt gebruikt voor het doden en villen van de beesten. Eerst worden de donzige dieren vergast met koolmonoxide. De nerts is binnen twintig seconden kassiewijlen. ‘Dit is de meest diervriendelijke methode. We hebben ook proeven gedaan met kooldioxide, maar dan verkrampen de beestjes voordat ze sterven’, legt De Rond uit. Vervolgens gaan de levenloze lichaampjes samen met wat zaagsel de loutertrommel in. De steeds soepeler wordende huid draait zo een tijdje rond. Hierna belandt de nerts ondersteboven in een machine en wordt het bont van het vlees getrokken. Na enige handmatige afwerking wordt de pels verwerkt bij een gespecialiseerd bedrijf dat hem klaarmaakt zodat wij hem kunnen verkopen.
‘Het pelzen is een van de minder fijne aspecten van ons beroep’, bekent De Rond, ‘verder zijn we vooral bezig met het controleren van de dieren en het uitzoeken van de nertsen waarmee we gaan fokken. Voederen hoeft maar één of twee keer per dag.’ Dat voederen gebeurt met behulp van een speciale tractor. De medewerkers rijden met de voermachine langs de nertsen, terwijl de vleesderrie via een slang automatisch op de kooien flatst. ‘Het voedsel bestaat grotendeels uit slachtafval van kippen, maar er zit ook vis en meel in.’
Pelspolitiek
De Rond blijft benadrukken dat aan alle welzijnsrichtlijnen voldaan wordt. ‘De hokken zijn allemaal aangepast aan de laatste normen. Dat houdt in dat ze minimaal 85×30x45 centimeter zijn..’ Er zitten maximaal twee volwassen nertsen, qua grootte vergelijkbaar met een kat, in een kooi. Het is een van de vele nieuwe regels die zijn ingevoerd naar aanleiding van het groeiende verzet tegen het fokken van dieren om hun pels. Nu ligt er een wetsvoorstel in de Eerste Kamer dat de nertsenfokkerij helemaal wil verbieden. Er is nog geen besluit genomen en de nertsenhouders weten zelfs niet wanneer de Kamer het voorstel gaat behandelen. ‘Het is heel erg frustrerend, omdat we net al die investeringen hebben gedaan ter verbetering van het dierenwelzijn.’ De NFE betoogt ook in haar commercials dat, als het fokken van pelsdieren in Nederland verboden zou worden, dit slechts tot gevolg heeft dat de markt nog meer naar Oost-Europa wordt verlegd. ‘Daar stoppen ze gerust vijf nertsen in een kooitje waar we hier maar twee dieren in kwijt mogen.’
Tijd voor koffie. In de kantine schuiven Gert van de Heerdt (41) en Gerard Nap aan. Samen met De Rond runnen zij de nertsenfarm. Het duurt niet lang voordat het drietal het over de aankomende verbodsbepaling heeft. ‘VVD en CDA staan aan onze kant,’ legt Gert uit. ‘Maar de PVV is juist een grote voorstander van een verbod,’ vult Nap aan. Dat is voornamelijk gestoeld op het bezwaar dat bont, in tegenstelling tot vlees, een luxeproduct is. Hij lacht: ‘Je kunt een nerts wel eten, maar echt lekker is het volgens mij niet. Je moet sowieso die stinkklieren goed weghalen.’
De Rond heeft een duidelijke mening over de bezwaren tegen bontindustrie. ‘Je moet het bekijken door de ogen van het dier. Een kip is echt niet gelukkiger omdat zijn vlees wel wordt opgegeten en dat van de nerts niet.’ Nap plaatst wel een kanttekening. ‘De dieren worden hier natuurlijk niet zo goed verzorgd als het gemiddelde huisdier.’ Licht ontzet kijkt De Rond zijn employé aan, maar hij moet lachen als Nap vervolgt: ‘Wij praten niet zoveel tegen ze als mensen tegen hun hamster doen. Ik zeg hooguit wat lelijks als ik word gebeten.’
Klik hier voor alle artikelen van de ANS van juni 2011.






